26 januari 1942 - 2 februari 2011

Koen Wessing

In de bijltjesdagensfeer van Chili ‘73 maakte fotograaf Koen Wessing onuitwisbare beelden. Regelmatig werd hij met de dood bedreigd, maar hij was voor niemand bang.

EIND JANUARI. Telefoon van Koen Wessing uit Amsterdam. ‘Koen, hoe gaat het?’ 'Slecht. Maar we gaan niet klagen hè.’ Hij is doodziek. Maar klagen, nee. Hij belt voor iets anders: voor het eerst zullen in Chili de fameuze foto’s te zien zijn die Wessing nam in Santiago in de grimmige dagen van september 1973, vlak na de staatsgreep. 'Ik ben er heel blij mee, met die tentoonstelling’, zegt Koen. 'Ik zou er zelf graag heen willen. Als het tenminste nog kan.’
Het kon niet meer. Vorige week is Koen Wessing gestorven op een pathetische locatie om dood te gaan: midden op straat. Hij was net zijn huis uit gedragen en op een brancard gelegd waarop hij in een ambulance naar een hospice zou worden gebracht. Zijn vriendin Machteld: 'Op een straathoek stonden een paar jochies toe te kijken. Koen had er een mooie foto van gemaakt, uit het rauwe leven gegrepen.’ Ik zie het voor me: Koen, de slenterende fotograaf zoals hij zichzelf noemde, zou toevallig, of waarschijnlijk niet zo toevallig, langs zijn geslenterd om een van zijn onvergetelijke zwart-witfoto’s te maken. Een nogal pathetische prent zou het zijn geworden. Net als de werkelijkheid zelf die hij zijn leven lang heeft gefotografeerd.
Koens pad en het mijne hebben elkaar vaak gekruist. We hadden elkaar al in Parijs '68 kunnen ontmoeten, maar dat is te midden van de creatieve chaos van les événements de mai niet gebeurd. Ook in Santiago '73 liepen we elkaar mis. Een paar dagen na de staatsgreep moest ik onderduiken, terwijl Koen nog wachtte op een vliegtuig om Chili binnen te kunnen. Toen hij er eenmaal was, heeft hij de sfeer na de coup als geen ander vastgelegd. Hij bracht maar zeven rolletjes mee terug. Maar wat daarop stond, was bloedstollend. De mannen met hun armen in de nek die na een razzia zijn opgebracht. De gevangene in het nationale stadion die door een soldaat wordt gefotografeerd. De zwaar bewapende militairen die mensen dwingen een muur te zuiveren van linkse leuzen.
Koens meest gedenkwaardige Chili-foto is voor mij de boekverbranding. Boven op de stapel ligt een tijdschrift met een al half verbrande afbeelding van Allende op het omslag. Die foto is genomen op de stoep voor onze flat. Op de dag van de staatsgreep vlogen de kogels naar binnen. Soldaten kwamen een huiszoeking houden. Even tevoren hadden we alle boeken en tijdschriften van linkse signatuur in de stortkoker gegooid. Dagen later zijn die terechtgekomen op Pinochets brandstapel.
Hoe heeft Wessing in die bijltjesdagensfeer kunnen fotograferen? Ik denk dat hij, behalve over een feilloos fotografisch oog, beschikte over twee bijzondere kwaliteiten: hij had zijn hart op de juiste plaats, en hij was voor niets of niemand bang. Dat hart heeft hem altijd laten kiezen voor de slachtoffers van geweld en onrecht en vooral voor menselijke waardigheid, ook waar het bloed niet door de straten liep. Hij was geen linkse activist, maar met het establishment waar ook ter wereld wilde hij niets te maken hebben. Je zult in zijn werk dan ook vergeefs zoeken naar glans en glitter. Niet voor niets fotografeerde hij nooit in kleur, behalve voor een in opdracht gemaakte reportage over het - zeer kleurrijke - Peul-volk in Niger. Hij was er haast trots op dat hij niet naar de Olympische Spelen van Peking ging. Maar hij ging wel meermalen naar China om gewone mensen in hun dagelijks leven te fotograferen, zoals te zien was op tentoonstellingen in Utrecht en Amsterdam.
Koen was nergens bang voor. In Asunción, de hoofdstad van Paraguay, waren we beland op een drinkgelag waar een gruwelijke macho ons aan zijn tafeltje noodde. Hij had een hele hofhouding van lakeien en hoeren om zich heen. Het was een lokale leider van de partij van dictator Stroessner. Er kwam steeds meer drank op tafel en het heerschap drong zich steeds meer op. Hij zou ons in zijn bolide heel Paraguay laten zien. Kennelijk dienden wij om zijn status te verhogen. Amigos noemde hij ons, waarop Koen uitbarstte: 'Ik ben je amigo helemaal niet!’ De sfeer sloeg op slag om. Ik weet niet precies meer hoe ik erin geslaagd ben Koen en de getergde macho gescheiden te houden.
Nee, hij was nergens bang voor. Zijn foto’s van de opstand in Nicaragua in 1978 zijn, net als die van Chili, klassiek geworden: de twee wanhopige zussen die zojuist het lijk van hun vermoorde vader hebben ontdekt, de lijken in de gebombardeerde stad Estelí, de vrouw die de brandende stad uit rent met een bloot kind onder de arm - een bloedstollende scène waarvan ook ikzelf getuige ben geweest. Twee jaar later stonden we in San Salvador op een stampvol plein voor de kathedraal waar de uitvaartdienst werd gehouden voor de vermoorde aartsbisschop Romero. Plotseling begon het schieten. Er vielen tientallen doden. Wessing heeft de paniek onnavolgbaar vastgelegd. Een paar dagen later werd onze persauto midden in de stad door de politie onder mitrailleurvuur genomen. Twee mensen van onze tv-ploeg raakten gewond, maar we hebben het alle vijf overleefd. We stelden op een persconferentie van de president en de legertop de moordaanslag aan de kaak en vluchtten het land uit. Koen moest tot de volgende dag wachten op een vliegtuig. Die nacht kreeg hij nog snel een doodsbedreiging.
Koen, de man die zelfs sliep met zijn Leica, was iemand die weinig zei maar met iedereen kon communiceren, die veel te veel dronk en rookte maar nooit zijn verstand verloor, die zich soms erg boos kon maken en toch de vleesgeworden loyaliteit en bescheidenheid was. Op 8 maart opent in Santiago de tentoonstelling Imágenes indelebles (Onuitwisbare beelden). Koens foto’s zijn dan terug op de plaats waar ze vandaan komen. Locatie: cultureel centrum Gabriela Mistral. Hetzelfde gebouw waar na de staatsgreep de militaire junta haar intrek nam.