Koerden kunnen Turken niet vertrouwen

Istanbul - De oorlog tussen de Koerdische PKK en het Turkse leger had al lang achter de rug kunnen zijn, leren we uit de jongste verklaringen van de PKK-voormannen. De twee partijen hebben jarenlang in het geheim met elkaar onderhandeld. Er is zelfs een tekst van de overeengekomen punten opgemaakt in Oslo.

Het hoofd van de Turkse inlichtingendienst nam dit ‘verdrag van vrede’ in zijn aktetas naar de Turkse premier zodat die het kon bestuderen en ondertekenen. Premier Tayyip Erdogan kon prima leven met de afspraken, maar weigerde om er zijn paraaf onder te zetten. Immers, een Turkse premier kon een terroristische organisatie nooit zodanig serieus nemen om er een contract mee te tekenen. Nee, de Koerden moesten Erdogan maar op zijn woord vertrouwen.
De PKK-leiders konden zich niet bewegen tot de goedgelovigheid die eventueel kon leiden tot het einde van de oorlog die in 27 jaar veertigduizend slachtoffers heeft geëist. Ze waren er niet van overtuigd dat zodra zij de wapens inleverden de Turken hun reeds twaalf jaar gevangen leider Abdullah Öcalan een huisarrest zouden gunnen, dat het onderwijs in de moedertaal ingevoerd ging worden en dat het Koerdische gebied kon rekenen op meer zelfbestuur. Ze luisterden naar hun harten, beseften dat de vele trauma’s - veroorzaakt door eerdere Turkse leiders die hun beloftes niet nakwamen - nog springlevend waren en kozen ervoor om de oorlog toch voort te zetten.
Een Koerd die de Turkse leiders wél geloofde was Seyt Riza. De oude man stond in 1937 aan het hoofd van de rebellen die meer autonomie wilden in het Koerdische gebied Dersim. De stichter van de republiek Kemal Atatürk had de Koerden namelijk in ruil voor hun bijdrage bij de bevrijdingsoorlog meer zelfstandigheid beloofd, maar had na de gewonnen oorlog met geen woord meer over die belofte gerept. Seyt Riza en zijn mannen waren net als eerdere opstandelingen oorlog aan het voeren tegen de Turkse repressie en voor meer autonomie. Toen de Turken Seyt Riza lieten weten dat hij naar de stad moest komen om een overeenkomst te tekenen, sprong de man op zijn paard om te gaan onderhandelen met de Turken.
Eenmaal gearriveerd in de stad Elaziz zag Seyt Riza in plaats van een onderhandelingstafel een galg. 'Jullie gaan me dus ophangen’, concludeerde hij met trillende stem tegenover de Turkse rechter. Hij duwde vervolgens de beul weg en deed het touw zelf om zijn nek. Net voordat hij aan het touw slingerde, wist hij nog te zeggen: 'Ik heb jullie vertrouwd, laat dit een les voor mij zijn. Maar ik boog niet voor jullie, laat dat een les voor jullie zijn.’