Menno Hurenkamp

Koeschijten

Tradities zijn vaak treurigstemmend. Ooit was iets of iemand goed of mooi of geboren, en dat moet herdacht en met enige regelmaat opnieuw beleefd. De bijeenkomst met vrienden of familie bindt, je mag drinken en zeuren. Maar reünies, feestdagen en verjaardagen zijn eigenlijk altijd een verloren wedstrijd. Niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat weemoed — Herman de Coninck dichtte: «het verlangen naar wat vroeger ook niet was» — de grondtoon zet. Is het voor mij al moeilijk dat mooie maar valse sentiment het hoofd te bieden, voor politici is dat het helemaal.

In de Achterhoek woedde deze week een strijd tussen nieuwlichters en behoudzuchtigen. Een burgemeester poogde het traditionele koeschijten te verhinderen, een belangrijk onderdeel van het jaarlijkse dorpsfeest in De Heurne. Je zet geld in op een in vakken ingedeeld weiland, in de hoop dat een koe met aandrang in jouw vak poept. Burgemeester Van der Woude vond het onkies met dieren spelletjes te doen en verbood de bezigheid, maar hij had buiten zijn eigen lokale cda gerekend. Die partij is een bekend voorvechter van Nederlandse cultuur, en dramde namens de boze bevolking tot het agrarisch gokspel doorgang kon vinden. Het verbod is natuurlijk onzin — de koe wil graag en overal schijten — maar het onder mensen sterke verlangen dit spel te spelen stemt me ook niet optimistisch. Als dit het erfgoed is dat ons bindt, laat het dan maar.

Een iets serieuzere kwestie is de Dag van de Arbeid. 1 Mei is het putdeksel dat het conflict in de pvda toedekt tussen links-liberalen en mensen die iets anders willen dan links-liberalen, maar effe nog niet weten wat. René Cuperus van het wetenschappelijk bureau van de pvda ziet de Dag van de Arbeid graag verdwijnen. Maak van 1 mei maar een dag van de democratie, zegt Cuperus, dan eer je de reformistische traditie van de pvda en schud je het imago van arbeiderspartij af. Want dat laatste beeld deugt allang niet meer. De schijn van ouderwetse linksigheid doet geen recht aan de vernieuwing van de verzorgingsstaat die de pvda het afgelopen decennium heeft aangevoerd. Die zeker in internationaal perspectief succesvolle vernieuwing is op heel andere principes gebaseerd dan het socialisme — gezonde overheidsfinanciën, arbeidsparticipatie boven alles, het mes in de logge staatsbedrijven — en daar moet je trots op zijn. Ter instandhouding van het machtsbolwerk dat de pvda is, lijkt het afscheid van 1 mei een verstandig geluid. Maar het valse sentiment, het verlangen naar wat niet was, blijft natuurlijk huizenhoog overeind als je de Dag van de Arbeid inruilt voor de Dag voor de Democratie. Zo'n dag veronderstelt een democratische agenda van de pvda — die is mij op dit moment even onbekend als het door het huidige 1 mei veronderstelde socialistische strijdplan. De hypocrisie blijft, zoals ik ook straks op mijn dertigste verjaardag sta te glimmen van de pret. Dat wil zeggen: het koeschijten gaat door. (7 Juli, De Heurne, bij Arnhem naar links.)

Maar het zwijntjetikken, nog zo'n een intrigerend spel: jij staat tegenover een varken in een modderpoel en moet hem tikken, werd in De Heurne wel succesvol verboden.