Koester je taboes

Je zou een handboek kunnen samenstellen met de standaardvragen die aan mensen met een bepaald beroep worden gesteld. ‘Wat ging er door je heen?’ is de gemeenplaats die je sporters voorschotelt en ‘Is het echt gebeurd?’ die waarop schrijvers worden vergast. ‘Zou u er zelf willen wonen?’ vraag je aan architecten en ‘Krijgt u hier geen slapeloze nachten van?’ aan politici.

Het aardige aan de vier essays die Kristien Hemmerechts bundelde in Altijd met uw gezever, gij is dat zij op een aantal van die o zo vaak gestelde vragen antwoord geeft. De vier vragen die haar moedeloosmakend vaak zijn voorgelegd en nu de basis vormen voor elk een essay, zijn: Is uw werk autobiografisch? Schrijft u als vrouw? Schrijft u in het Nederlands of het Vlaams? Zijn er onderwerpen waarover u niet kunt schrijven omdat ze in de taboesfeer liggen?
In haar eerste essay, ‘Een barse gezel’, probeert zij te bedenken op welke onderwerpen überhaupt nog een taboe ligt. Vroeger was dat simpel: alles wat met seks te maken had. Tegenwoordig lijkt het reservoir van taboes leeg: elke ervaring heeft bestaansrecht. Taboes liggen volgens Hemmerechts dan ook niet op bepaalde ervaringen, maar op het spreken erover. Intieme ontboezemingen word je geacht voor je te houden. Omdat mensen hun persoonlijke verhalen in hun omgeving niet kwijt kunnen, zoeken ze hun toevlucht tot therapeut en praatprogramma.
Er is volgens Hemmerechts dan ook iets merkwaardigs aan de hand met praten over persoonlijke ervaringen. Door ze te verwoorden banaliseer je ze, de beladen gebeurtenissen raken hun magische kracht kwijt. Kijk bijvoorbeeld naar de ontboezemingen van prinses Diana of prinses Marie-Christine van België. Als ze openlijk over hun mislukte huwelijk praten, banaliseren ze niet alleen hun ervaringen, maar ook hun koninklijke waardigheid: 'Door het taboe te doorbreken, heeft de monarchie zichzelf opgeheven.’
De remedie van Hemmerechts is literair. Koester je taboe, degradeer je ervaringen niet tot iets waarover gepraat kan worden: 'Wie ben ik nog als de taboes die mijn bestaan definiëren, definieerden, in rook zijn opgegaan? Ik wens respect voor mijn taboes. (…) Dus moet er worden gezocht naar een verwoording door verdichting of verschuiving. Het kan alleen in fictie worden gezegd.’
'Het bezit van een baarmoeder’ gaat in op de vraag of ze als vrouw schrijft. Als de vrouwelijke schrijfster Kristien Hemmerechts, zo wordt ze vaak aangekondigd op literaire avonden. Omdat ze veel over vrouwen schrijft, verklaart ze, om daar direct aan toe te voegen dat het een misleidende verklaring is, want er wordt alleen aandacht aan het geslacht van de auteur besteed als het om een vrouw gaat. Bovendien wordt het geslachtsverschil ook nog eens gekoppeld aan een waardeoordeel.
Er is iets merkwaardigs aan de hand: we leven in een maatschappij van geslachtelijke onbepaaldheid waarin de genderbender het troetelkind is, en tegelijk zou het geslacht van de schrijver er zozeer toe doen. Hoe kan het geslacht iets uitmaken als het onbepaald en grillig is? Het maakt alleen iets uit, stelt Hemmerechts, omdat vrouwen al die vigerende vrouwbeelden van mannen moeten afwerpen. En daarom schrijven ze wel degelijk obsessief over zichzelf, om te ontdekken wie ze zijn.
De laatste twee essays gaan over het Vlaams ('Altijd met uw gezever, gij’) en het exhibitionisme van de schrijver die over zijn eigen biografie schrijft ('Gehuld in een regenjas’). De essays zijn zo geestig en intelligent dat je haast zou denken dat het zin heeft standaardvragen te stellen.