OPHEFFER

Koevoet

Een burgerlijk ongehoorzame actie moet altijd geweldloos zijn. Maar destijds, toen ik nog pacifist was, vroeg ik me, als er gekraakt werd, wel eens af wat wel of niet gewelddadig was.
Was het kenbaar maken dat je ging kraken en vervolgens het over straat lopen met een koevoet niet een vorm van geweld? Wie kon weten dat je die koevoet niet voor iets anders zou gebruiken – bijvoorbeeld om actie te voeren tegen de politie? Als je aankondigde dat je ging kraken, en de politie deed niets, lokte je het dan niet uit dat je door de huiseigenaar en zijn honkballende vrienden uit het pand werd geslagen?
Wij pacifisten vonden dat je wel mocht kraken, maar je mocht dat niet doen met een koevoet. Je moest eigenlijk aanbellen en als er niet werd opengedaan, moest je de deur met je eigen lichaamsgewicht openduwen. Of je moest de deur laten forceren door ‘een echte timmerman’. (Maar wat is echt.) Wat ook mocht, was de koevoet niet zichtbaar bij je dragen.
Allemaal onzin, natuurlijk, maar ik leerde er aan den lijve hoe sektes ontstonden. We hadden vrienden die geen pacifist waren en die dachten over al die zaken een stuk gemakkelijker dan wij. Die vormden weer eigen groepjes, net als wij. Ik heb overigens nooit het idee gehad dat wij gezien werden als softies. Integendeel. Dat wij ons, wat betreft onze intelligentie en onze principiële standpunten, ver verheven voelden boven al die agressieve domoren moet voelbaar zijn geweest. Ik heb toen niets zo vaak gehoord als het woord ‘arrogant’.
Ik begon in die tijd wel te twijfelen aan mijn houding tijdens een mogelijke oorlog. (Ik praat over eind jaren zeventig, er hing nog Koude Oorlog in de lucht.)
Ik zou nimmer de wapens oppakken. Maar was dat ook niet laf? Er moet ergens in de archieven van De Groene een interview van mij liggen met Fred van der Spek van de PSP, waarin, meen ik, deze vraag ook terugkwam: hoe te handelen tijdens een oorlog?
Ik zou pas laat van mijn pacifisme genezen, maar dat pacifisme bepaalde wel mijn wereldbeeld. Wie ook maar enigszins geweld predikte, was fout. Mandela was voor gewapend verzet: hij was fout. De Amerikaanse en Russische presidenten: allemaal fout. Relschoppers die stenen gooiden: fout. Maoïsten: fout. De RAF: fout. Koningin Juliana: goed, maar de monarchie: fout, want niet democratisch. Sartre: fout.
Het vreemde is dat ik, nadat ik het pacifisme had verlaten – ik vond dat je geweld mocht gebruiken om de democratie te herstellen – de mensen die fout waren in mijn hoofd niet heb gerehabiliteerd. Daar was geen enkele reden toe.
Ik heb nog steeds moeite met het gebruik van geweld.
Toen de treinkaping met de Molukkers aan de gang was, heb ik het gebruik van geweld goedgekeurd, maar daar heb ik toen wakker van gelegen. Ik zou daar nu niet meer wakker van liggen.
Ik was voor de oorlog in Irak, hoewel ik wist dat er burgerslachtoffers zouden vallen. (Maar wat we in Afghanistan doen is me nog steeds een raadsel.)
Hoe dan ook: juist in linkse kringen werd er heel wisselend over het gebruik van geweld gedacht. Het kraken werd door velen niet gezien als ‘geweld’. De pacifisten namen destijds een minderheidsstandpunt in.
De VVD-jeugd heeft zich in die tijd eigenlijk heel keurig, maar ook heel saai gedragen. Ik heb me later wel eens afgevraagd: waarom ben ik geen VVD’er geworden? Het eerlijke antwoord luidt: bij links zaten de mooiste meiden.