Ondergang van een wereldrijk

Koffiedik kijken

Er zijn talloze voorspellingen gedaan over het einde van de Sovjet-Unie. Zelfs de grootste deskundigen zaten ernaast.

DE ONDERGANG van het avondland is vaak voorspeld, vaker dan de ondergang van de Sovjet-Unie. Toch is het avondland er nog steeds en is de eerste socialistische staat ter wereld reeds achttien jaar ter ziele. Met de Sovjet-Unie was iets merkwaardigs aan de hand. Iedereen die er regelmatig kwam verbaasde zich erover dat het land überhaupt nog functioneerde. De totale inefficiency ervan wekte bij buitenlanders verbijstering en bewondering. Om in zo’n samenleving het hoofd boven water te kunnen houden moest het individu beschikken over een enorme dosis improvisatievermogen, flexibiliteit, lef en gebrek aan scrupules. Dat maakte wellicht dat de Rusland-kenners van destijds over het voortbestaan van het land onverminderd optimistisch bleven. Alles was er gammel en vervallen, maar de sovjetburgers leek dat niet te deren. Er werd een ideologie gepreekt waar geen hond meer in geloofde, maar iedereen ging vrolijk voort er lippendienst aan te bewijzen. En bovendien hadden ze de Tweede Wereldoorlog gewonnen. Een rijk met zulke veerkrachtige inwoners en zulk een glorieus verleden kon niet kapot, dachten de Rusland-kenners misschien niet bewust maar zeker wel onbewust.
In de jaren tachtig was ik lid van een gezelschap Ruslandkundigen, onder wie Karel van het Reve, Jan Willem Bezemer, Marius Broekmeijer, Nico Scheepmaker en nog enige andere coryfeeën van destijds. Tijdens een van onze bijeenkomsten, het zal in 1987 of 1988 zijn geweest, stelde iemand voor dat alle leden een briefje zouden inleveren met daarop hun toekomstverwachtingen aangaande Rusland. Die briefjes zouden we dan na vijf jaar weer openmaken om te zien wat er van onze voorspellingen was uitgekomen. En zo geschiedde. Helaas bleek de envelop met de briefjes na vijf jaar spoorloos te zijn, maar een aantal leden kon zich nog wel herinneren wat ze destijds hadden voorspeld. Niemand had de echte ontwikkelingen ook maar bij benadering voorzien. Zo had ikzelf gesteld dat de Sovjet-Unie in 1993 nog steeds zou bestaan en dat waarschijnlijk alleen Litouwen zich zou hebben losgemaakt. Anderen hadden het er niet veel beter afgebracht. Het uiteenvallen van het wereldrijk en de overgang naar een chaotische vorm van democratie en wildwest-kapitalisme had niemand van ons zien aankomen.
Ook al zit je er met je neus bovenop, het doen van juiste voorspellingen is iets wat maar weinigen is gegeven.
Er zijn enkele anderen die het er beter hebben afgebracht. Bijvoorbeeld Andrej Amalrik in zijn in 1969 verschenen boek Haalt de Sovjet-Unie 1984? Amalrik onderscheidt een verstarde top die alles bij het oude wil houden, een onderklasse van boeren en arbeiders die voornamelijk aan de drank is en waarvan weinig positiefs is te verwachten, en daartussenin een middenklasse van intellectuelen en technici die zeer verdeeld is maar die toch de aanzet tot bescheiden hervormingen kan geven. Jaren van terreur, rechteloosheid en een enorme kloof tussen propaganda en dagelijks leven maken dat het geloof in de communistische ideologie sterk aan het afkalven is.
De oorzaken van de ondergang van het land ziet Amalrik in de eerste plaats in de bureaucratie die van hogerhand uitgevaardigde dwaze maatregelen uitvoert zonder daar zelf achter te staan, en in het totale gebrek aan motivatie bij de bevolking die deze maatregelen in de praktijk moet brengen. Wat betreft de buitenlandse politiek voorspelt Amalrik een uitzichtloze oorlog met China, die de centrale staat zodanig verzwakt dat het latente nationalisme in de Baltische landen, de Kaukasus en Midden-Azië de kop op kan steken. Wanneer dan ook de ontevredenheid van de onderklasse tot een uitbarsting komt zijn alle ingrediënten voor een apocalyptisch einde van de staat aanwezig. Volgens Amalrik zou dit zich in de jaren tachtig voltrekken. Hij is een van de weinige voorspellers die een concreet tijdstip noemt, niet in de verre toekomst maar over een jaar of twintig.
En hij zat er niet ver naast. Niet in 1984 maar in 1989 zette de ondergang in en in 1991 viel het land uit elkaar, zij het op tamelijk vreedzame wijze. Zoals Amalrik heeft voorspeld zijn de meeste van Gorbatsjovs pogingen tot economische hervormingen stukgelopen op de onwil van de bureaucratie en de tegenwerking van de bevolking. Met de buitenlandse politiek is het vreemd gelopen. De ondergang van de Sovjet-Unie is inderdaad mede veroorzaakt door een slepende oorlog, echter niet met China maar met Afghanistan. De werkelijkheid is vaak gekker dan ook de meest scherpzinnige denker het kan verzinnen. Toch is Amalrik degene geweest die er van alle toekomstvoorspellers het dichtstbij zat.
Een tweede die hoge ogen gooit is de Franse sovjetologe Hélène Carrère d’Encausse. In haar in 1978 verschenen L’empire eclaté beschouwt zij het nationalisme als de belangrijkste ontbindende kracht in het sovjetimperium. Dat had ze goed gezien. Als drijvende kracht hierbij zag ze de opkomende islam in de republieken in Midden-Azië. Dat nu bleek een misvatting. Het nationalisme kwam uit een heel andere hoek, namelijk uit de Baltische staten en de Kaukasus. Het eerste was een gebied dat pas na de oorlog definitief bij de Sovjet-Unie was gekomen en waar de herinnering aan betere tijden nog sterk was. Het tweede was van oudsher een kruitvat met sterke separatistische neigingen. De islamitische republieken stonden allerminst vooraan. Misschien omdat islam en sovjetregime de laatste decennia een opmerkelijke symbiose waren aangegaan. In elk geval was Carrère d’Encausse een van de weinigen die in de jaren zeventig, toen de macht van de Sovjet-Unie onaantastbaar leek, aandacht vroeg voor de interne zwakheid van het imperium. Maar nog in haar nawoord bij de laatste druk van het boek in 1990 toont zij zich onzeker over de toekomst van het land. Net als haar Nederlandse collega’s die, voorzover nog in leven, nog steeds het schaamrood op de kaken krijgen wanneer ze herinnerd worden aan hun poging tot koffiedik kijken.

Arthur Langeveld is docent Russische literatuur en geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en vertaler uit het Russisch