Kofi annan

De Verenigde Staten hebben er nog moeite mee, maar de rest van de wereld heeft de resultaten van zijn charmeoffensief tegen Saddam Hoessein met gejuich ontvangen. Geen kwaad woord dus over deze o zo aardige Ghanees. Afgezien van een paar minpuntjes dan. ..LE HET IS MOEILIJK in de wereldpers of op het Internet ook maar ÇÇn kwaad woord over VN-secretaris-generaal Kofi Annan te vinden. Iedereen die hem kent, prijst hem omdat hij zo geestig, zo hartelijk en vooral zo gewoon is. Hij is, sinds hij op 1 januari 1997 werd geroepen tot de hoogste post die de wereld te vergeven heeft, verbazingwekkend zichzelf gebleven. Hij neemt niet de speciale lift voor de secretaris-generaal als hij naar z'n kantoor op de achtendertigste verdieping van het VN-gebouw in New York gaat. Hij kletst nog steeds met de kantinejuffrouw. Hij wordt dan ook op handen gedragen door het VN-personeel, al is hij aangesteld om op ze te bezuinigen en ze tot effici‰nter werken aan te zetten.

Braaf was hij altijd al. In het maandblad New African van februari 1997 schrijft een Ethiopische diplomaat dat Kofi Annan in de jaren zestig, toen hij in GenŠve aan zijn diplomatieke carriŠre begon, nooit in bars werd gesignaleerd en op feestjes, als iedereen dronken was, in z'n eentje nuchter bleef. Het waren de woelige jaren zestig en iedereen demonstreerde tegen de Amerikaanse bombardementen op Vietnam. Annan echter sprak zich niet uit. Niet tegen en ook niet v¢¢r de Amerikanen. Het is dus ironisch dat hij nu, 32 jaar later, door zijn reis naar Bagdad in staat is geweest in z'n eentje de Amerikaanse bombardementen op Irak tegen te houden.
KOFI ANNAN werd in 1938 geboren in Ghana. Hij was als jongen allerminst een bewonderaar van president Kwame Nkroema, die van 1952 tot 1966 niet alleen de ‘verlosser’ van het onafhankelijk geworden Ghana was, maar ook de voorvechter van het pan-Afrikanisme en een van de voormannen van de beweging van ongebonden landen. Toen Nkroema in 1966 ten val werd gebracht, was Annan in GenŠve een voorstander van de staatsgreep. Hij had bezwaar tegen de wet die het Nkroema mogelijk maakte politieke tegenstanders naar willekeur gevangen te zetten en hij vond dat diens linkse idee‰n de economie van Ghana hadden geruãneerd. En vooral had hij er bezwaar tegen dat Nkroema het Westen van zich had vervreemd.
Dat waren geen modieuze denkbeelden voor een jonge, zwarte man in het midden van de jaren zestig. Maar zijn vader was dan ook niet alleen stamhoofd van de Fanti-gemeenschap in Kumasi, de hoofdstad van de Ashanti’s in Ghana, en hoveling aan het koninklijke hof van Asantehene, de machtige koning van de Ashanti’s; hij was tegelijk manager bij de grootste Engelse onderneming in West-Afrika, de United Africa Company.
Kofi Annan had misschien in Ghana een belangrijk politicus kunnen worden, maar zijn interesses lagen elders. Al in 1959 ging hij met een beurs van de Ford Foundation naar de Verenigde Staten om economie te studeren en van daar naar GenŠve om aan het Institut Universitaire de Hautes Etudes Internationales verder te gaan. In Zwitserland begon vervolgens zijn VN-carriŠre bij de Wereld Gezondheids Organisatie.
Op zijn drie‰ndertigste had hij naar eigen zeggen een wel heel vroege midlifecrisis. Dat bracht hem weer naar de Verenigde Staten, waar hij afstudeerde in management aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology.
Langzaam klom hij daarna omhoog binnen diverse VN-organisaties. In 1974 ging hij terug naar Ghana, maar hij hield het daar als directeur van het landelijk toeristenbureau niet langer dan twee jaar uit. Hij vertrok weer naar New York, om nu voorgoed op het hoofdkantoor van de VN te gaan werken.
Intussen was hij gescheiden van zijn eerste - Nigeriaanse - vrouw en getrouwd met een Zweedse kunstenares van wie in zijn levensbeschrijvingen altijd wordt gezegd dat zij een nicht is van Raoul Wallenberg, die in de oorlog zoveel joden heeft gered. Dat zij dus ook een nicht is van de familie Wallenberg die zo schrikbarend veel aan de oorlog heeft verdiend, staat er nooit bij. Het paar heeft drie kinderen en Annan was bestuurslid van verschillende internationale scholen - blijkbaar ook een manier om informeel veel mensen te leren kennen.
NA DE INVASIE van Koeweit door Irak in 1990 werd Annan naar Irak gestuurd om voor de repatri‰ring van de internationale VN-staf te zorgen. Hij onderhandelde in een moeite door over de vrijlating van westerse gijzelaars en zorgde ervoor dat een half miljoen Aziatische vluchtelingen die in Irak en Koeweit gestrand waren naar huis terug konden. Na afloop van de Golfoorlog leidde hij het VN-team dat gedaan wist te krijgen dat het handelsembargo tegen Irak werd verzacht. Irak kon een beperkte hoeveelheid olie verkopen, waarvoor het medicijnen en voedsel kon aanschaffen.
IN 1993 MAAKTE Annan een belangrijke sprong in zijn carriŠre; hij werd onder-secretaris-generaal voor de vredesoperaties. Onder zijn leiding vonden de acties - en gedeeltelijk niet-acties - in Somali‰, Rwanda en Bosni‰ plaats. Een groot succes waren die acties niet. In Somali‰ moest de VN smadelijk vertrekken nadat onder meer achttien Amerikanen waren gedood. In Rwanda was de VN jammerlijk afwezig toen het gruwelijke bloedbad onder de Tutsi’s plaatsvond. In Bosni‰ was het resultaat van de VN-troepen evenmin indrukwekkend; pas toen de Navo en de Amerikanen de zaak overnamen kwam er een eind aan de oorlog.
Deze mislukkingen werden Kofi Annan echter nimmer aangerekend. In de eerste plaats waren er in die tijd veel te veel VN-vredesoperaties, zegt men. Ten tweede wist Annan zich altijd op een handige manier tegen andere VN-functionarissen te keren, die vervolgens de schuld kregen. In de derde plaats wordt het binnen de VN-bureaucratie als een enorme verdienste gezien als je zonder persoonlijk gezichtsverlies uit zulke penibele taken weet te komen. Wat je optreden voor de plaatselijke bevolking heeft betekend telt blijkbaar minder.
Vandaar dat hij de natuurlijke opvolger van de Egyptische secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali bleek te zijn toen die in ongenade viel bij de Amerikanen. Madeleine Albright, toen de Amerikaanse ambassadeur bij de VN en nu minister van Buitenlandse Zaken, is gek op hem. De Fransen zorgden voor een kleine wanklank door zeven keer een veto over zijn verkiezing uit te spreken, maar toen hij zei dat hij in het vervolg Engels zou spreken met een Frans accent, was ook dat probleem uit de wereld.
Annan had het grote voordeel dat hij weliswaar in Afrika is geboren maar toch volledig als de man van de Amerikanen geldt. Washington verwacht van Annan dat hij de VN-bureaucratie zal hervormen, de staf aanzienlijk zal inkrimpen en bezuinigingen door zal voeren; daarna willen ze misschien overwegen iets aan hun achterstallige contributie van anderhalf miljard dollar te doen.
Als een van Annans heldendaden wordt vermeld dat het gigantische papierverbruik van de VN sinds zijn aantreden met 25 procent is verminderd ('Dat moest ook wel’, zei Annan, 'anders waren we met al dat papier door de vloeren gezakt.’). Hij heeft in plaats van de 'Byzantijnse hofhouding’ van zijn voorganger Boutros Boutros Ghali een heus kabinet benoemd en een - vrouwelijke - plaatsvervangend secretaris-generaal. Het is blijkbaar allemaal effici‰nter en rationeler en iedereen heeft weer plezier in z'n werk.
Van de enorme bezuinigingen die vooral de Verenigde Staten van hem verwachtten zal niet veel terechtkomen, maar Kofi Annan is wel zo slim geweest om direct na zijn benoeming naar Washington te gaan om met Clinton en met belangrijke Republikeinse Congresleden te gaan praten.
PRATEN DOET Kofi Annan ongelooflijk goed. Dat hebben ook Tareq Aziz en Saddam Hoessein gemerkt. De Iraakse dictator leek warempel enigszins ontdooid en hij had in plaats van zijn militaire uniform een net pak aangetrokken. En aangezien praten beter is dan bommen gooien en een charmeoffensief beter dan oorlog, moeten we voorlopig maar enorm blij zijn met deze aardige, handige, bescheiden beroepsdiplomaat, over wie Niek Biegman, tot 1 januari de Nederlandse ambassadeur bij de VN en nu gelegerd bij de Navo in Brussel, zegt: 'Hij heeft precies het juiste mengsel van openheid, betrouwbaarheid en discretie om zo'n missie tot een goed einde te brengen. Natuurlijk moet Saddam Hoessein wel willen toegeven, onder bedreiging van de bombardementen, maar als het iemand kon lukken tot een akkoord met hem te komen, dan is dat wel Kofi Annan.’