Kohl luistert iets te goed naar ons

Duitsland maakt zich op voor een stakingsgolf. De post blijft liggen, trein en metro staan stil en zelfs de rechtbanken functioneren even niet. De bonden willen voor de 3,2 miljoen ambtenaren een loonstijging van 4,5 procent. Daarmee staan zij lijnrecht tegenover de regering-Kohl, die een nullijn voor het overheidspersoneel, ingrepen in de sociale zekerheid en langere werktijden heeft aangekondigd.

Kohl en de zijnen hebben daarmee een frontale aanval ingezet op wat de kanselier pleegt te betitelen als ‘vakantiepark Duitsland’. Te dure sociale voorzieningen, de kortste arbeidstijd van heel Europa in combinatie met de hoogste loonkosten dreigen het eens zo stabiele Duitsland uit balans te brengen. Een terugvallende economische groei en oplopende overheidstekorten zijn het gevolg. Als het even tegenzit, dreigt Duitsland zelfs niet tijdig te voldoen aan de toetredingscriteria voor de Europese Monetaire Unie. Het roer moet om, aldus Kohl, die vriend en vijand daarbij wijst op de prestaties van Nederland. Daar heeft men de overheidsfinanciën onder controle, is de loonmatiging zonder weerga, de sociale zekerheid gesaneerd en de toetreding tot het financiële Europa veiliggesteld.
De laatste voorstellen van Kohl komen na het mislukken van een nationaal compromis tussen regering, werkgevers en werknemers, dat via loonmatiging en bezuiniging op overheidsuitgaven moest uitmonden in herstel van de werkgelegenheid. Werkgevers en bonden in de marktsectoren haakten af, waarna Kohl zijn reddingsplan toespitste op de overheid zelf. De strategie is simpel: de sanering van de overheidsfinanciën gaat gewoon door volgens plan; de loonmatiging moet worden afgedwongen via bevriezing van de ambtenarensalarissen. Leg die aan banden, zo is de redenering, dan zal de loonmatiging in andere sectoren vanzelf volgen. Een zelfde scenario wordt gevolgd in België, waar premier Dehaene na het mislukken van een vergelijkbaar nationaal compromis speciale volmachten kreeg van het parlement om via de collectieve sector af te dwingen wat hij in overleg niet voor elkaar kreeg. Eerder al beleefde Frankrijk een dergelijk scenario na het aantreden van de regering-Chirac. Steeds luidt het recept hetzelfde: saneer de overheidsfinanciën, dwing loonmatiging af en de markt zal vanzelf zorgen voor meer werk. Het gaat echter allerminst vanzelf, zoals juist in Nederland is te zien.Want waarom hebben wij dan nog te kampen met langdurige massawerkloosheid? Waarom hebben wij dan discussies over armoede en sociale uitsluiting? Als het Nederlandse 'voorbeeld’ iets leert, dan is het toch dat een louter financieel getoonzet beleid de oplossing van die problemen niet dichterbij brengt?
Jacques Delors, oud-president van de Europese Commissie, memoreerde de afgelopen week dat hij op de Europese top in Maastricht had voorgesteld het criterium 'werkloosheid’ in het Europese verdrag op te nemen. Een poging die strandde op het verzet van de gezamenlijke ministers van Financiën. Maar, zo voorspelde hij ook, 'de monetaire unie zal binnen enkele jaren uiteenvallen als de lidstaten er niet in slagen de werkloosheid te verminderen’. Als het Nederlandse voorbeeld iets leert, dan is het dat het de hoogste tijd is voor werkgelegenheidspolitiek die meer is dan een keurige boekhouding.