Sindsdien is de Bundeskanzler bezeten van een ‘waardige gedenkplaats’. Na de Wende zag het er even naar uit dat de Neue Wache in Oost-Berlijn die rol kon vervullen, maar het opschrift dat dit monument kwam te sieren - ‘Voor de slachtoffers van oorlog en geweld’, dus ook voor gesneuvelde SS'ers en kampbeulen - deed de Duitse joden steigeren. Gelukkig voor Kohl diende zich een uitweg aan: het Holocaust-Mahnmal dat een groep vooraanstaande Duitsers enkele honderden meters verderop in het Berlijnse centrum wilde bouwen.
Helaas wil het met de bouw van dit Mahnmal niet erg vlotten. Al vier jaar wordt er geruzied over wat er precies moet komen te staan. Het mag niet te klein, want dan lijkt de shoah zo weggemoffeld. Het mag niet te groot, want dat is weer zo Duits.
Begin deze week werd bekendgemaakt dat het er dan toch van zal komen; het wordt een woud van vierduizend betonnen pijlers met een hoogte tot vier meter. Een ontwerp van de Amerikaanse architect Peter Eisenman, maar dan wel in de na eindeloos overleg met Kohl tot stand gekomen versie. Met minder pijlers namelijk, en ingegraven, en ook zodanig door bomen omgeven dat het geheel niet zo opvalt. Een onmonumentaal monument dus.
De Duitsers zij hun plaats van nationale rouw van harte gegund, ze hebben immers de afgelopen halve eeuw meer dan welke Europese natie ook blijk gegeven van schuldbesef en inkeer. Maar Kohl moet zijn kranslegverlangen toch nog maar even opzouten. Beter geen dan dit halfbakken compromismonument.