Kohls d-day

Normandie is met z'n flauwe glooiingen en brave heggetjes een saai stukje Frankrijk. Als er niet eens in de duizend jaar een invasie vanuit of op Normandie had plaatsgevonden, zou er al helemaal niets te beleven zijn. Maar nu zijn er twee kolossale monumenten voor beroemde veldslagen te bezichtigen: het zeventig meter lange doek van Bayeux, waarop Willem de Veroveraars Slag bij Hasting uit 1066 is afgebeeld, en het enorme openluchtmuseum in zee waar we de door de geallieerden in de nacht van 5 op 6 juni 1944 opgeworpen bruggehoofden voor de invasie kunnen bezichtigen. Begrijpelijk dat Normandie graag in 1994 de vijftigste verjaardag van zijn Langste Dag wil herdenken en daarvoor de staatshoofden van de geallieerde westerse mogendheden heeft uitgenodigd.

Niet minder begrijpelijk dat bondskanselier Kohl in het Duitse superverkiezingsjaar graag van de partij had willen zijn. De deelstaatverkiezingen in Nedersaksen hebben afgelopen weekend laten zien dat Kohls CDU wel een opkontje kan gebruiken. Tien jaar geleden, in 1984, toen Kohl ook al niet voor het spektakel was uitgenodigd, troostte hij zich er nog mee dat ‘er voor de Duitse bondskanselier geen reden is om feest te vieren als anderen hun overwinning in een veldslag ophalen waarin tienduizenden Duitsers ellendig zijn omgekomen’. Alsof er aan geallieerde zijde bij de invasie in Normandie niemand was gesneuveld, maar tact is niet helemaal de opvallendste eigenschap van de rinoceros uit Bonn.
En toch heeft Kohl ditmaal het grootste gelijk van de wereld. Het is volslagen belachelijk Duitsland uit te sluiten van de herdenking van wat in zekere zin het begin van de bevrijding van Europa is geweest. We herdenken immers het komende jaar, als de verschillende staties uit de jaren 1944 en 1945 telkens vijftig jaar achter ons liggen, niet zomaar een etappe in een Europese burenruzie die de Duitsers lekker hebben verloren en wij gewonnen. Na een halve eeuw is het veel belangrijker dat in 1945 het fascisme is verslagen en daarbij past geen simpele tegenstelling tussen de Duitsers en de anderen. Als Duitsland die overwinning op de nazi’s graag wil meevieren, zou het volstrekt vanzelfsprekend welkom moeten zijn, al zouden velen misschien liever de wijze president Von Weizsakker daarvoor uitnodigen dan Kohl, die nu weer zo ontactisch is om uit boosheid ook zijn diplomaten te verbieden zich in juni in Normandie te laten zien.
Er is echter een nog opvallender afwezige bij de aanstaande herdenking. In het Franse dagblad Liberation wijst de historicus Etienne Francois erop dat het Westen, door het accent te leggen op die zesde juni, een wat al te mooie rol krijgt terwijl de Sovjetunie de zwaarste tol heeft betaald in de strijd. Hij hoopt dat we op 8 mei 1995 met z'n allen de overwinning op het nazisme zullen kunnen herdenken, inclusief Rusland en Duitsland, 'dat niemand vandaag de dag meer van nazi-reminiscenties kan verdenken’. Laten we hopen dat er dan geen ernstiger redenen zijn om landen van een overwinningsfeest op het nazisme uit te sluiten.