Kohls kompels

Ze vormden de basis voor het Wirtschaftswunder, maar juist nu Duitsland wel weer een economische opsteker kan gebruiken, ziet Kohl geen toekomst meer voor Duitse steenkolen. Aan het bier met de kompels van de Hugo-mijn: ‘Het doet pijn om te zien hoe denigrerend de regering over ons praat.’
BUER - Buer is een van die vele troosteloze oorden in het Ruhrgebied waar je het liefst met een grote boog omheen rijdt. De steenkolenmijn Hugo is alom aanwezig. Schachttorens, schachtbokken, schoorstenen en koeltorens domineren de wijde omgeving. Aan de voet van de gitzwarte steenberg ligt de Schungelberg-Siedlung. De huisjes van de mijnwerkers zijn onlangs gerenoveerd, waardoor de wijk een haast pittoreske aanblik biedt. De bewoners, waaronder veel Turken, werken in hun tuintjes of wassen hun auto. Op de ramen van hun woningen zijn posters geplakt met de tekst ‘Erst stirbt die Zeche, dann stirbt die Stadt’ (‘Eerst sterft de mijn, daarna de stad’).

De Hugo en zeventien andere steenkolenmijnen in Noordrijn-Westfalen en het Saarland werden de afgelopen weken met sluiting bedreigd. Op het allerlaatste moment konden de snode plannen van de regering worden verijdeld. Door de indrukwekkende demonstraties in Bonn en Berlijn zag Kohl zich gedwongen de mijnwerkers tegemoet te komen.
‘Onze steenkool zorgt voor werk en zekerheid’, hadden de mijnwerkers in een pamflet geschreven, 'onze steenkool is de basis voor de economie en de welvaart van onze streek. De economie van het Ruhrgebied is op de kolenmijnen aangewezen. Elektriciteitscentrales, hoogovens en de chemische industrie leven van de verzekerde voorziening. Als de plannen van de steenkolentegenstanders doorgaan, verliezen tienduizenden mijnwerkers hun baan. Als de mijnbouw sterft, sterft de stad. Deze catastrofe moet voorkomen worden. Help ons.’
De noodkreet werd gehoord, de bevolking van Noordrijn-Westfalen werd gemobiliseerd. Kerken, verenigingen, scholen en middenstanders verklaarden zich solidair met de kompels. Tweehonderdvijftigduizend mensen vormden een honderd kilometer lange menselijke keten dwars door het Ruhrgebied. Zeventigduizend motorrijders reden naar Bonn en overnachtten in het centrum. De kompels werden het symbool van vijf miljoen Duitse werklozen en andere slachtoffers van de bezuinigingspolitiek van het CDU. De mijnbouw bleek niet enkel een verouderde, verliesgevende industrie te zijn. Voor veel Duitsers is de mijnbouw het symbool van de naoorlogse wederopbouw. Maar de feiten liegen er niet om. Waren er in 1960 nog 500.000 mensen werkzaam in de mijnbouw, dit jaar daalde het aantal tot 85.000. De overheidssubsidie, die in 1970 nog te verwaarlozen viel, steeg dit jaar tot elf miljard.
Dat de Duitse steenkool geen toekomst heeft, viel op te maken uit het afgelopen donderdag bereikte akkoord. Tot het jaar 2000 gaan vier van de achttien mijnen dicht, waarvan drie in het Ruhrgebied. In de vijf jaar daarna sluiten er nog eens vier. In 2005 zal het aantal mijnwerkers gehalveerd zijn tot 48.000. Een vacaturestop, deeltijdbanen, vervroegde uittreding en omscholing zullen leiden tot het verdwijnen van de Duitse mijnwerker. Het bereikte akkoord betekent in feite uitstel van executie. Het is de mijnwerkers op een pijnlijke manier duidelijk geworden dat ze met te veel zijn en dat hun produkt te duur is. Duitse steenkool kost 280 mark per ton, steenkool uit China, Rusland of Zuid-Afrika kost slechts tachtig mark per ton.
'MAAR AAN ONZE steenkool kleeft tenminste geen bloed’, zegt Klaus Jaekel op felle toon. 'In China en Zuid-Afrika werken kinderen in de mijnen, onder erbarmelijke omstandigheden. Ze dragen geen helmen en geen handschoenen en ze werken met primitieve gereedschappen. Als een voorman in China met vijftig man de mijn ingaat en een paar dagen later met twintig man minder terugkomt, maakt dat niets uit. Hij heeft zo weer twintig nieuwe mijnwerkers, als hij de steenkoollaag maar bereikt. Een mensenleven is daar niets waard. De lijken van die twintig omgekomen mijnwerkers worden dagen later in een hoek gesmeten en de familie mag ze dan identificeren. In Duitsland kost een dode mijnwerker een miljoen mark aan boetes. De veiligheid van de Duitse mijnwerker is het allerbelangrijkste. Bovendien heeft de Duitse steenkool de hoogste kwaliteit in de wereld, met de hoogste verbrandingswaarde. De geïmporteerde steenkool bevat veel zwavel. De effectiviteit van een ton Duitse steenkool staat gelijk aan 2,5 ton buitenlandse steenkool.’
Jaekel (41) werkt al 23 jaar in de Hugo-mijn. Zijn vader en zijn grootvader waren eveneens mijnwerkers. Jaekel was de drijvende kracht achter de protestacties van de afgelopen weken. Hij organiseerde de wake bij de Brandenburger Tor in Berlijn en deed een oproep aan Duitse motorrijders om massaal naar Bonn te komen.
Jaekel: 'De mijnwerkers waren en zijn het symbool van de Duitse wederopbouw. Wij hebben ervoor gezorgd dat het land door de moeilijke jaren na de oorlog werd gesleept. Maar Helmut Kohl heeft ons niet langer nodig, dat heeft hij openlijk voor de televisiecamera’s verklaard. “Wat moet ik met Noordrijn-Westfalen en het Saarland, die mensen stemmen sowieso niet op mij”, zei hij onbeschaamd. Als Kohl geen verstandig besluit had genomen, waren we terug gegaan naar Bonn en dan was de boel zeker uit de hand gelopen. De maat is vol. In Buer is al twintig procent van de bevolking werkloos. Als de plannen van Kohl waren doorgegaan, zou dat percentage stijgen tot boven de dertig. Want andere industrieën in de regio zijn afhankelijk van de mijnbouw en ook daar zouden dan ontslagen vallen. Maar dat snappen ze in Bonn niet.
Er wordt gezegd dat de overheid per Duitse mijnwerker jaarlijks 130.000 mark subsidie betaalt, maar dat is propaganda van de FDP. Een alternatieve berekening laat zien dat het om hoogstens 20.000 mark per jaar per mijnwerker gaat. Jaarlijks is de mijnbouw goed voor achttien miljard mark aan opdrachten aan de vrije economie. Vooral de staalindustrie is gebaat bij de mijnbouw. We ondersteunen de middenstand, betalen ons blauw aan de belasting. We betalen de hoogste ziekenfondspremies omdat we zo'n gevaarlijk beroep hebben. Maar dat wordt niet meegeteld door de FDP. Door de jaren heen zijn onze salarissen steeds slechter geworden. Vroeger verdiende je in de mijnbouw, in vergelijking met andere industrieën, het meest. Nu staan we op de dertigste plaats. De lonen zijn sinds 1988 gestagneerd. De salarissen variëren van 1300 tot 1800 mark netto per maand, alleen door veel overuren te maken kun je aanzienlijk meer verdienen.
Wij moeten boeten voor het overheidsbeleid. Duitsland levert de hoogste bijdrage aan de Europese Unie en draagt in Europa het meest aan ontwikkelingshulp bij. En dan heb ik het nog niet over alle schadeloosstellingen ten gevolge van de Tweede Wereldoorlog. We worden er steeds weer aan herinnerd dat we de oorlog verloren hebben. Maar onze generatie heeft daar niets mee te maken.
Toen de energiecrisis uitbrak, was iedereen maar al te blij dat er nog steenkool was. We moeten blij zijn met een zekere brandstofvoorziening. In Frankrijk vroren de afgelopen winter de rivieren dicht en moesten de kernreactoren sluiten omdat ze geen koelwater meer konden krijgen. Uiteindelijk konden de mijnwerkers weer voor brandstof gaan zorgen. Kernenergie is geen alternatief, dat is de afgelopen jaren toch wel duidelijk geworden. Kijk maar naar wat er in Gorleben is gebeurd. De regering kan beter zo voorzichtig en zuinig mogelijk omspringen met de steenkoolmijnen. Als een mijn eenmaal dicht is, kan je hem nooit meer gebruiken. De waterspiegel stijgt, de groeven verwateren en het gesteente wordt poreus. Een mijn is geen autofabriek die je tien jaar kunt sluiten en vervolgens weer opent.’
DE MIJNWERKERS zijn niet als winnaars uit de strijd gekomen, maar vandaag willen ze daar niets van weten in Buer. De bevolking viert feest. In de evangelische Apostelkerk, die de afgelopen maand dienst deed als actiecentrum, wordt een speciale dankdienst gehouden. De kerk is afgeladen vol. Onder het toeziend oog van de burgemeester en SDP-politici zingt het mijnwerkerskoor liederen. Het interieur van de kerk doet denken aan een mijnmuseum. Voor de preekstoel ligt een reusachtige brok steenkool, omringd door helmen. Aan de muren hangen spandoeken. In het buurthuis achter de kerk speelt een band en wordt gedanst. Bier, soep en gebak zijn gratis. Voor de kinderen zijn er zwarte lollies, op de verpakking staat 'steenkool is leven’. In de keuken maken mijnwerkersvrouwen buttons ter herinnering aan de demonstraties. De Bogestra-Soundcheck-band zingt het strijdlied 'Kumpellos’, de tekst wordt uitgedeeld onder de aanwezigen:
'Ihr Name ist Zeche Hugo, sie ist die schönste im Ort./ Doch ohne staatliche Mittel, ist auch sie schon bald fort./ Was soll'n wir machen, ohne Maloche (zwaar werk - ava) der Weg zu Amt fällt uns schwer./ Und was wir einmal haben besessen, dass gibt uns keiner mehr, dass gibt uns keiner mehr./ Die Lösung heisst Subventionen für unsere Kumpel im Ort./ Wir woll'n doch alle hier wohnen und keiner muss dann hier fort./ Wenn wir alle zusammen halten, in Solidarität/ und sich die Menschen an Händen halten,/ der Kohl die Zeichen versteht, der Kohl die Zeichen versteht./ Hey Vater was ist mit Dir los,/ ganz ohne Zechen sind wir Kumpellos, völlig Kumpellos.’
ERICH ZERANSKI (73) zit met een paar voormalige collega’s bier te drinken in het buurthuis en kijkt tevreden toe. De afgelopen maand kwam hij dagelijks naar de Apostelkerk om de actievoerende mijnwerkers een hart onder de riem te steken. In 1979 werd hij arbeidsongeschikt verklaard. Zeranski: 'Ik heb in Rusland gevochten en ben vervolgens gevangen genomen door het Amerikaanse leger. In 1946 werd ik weer vrijgelaten. Toen ik terugkwam in Buer bleek vrijwel de hele stad te zijn gebombardeerd, inclusief onze woning. De Engelse militaire regering dwong mij vervolgens om onbetaald bommen te demonteren op de plaatselijke paardenrenbaan. Die bevond zich pal naast de Hugo en zat vol met kraters en blindgangers. Er worden daar nog steeds bommen gevonden. Uiteindelijk ben ik in de mijn gaan werken, net als mijn vader. Ik moest kolenkloppen met de hand. De werkomstandig heden waren vreselijk. We werkten op onze knieën in een schacht die nauwelijks een halve meter hoog was. Op duizend meter diepte was de temperatuur van het gesteente rond de vijftig graden. Je kon er kippeëieren uitbroeden.
De steenkool heeft Duitsland groot gemaakt, de mijnwerkers hebben een zwaar offer gebracht. Maar daar wil Kohl niets van weten. Het doet pijn om te zien hoe denigrerend de regering nu over de mijnwerkers praat. De FDP is nog het ergst, dat zijn huichelaars. Ik ben meegegaan naar de demonstratie in Bonn. Op een gegeven moment stonden we voor het kantoor van de FDP. Daar zaten ze voor de ramen Sekt te drinken en staken ze hun middelvinger naar ons op. De minister van Economie heeft verklaard dat de subsidie voor de mijnen verspild was en dat zoiets nooit meer mag gebeuren, de mijnen hebben toch geen toekomst meer. Volgens hem heeft zelfs de mijntechnologie geen toekomst meer. In welk land woont die man eigenlijk? Alleen al om de technologie moeten we de mijnen in stand houden. Onze kennis wordt geëxporteerd naar China en Zuid-Afrika. Wij zijn de absolute leiders op dat gebied.
De mijnwerkers zijn verbitterd geraakt, iedereen hoopt dat de regering-Kohl snel valt. Het is onvoorstelbaar dat Bukako, Bundeskanzler Kohl, zo lang aan de macht is. Welke arbeider kan nu nog op de CDU stemmen? Hun partijprogram is volkomen tegen arbeiders gericht. Baden-Württemberg en Beieren, de bolwerken van de CDU/CSU en de FDP, lopen voorop in de kritiek op de mijnbouw. Zij zijn zeker vergeten dat we hun na de oorlog geholpen hebben met de steenkool, zodat ze hun industrie weer op peil konden krijgen en ze de koude winters door konden komen. Nu krijgen we stank voor dank.
Bovendien willen ze het afval van hun kernreactors bij ons in de buurt dumpen, daar zijn wij wel goed voor. Wij dumpen de as van de Hugo toch ook niet bij hen? De Berlijners zijn ons tenminste niet vergeten, die stonden massaal achter ons de afgelopen weken. Veel arbeiders uit het Ruhrgebied gingen vroeger op vakantie naar Beieren. Maar door de denigrerende houding van Beieren kiezen ze nu andere vakantiedoelen. De Duitse mijnbouw heeft een eigen reisbureau, ik heb voorgesteld dat we de pagina’s met Beieren maar uit hun gids moeten scheuren. Ze klagen over de subsidies aan de mijnbouw terwijl BMW en de Beierse boeren ook zwaar ondersteund worden. Wat een arrogantie.
Kohl wil in de toekomst goedkope steenkool uit het buitenland importeren. Blüm, de CDU-minister van Arbeid, zegt dat we geen tapijten meer moeten importeren die door kinderen zijn geknoopt. Maar dan moet hij ook consequent zijn en geen steenkool uit Zuid-Afrika en China meer importeren. Daar is kinderarbeid in de mijnen doodnormaal. Bovendien zijn die landen ook niet gek. Als onze mijnen eenmaal dicht zijn, zullen ze de prijs van 80 Mark per ton onmiddellijk verhogen naar 180 Mark per ton.’
Vijfendertig jaar ploegendienst in de Hugo hebben Zeranski in een wrak veranderd. Sinds 1973 heeft hij geen maag meer, zijn ruggewervels zijn kapot. Zeranski: 'Ik heb doorgewerkt tot het bittere eind. Als ik de huur en de vaste lasten had betaald, hield ik nog 624 mark over. Ik heb 37 jaar lang keihard gewerkt, nooit de kantjes ervan afgelopen, nooit problemen met de directie gehad. Het doet me pijn dat het allemaal voor niets is geweest. Ik hoop niet mee te maken dat de Hugo dicht gaat. Mijn vader en mijn opa hebben er gewerkt, ik ben de laatste van een generatie mijnwerkers.’
NAAST ZERANSKI zit Hassan Zaouki (51). Hij komt uit Marokko en werkt al 32 jaar in de Hugo. Hij spreekt vloeiend Duits. Zaouki: 'De mijnwerkers zijn als broeders. Het is een gevaarlijk beroep, in de mijn ben je volledig op elkaar aangewezen. Je moet elkaar kunnen vertrouwen, er kan zo iets mis gaan. In het begin van de jaren zestig werden hele dorpen in Turkije en Marokko door de mijnbouw geronseld. Ik ben op eigen initiatief gekomen, heb nooit in een pension gewoond. Ik werd onmiddellijk geaccepteerd door de Duitsers en heb nooit aanpassingsproblemen gehad. Ik zat met mijn collega’s in het café en kwam bij ze thuis.’
Zaouki is de enige buitenlander op het feest, terwijl er zevenhonderd Turken in de Hugo werken. Zaouki: 'Ik snap ook niet waarom ze niet gekomen zijn. Een aantal wilde niet naar de kerk, dat zou hun imam verboden hebben. Maar dat is onzin, ik ben ook moslim en naar ik weet kan ik gewoon een kerk binnenlopen. Aan het einde van dit jaar maak ik gebruik van de mogelijkheid tot vervroegde uittreding. Ik vind dat ik plaats moet maken voor de jongeren. Maar dit jaar hebben er zich slechts 35 aangemeld voor de opleiding, vroeger waren er jaarlijks vierhonderd. Ik wil ook niet meemaken dat de Hugo dichtgaat, tegen die tijd ben ik naar Marokko vertrokken. Het zal me de nodige moeite kosten om Buer te verlaten, maar Buer is een dode stad zonder de Hugo.’