Kok mijdt het t-woord

Er is een mechanisme in de Nederlandse pers dat benarde politici keer op keer uitstekend van pas komt: de gewoonte om primeurs van de concurrent zo lang mogelijk dood te zwijgen, het liefst zelfs totaal te negeren, in de hoop dat de ontstane consternatie vanzelf weer overvliegt en dat de schande dat de concurrent er eerder mee was snel uit de herinnering verdwijnt. Deze vorm van authentiek Hollandse broodnijd draagt in hoge mate bij tot het rustig voortkabbelende politieke klimaat.

Een schoolvoorbeeld is de donderende stilte die volgde op de publicatie van De onzichtbare hand van de politiek van de NRC Handelsblad-redacteuren Cees Banning en Tom-Jan Meeus. Het nijvere speurdersduo grossierde verleden jaar al in de ene spectaculaire onthulling na de andere over het grootschalige gesjoemel met belastinggeld dat als de technolease-affaire de kronieken in ging. Reeds toen hulden verreweg de meeste collega-media zich in diepe stilte. Het kabinet Lubbers-Kok bleek met technolease op uiterst dubieuze gronden miljarden belastingvoordeel te hebben uitgekeerd aan Philips, Fokker en de Rabobank. Maar van een schandaal wilde het maar niet komen. Ongetwijfeld spoorde deze frustrerende toestand de twee verslaggevers aan tot verder onderzoek. Dankzij hun uitstekende bronnen - onder wie ex-secretaris-generaal van Economische Zaken Rutten en de huidige Philips-topman Maljers - schetsen zij een overtuigend beeld van de technolease-malversaties, in de schaduw waarvan de 2,6 miljard gulden die indertijd door de RSV-plee werd getrokken, kinderspel is.
Maljers geeft in het boek nota bene zelf toe dat de technolease-regeling voor zijn eigen Philips ‘niet ethisch’ was, en in feite neerkwam op 'willoos gooien met geld’. Rutten geeft in het boek een keihard oordeel over Zalm, ooit zijn eigen pupil, in diens pogingen om de technolease-erfenis van het kabinet-Lubbers/Kok van zijn politieke angel te ontdoen. Rutten: 'Gerrit Zalm kon nog maar een ding doen: liegen tot-ie doodvalt’.
In De onzichtbare hand van de politiek komen Banning en Meeus met onweerlegbare bewijzen. Een verleden week ondernomen poging van minister Wijers om te redden wat er te redden viel - zoals deze eerder ook een frontale aanval op de Rekenkamer opende - liep op niets uit. Het schrijven van de minister aan de Kamer (strekking: er klopt niets van het verhaal van Meeus en Banning) werd door de verslaggevers aan een pijnlijke analyse onderworpen, waarbij Wijers tot achter de komma terecht werd gewezen. Zalm houdt inmiddels wijselijk zijn mond.
De grote missie van Paars wat betreft technolease lijkt nu uitstel. Koste wat kost dient te worden voorkomen dat de affaire nog in de verkiezingsstrijd aan de orde komt. Binnen de coalitie heeft alleen Bolkestein even iets van verontwaardiging geventileerd, maar de VVD-lijsttrekker hield het bij die enkele oprisping. Hij mag het zijn eigen liberale troetelkind Zalm uiteindelijk niet te moeilijk maken.
Ook bij de oppositie is er weinig animo de zaak uit te spelen. De Hoop Scheffer bedenkt zich wel honderd keer om het ’T-woord’ in de mond te nemen, want dan pleegt hij vadermoord op voorganger Lubbers.
De PvdA zwijgt helemaal in alle talen, want die heeft het meest te verliezen. Kok was minister van Financi‰n toen de smakelijke bonussen aan het bedrijfsleven werden uitgekeerd. Als politieke survivor eerste klasse rook hij vanaf het prille begin onraad. Vandaar dat Kok zijn onfortuinlijke staatssecretaris Van Amelsvoort (CDA) het vuile werk liet opknappen. Die moest het doen zonder ministeri‰le dekking, en zag zijn politieke loopbaan als gevolg van een nervous breakdown over zo veel verspilling spaak lopen. Kok ging vrijuit, hoewel hij toch de eerstverantwoordelijke was. Politiek gezien knap, de wijze waarop Kok ter pacificatie van de technolease-controverse Zalm en Wijers gebruikt als zijn loopjongens. Maar moreel is het niet minder dan een aanfluiting.