Komt er een grondwetswijziging?

Kok zegt de koningin de wacht aan

Op initiatief van Wim Koks ministerie van Algemene Zaken bereiden hoge ambtenaren een grondwetswijziging voor waarin de staatsrechtelijke bevoegdheden van koningin Beatrix rigoureus aan banden zullen worden gelegd.

Premier Wim Kok gaf anderhalve maand geleden al een voorzet in het kerstnummer van het weekblad Elsevier.


Is het niet tijd de monarchie te moderniseren? vroeg de interviewer.


‘Er wordt structureel nagedacht over de wijze waarop het koningschap in de volgende eeuw invulling moet krijgen’, antwoordde Kok. ‘Er wordt niet alleen over nagedacht, er wordt over gesproken. Uiteraard neem ik aan de beslotenheid van die gesprekken deel. Van groot belang is dat in een samenleving waar de monarchie zo zeer wordt hooggeacht, wordt nagedacht over eisen en vereisten die aan een modern koningschap worden gesteld. Wij leven in een tijd met gewijzigde normen op allerlei terreinen en dus moet ook de monarchie getoetst worden aan nieuwe normen over openheid en transparantie.’


Die herijking van de vorstelijke rechten en plichten kan op twee manieren gebeuren. Men kan de bevoegdheden van de Koning(in) verzwaren, wat geen serieus punt van overweging is. Of men kan de bevoegdheden van de Koning(in) beperken tot het strikte protocol, zoals dit al jaren in Zweden tot volle tevredenheid functioneert. Dat is de richting waarin Kok koerst, samen met zijn juristen op het ministerie van Algemene Zaken. In een dergelijke structuur is geen plaats meer voor de vorst(in) als voorzitter van de Raad van State en als eerst verantwoordelijke voor het aanwijzen van de kabinetsformateur.


Van beide functies wordt zij ontheven, melden — onafhankelijk van elkaar — diverse direct betrokkenen. De huidige vice-voorzitter van de Raad van State wordt (logischerwijze) voorzitter. De volksvertegenwoordiging op haar beurt beslist straks over de persoon van de kabinetsformateur. Kok heeft, zij het met de gebruikelijke aarzeling, de opdracht gegeven zo’n grondwetswijziging voor te bereiden. Een selecte groep hoge ambtenaren van Koks eigen ministerie van Algemene Zaken is al druk aan het werk.


Het betekent de facto dat het huidige staatshoofd uit de regering stapt.


De opeenstapeling van incidenten rond de vorstin (haar particuliere opvattingen over recht en orde, haar bemoeienis met de gekozen burgemeester, haar opvattingen over de vermeende leugenachtigheid van de media, haar pressie op Buitenlandse Zaken een ambassade in Amman te openen en bovenal ‘de coup van Beatrix’ bij de kabinetsformatie van 1994) heeft de discussie over de positie van het huidige staatshoofd geïntensiveerd. Daar komt de bestuurlijke bezorgdheid bij over de nabije toekomst. Is de levenslustige koning Willem IV (om maar over zijn aanstaande echtgenote te zwijgen) solide genoeg om niet in de sloppen en stegen van een constitutionele monarchie te verdwalen? Bovenal overheerst echter het nuchtere argument dat anno 2000 de monarchie als een relict uit vervlogen eeuwen wordt ervaren, óók door diegenen die in principe een welwillende mening over het Huis van Oranje hebben. Ten slotte is er druk vanuit het verenigde Europa. Een particuliere mevrouw of meneer, die het erfelijk recht heeft zich op verregaande wijze met het bestuur van een lidstaat te bemoeien, past niet in de nieuwe zakelijkheid die men in Brussel en Straatsburg beoogt te praktiseren.


De actuele discussie rond de koninklijke vakantie in Oostenrijk heeft de beoogde hervormingsplannen niet beïnvloed, al was het alleen al omdat de positie van de koningin reeds vóór haar vertrek naar Lech onderdeel van nadere bezinning was. Niettemin geldt deze affaire als een illustratie van de verkrampte verhouding tussen regering en vorstenhuis. Premier Wim Kok is in den brede, links en rechts, bekritiseerd als de man die blijkbaar voor de zoveelste keer gebukt gaat onder het koninklijke juk. In werkelijkheid is de vakantie van de koningin noch door haar, noch door de minister-president besproken. Kok heeft gewoon uit de krant vernomen dat Beatrix zich niets aantrok van de internationale boycotactie, waar hij nota bene zelf medeverantwoordelijk voor was. Niettemin was hij in het openbaar gedwongen de vakantie in Oostenrijk als ‘een privé-aangelegenheid’ te verdedigen. Immers: ‘De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.’


Het is artikel 42, lid 2, uit de Grondwet, een staatsrechtelijke antiquiteit waarover ook de over het algemeen zo bedaarde minister-president in toenemende mate zijn gemengde gevoelens heeft. Hij vormt, constateerde recentelijk NRC Handelsblad, met zijn calvinistische polderachtergrond trouwens een minder vanzelfsprekend team met de koningin dan de flamboyante, wendbare Ruud Lubbers dat deed. Tegelijkertijd weet Kok dat het niet zinvol is het land in een echte koningskwestie te storten. Vandaar het compromis dat wordt voorbereid: Nederland blijft een monarchie, zij het in sterk afgeslankte vorm, een vorm waarvoor in de volksvertegenwoordiging (PvdA, VVD, D66, GroenLinks, SP) de grondwettelijk vereiste tweederde meerderheid te vinden is.


Koningin Beatrix is bij de beraadslagingen over het ‘toetsen’ van een eigentijdse monarchie betrokken geweest, zonder dat zij op de ultieme consequenties daarvan is gewezen. Het is echter onafwendbaar dat de woorden van vandaag in de daden van morgen worden omgezet. Premier Wim Koks voornaamste zorg is vooralsnog de vraag: hoe vertel ik het de koningin?