Cara De Silva

Koken met de mond

‹In de keuken van het geheugen› is een verzameling recepten, tijdens de Tweede Wereld oorlog door een Tsjechoslowaakse vrouw in het kamp Theresienstadt opgeschreven terwijl honger en dood alom aanwezig waren. De samenstelster: «Het was een vorm van psychologisch verzet tegen de vernietiging van hun cultuur.»

Vorig jaar verscheen Fantoompijn van Arnon Grunberg. Een onderdeel daarin heeft veel weg van In de keuken van het geheugen. Het boek van Grunberg is een fictief werk over de aan lager wal geraakte schrijver Robert Mehlman die zich ontpopt als culinair journalist en besluit een kookboek samen te stellen inzake de Pools-joodse keuken. Mehlman komt daartoe in contact met een mevrouw Fischer, die hem de recepten geeft die ze ooit van haar moeder heeft gekregen.

Dat lijkt op In de keuken van het geheugen, samengesteld door een culinair journalist die de recepten kreeg van Anny Stern, de dochter van Mina Pachter die ze op papier had gezet.

Het boek van Robert Mehlman heet De Pools-joodse keuken in 69 recepten. Het andere boek bevat 71 Tsjechoslowaaks-joodse recepten, maar wie een variant op een bepaald recept en een recept zonder titel niet meetelt, komt uit op 69. Mehlman stelt mevrouw Fischer voor een stichting op te richten om, zegt hij, «het archief van uw moeder te bewaren en toegankelijk te maken voor brede lagen van de bevolking. De fakkel moet worden doorgegeven.» Ook zegt hij: «Ik zal erover denken hoe we uw moeder kunnen laten voortleven in haar recepten.»

Anny Stern, de dochter van Mina Pächter zegt in In de keuken van het geheugen: «Het delen van deze recepten is een eerbetoon aan de gedachten van mijn moeder en die van anderen dat er ergens, op een of andere manier, een betere wereld moet zijn.»

De Amerikaanse editie van In de keuken verscheen in 1996, vier jaar voordat Fantoompijn uitkwam, en is toen besproken in onder meer de New York Times. Grunberg woont in New York. Heeft hij zich erdoor laten inspireren? «Nee», antwoordt hij per e-mail, «ik ken het boek niet.»

«Toen het boek uitkwam, wilde ik iets organiseren, maar wat voor party kun je voor zo'n uitgave op touw zetten? We konden terecht in een zaaltje van een toen bekend restaurant in New York. Er stonden kaarsen voor de vrouwen uit het kamp. Er waren bewogen toespraken. Maar het meest aangrijpende was dat de kok eten had bereid dat was gebaseerd op de recepten in het boek. Het was een ongelooflijke ervaring om die ruimte binnen te komen en om het eten te zien van hun dromen. Het te ruiken, te proeven. Het was een triomf. Het was een manier om hun stemmen in leven te houden, om via de taal van voedsel te zeggen: screw you, Hitler.»

Cara De Silva, journalist en culinair historicus in New York, begeleidde de publicatie van In de keuken van het geheugen: Nagelaten door de vrouwen van Theresienstadt. Het lijkt een project dat nonchalant is omgesprongen met de tijd. Een vergeeld pakje handbeschreven papier deed er ruim veertig jaar over om boven water te komen. In 1991 was het goeddeels klaar voor publicatie, maar het moest eerst door 32 uitgevers worden afgewezen alvorens in 1996 in boekvorm te verschijnen. Nog eens vijf jaar later verscheen de eerste niet-Engelstalige editie, en wel in het Nederlands: een verzameling recepten, in de Tweede Wereldoorlog door een Tsjechoslowaakse vrouw in het kamp Theresienstadt genoteerd terwijl honger en dood alom aanwezig waren.

De Silva: «Het is een bijzonder indringend document dat je niet loslaat. Ik weet dat mensen die niet in staat waren met de holocaust om te gaan dat wél konden via deze bundel. Het is ook een diep triest document: recepten die zijn opgeschreven door uitgehongerde vrouwen, recepten waarvan ze slechts konden dromen. Als iemand die beroepshalve met voedsel omgaat, zie ik graag dat men eten begrijpt in al zijn betekenissen. Het gaat niet alleen om het voeden van het lichaam maar, zeker in dit geval, om het voeden van de geest.

Ik vind het belangrijk dat de stemmen van deze vrouwen opnieuw worden gehoord. Vrouwen die door dit op te schrijven, probeerden iets van hun cultuur vast te houden, iets van het dagelijks leven. Het was een vorm van psychologisch verzet tegen de vernietiging van die cultuur. Voedsel is een krachtig onderdeel van een identiteit en in de wereld van deze vrouwen was koken van groot belang. Ze waren er trots op. Het is bekend dat gevangenen van de nazi’s geobsedeerd waren door eten. Maar niet alleen omdat ze honger hadden, ook omdat het een verbinding was met de wereld van vóór het kamp.

Ze konden in het kamp hevig discussiëren over de juiste ingrediënten, over de vraag of de beste chocoladetaart uit Wenen of uit Praag kwam, bij welke winkels de beste ingrediënten te koop waren.»

Theresienstadt was een «modelkamp» in een garnizoensstad, zo'n zestig kilometer ten noorden van Praag, dat de buitenwereld ervan moest overtuigen dat de Duitsers keurig omsprongen met de joden. Er werd een propagandafilm gemaakt met de titel De Führer geeft de joden een stad. Toen ooit het Rode Kruis op inspectie kwam, stond het kamp ineens vol bloemen; het leek of iedereen een eigen kamer had; er was een kledingwinkel; er was verse koffie; er waren verse groenten. Maar de inspectie had haar hielen nog niet gelicht of de keuken serveerde weer een grijzig soepje en rotte aardappels.

Bijna 140.000 joden werden er opgesloten. Velen keken bij aankomst raar op, want ze hadden via propagandapraatjes de indruk gekregen dat het een luxe kuuroord was. Sommigen meenden zelfs dat ze een appartement voor het uitzoeken hadden en dat ze konden aangeven of ze een balkon op het zuiden wensten. Van de 140.000 joden zijn er 90.000 doorgestuurd naar de vernietigingskampen, en 34.000 stierven er in Theresienstadt. Sommigen werden vermoord, de meesten stierven aan ziekten en ondervoeding.

Mina Pächter had er niet hoeven eindigen. In 1939 stimuleerden de nazi’s de emigratie van Tsjechische joden. Haar dochter Anny had een ontmoeting met Adolf Eichmann, namens Hitler verantwoordelijk voor joodse zaken. Eichmann vroeg haar of ze een zionist was, wat Anny bevestigde. Waarop de man zei: «Mooi, ik ook. Ik wil dat elke jood naar Palestina vertrekt.» Anny’s echtgenoot was haar al voorgegaan en zij zou volgen met haar zoontje. Ze trachtte wanhopig haar moeder ervan te overtuigen dat ook die het land moest verlaten, maar Mina, toen 67 jaar, zag daar de noodzaak niet van in. «Wie doet een oud mens kwaad?»

Gedurende haar kampjaren was Mina veel bezig met eten. De Silva: «Het werd wel ‹koken met de mond› genoemd, omdat de recepten niet konden worden uitgevoerd. ‹Koken in bed› had je ook, als de lichten uit waren en de bewoners herinneringen ophaalden. Tot in de kleinste details. In het boek staat een recept voor karamelbonbons uit Baden, en tegen het eind staat dat die moeten worden verpakt in een roze papiertje. Dat vind ik zo'n intriest en sprekend onderdeel. Dat iemand in zo'n kamp, waar op sommige dagen honderd bewoners omkwamen, terugkeert naar zo'n zoet cultureel symbool en dan aan dat roze papiertje denkt. Wie kan bevroeden dat ooit een karamelbonbon fungeerde als wapen?»

Dat het Mina steeds slechter ging, blijkt uit de kwaliteit van haar handschrift. En uit de vergissingen in de recepten die ze in samenspraak met andere vrouwen noteerde. «We hebben die fouten niet verbeterd. In zekere zin vormen ze het verhaal, ze vertellen een deel van de geschiedenis. De vrouwen waren niet meer in staat de recepten juist te formuleren, ze wisten de details niet meer.»

Op haar sterfbed in het kamp gaf Mina de recepten, wat familiefoto’s en brieven die ze een paar maanden daarvoor aan Anny had geschreven («het leven is niet echt makkelijk maar ik onderga het in blijdschap, in de hoop jullie eens weer te zien») aan een vriend, met het verzoek het pakje bij Anny in Israël te bezorgen. Anny kreeg het pas in 1969, in New York, en toen duurde het nog twintig jaar voordat ze het aan een bevriende culinair journalist liet zien.

Wist Anny hoe het Mina verging in het kamp? «Enigszins wel, denk ik. Er was spaarzaam postverkeer; Mina heeft een paar korte brieven geschreven. Maar regelmatig contact was er zeker niet. Anny zal toen bijvoorbeeld niet geweten hebben dat het joodse bestuur in het kamp, gedwongen door de omstandigheden, had besloten dat de jongeren belangrijker waren dan de ouderen. De ouderen werden opgeofferd. De jongeren kregen meer en beter te eten. De ouderen gingen als bedelaars kruipend door het kamp op zoek naar restjes van toch al beroerd eten. De jeugd had immers de toekomst, die kon wellicht ooit naar Israël en het jodendom redden.»

Anny hoorde al in 1944 dat haar moeder was overleden. «Mina’s stiefkleindochter, Liesel Laufer, werkte als verpleegster in Theresienstadt. Mina lag in het ziekenhuis en leed net als veel anderen aan een proteïne tekort. Pogingen haar te helpen waren vergeefs. Liesel berichtte de familie in Israël.»

Toen bij de verschijning van de Amerikaanse editie sommige kranten vroegen om recepten die ook konden worden uitgevoerd, heeft de vertaler, zelf afkomstig uit Tsjecho-Slowakije en destijds ook een gevangene in Theresienstadt, in een tiental recepten correcties aangebracht. De Silva: «Het grootste eerbetoon dat je de vrouwen in het kamp kunt bewijzen, is het uitvoeren van hun recepten, het maken van het eten waarover ze hadden gefantaseerd. Tijdens de boektournee vertelden mensen me dat ze deze recepten in de keuken bewaren naast de kookboeken en dat ze voor elke joodse feestdag een recept uitvoeren ter nagedachtenis aan de vrouwen van Theresienstadt. Dat is wat ik steeds had gehoopt. Dat deze vrouwen een plek zouden krijgen in huishoudens over de wereld.»

Het originele document bevindt zich in het Holocaust Memorial Museum in Washington DC.

Cara De Silva (samenst.), In de keuken van het geheugen: Nagelaten door de vrouwen van Theresienstadt

Uitg. De Toorts, 120 blz., ƒ37,50