Kokette complimenten van rottenberg

De openbare knieval van oud-PvdA-voorzitter Rottenberg voor Frits Bolkestein komt niet uit de lucht vallen. Rottenberg en Bolkestein zijn in feite altijd bloedbroeders geweest. Beide staan voor wat men het postmodernisme in het politieke bedrijf zou kunnen noemen: meer op vorm dan op inhoud gefixeerd, zich liever bedienend van buitenparlementaire publiciteitsstrategieën dan van Binnenhofse loopgravenoorlogen, altijd op jacht naar nieuwe stokpaarden, minder geïnteresseerd in de voltooiing van eerder geventileerde ideeën.

Zowel Rottenberg als Bolkestein staat te boek als ‘ontregelaars’, communicatiemanagers die met hun visioenen zorgen voor ideologische ontstoppingen. Het meest wezenlijke verschil tussen de twee is dat Rottenberg zijn missie zag stuklopen, terwijl Bolkestein nog immer tot steeds grotere hoogten komt.
Door nu zo ostentatief zijn liefde voor Bolkestein te belijden en hem te verdedigen tegen aantijgingen van PvdA-kopstukken als Wallage, neemt Rottenberg indirect wraak op de sociaal-democratische partijbaronnen die hem in zijn politieke missie hebben gedwarsboomd. In de figuur van Bolkestein herkent Rottenberg veel van zichzelf. En dus tast hij diep in de buidel van de lof in een soort afgeleid zelfportret. 'Ogenschijnlijk lijkt Bolkestein het toppunt van innerlijke rust, maar hij wordt permanent gedreven door vragen, irritaties, waarnemingen, ideeën uit de literatuur, de wereldgeschiedenis, maar vooral de dagelijkse praktijk’, aldus Rottenberg. 'Dat had Den Uyl ook. Altijd maar weer vragen, uitproberen, stellingen innemen, de kwestie op scherp zetten. Dat is het ware karakter van de politicus die eenzaamheid, laster en ongemak verdragen kan.’ Ook haastte Rottenberg zich afstand te nemen van eerdere kritiek die hij op Bolkestein had. 'Ik werd toen door PvdA-leden betaald’, heette het.
Op zich zijn de complimenten van Rottenberg nogal ongedefinieerd. Misschien wordt Bolkestein inderdaad voortgedreven door ideeën uit 'de’ literatuur en 'de’ wereldgeschiedenis, maar dat zijn in feite lege kwalificaties. Door wie laat Bolkestein zich dan precies inspireren? Joan Derk van der Capellen tot den Pol of Keizer Nero, Céline of Kafka - het is nogal een verschil. Zo blijven Rottenbergs complimenten koket en potsierlijk.
Ronduit onvergeeflijk is het echter als Rottenberg het waagt Bolkestein te vergelijken met Joop den Uyl. Want er zijn werkelijk geen grotere tegenpolen te bedenken dan Den Uyl en Bolkestein. Den Uyl hebben wij leren kennen als de man van de compassie en de wroeging, een dromer en een doener tegelijk, vol maagkrampen over de compromissen die hij noodgewongen sloot, en bovenal een vriend van het volk. Zijn politieke missie was van een religieuze bevlogenheid; op handjeklap ten gunste van een bevriende medicijnfabrikant heeft men hem nooit kunnen betrappen. Bolkestein is en blijft het beste jongetje van de klas, altijd op zoek naar een manier om te excelleren, alles ter meerdere eer en glorie van hemzelf. Akkoord, beiden behoren tot het solitaire specimen in de politiek, maar aard en wezen van dat isolement verschillen als dag en nacht. Voor wie dat verschil niet ziet, is alle hoop verloren.