Drukte op de Amsterdamse Wallen

Koketteren met het rode licht

De Amsterdamse Wallen, ooit een donker hoekje in de stad, zijn mede dankzij de gemeente een internationaal vermaard pretpark geworden waar bewoners zich niet meer thuis voelen. Nu worstelt de stad met zijn erfgoed.

De typisch Hollandse vrijzinnigheid is op de Wallen met succes te gelde gemaakt © Jasper Juinen / The New York Times / HH

De belofte was ‘prostituees achter de ramen’ als hoogtepunt van de Red Light District-tour, maar nu we eenmaal op de Wallen aangekomen zijn, in het schemerdonker van de vallende avond, staan we met onze ruggen naar de ramen gekeerd. We zijn geen klanten, althans niet op papier. Gepensioneerde Amerikanen vormen het grootste deel van de groep van bijna twintig man, er zijn jonge stellen uit Duitsland en Engeland en drie mannen uit Koeweit, die te kennen geven op mannen te vallen. Maar we zijn nieuwsgierig en respect voor de buurt en voor de vrouwen staat daarbij voorop: fotograferen en filmen is verboden en gidsen moeten er onder meer zorg voor dragen dat de mensen niet naar de ramen staan te kijken en daarmee de business verstoren. Een rondleiding over de Wallen is een beetje als een wandeling door beschermd broedgebied.

‘Off-beat’ heet deze rondleiding te zijn, aangeraden door onder meer de LonelyPlanet en Fox News. Je had ook een tour met een ontmoeting met een prostituee kunnen boeken of een met entree tot een exclusief bordeel, inclusief prostituee, waarbij als opmerking vermeld staat dat er geen klanten aanwezig zijn tijdens het bezoek. Onze gids houdt een paraplu in de lucht en we lopen achter hem aan, door de Warmoesstraat en over het Oudekerksplein naar de Oudezijds Voorburgwal. In ganzenpas gaat de groep door de Trompettersteeg. Het is hier zo nauw dat je de ramen pas ziet als je er al voor staat. Ultraviolet licht doet de lingerie van de draaiende en dansende vrouwen fel oplichten, als mechanische beelden in een spookhuis. Wanneer een van hen naar een van ons op het raam klopt, zet hij van schrik een stap opzij en wordt er gezamenlijk gelachen. >

De Wallen zijn van oudsher de plek waar geld uit de zakken van bezoekers wordt geklopt. Het was een buurt waar je niet kwam als je er niet hoefde te zijn, en je hoefde er eigenlijk nooit te zijn, maar vandaag komt de hele wereld er samen. Alles is erop ingericht om te prikkelen en te teasen: je mag vrijblijvend rondlopen en naar de vrouwen kijken, maar niet naar hen staren, je mag prostitutie als fenomeen aanschouwen, maar de ramen niet met de camera vastleggen. Het entertainment bestaat naast de overgebleven klassieke sekstheaters, waaronder succesnummer Casa Rosso, uit nieuwe attracties zoals een 5D-pornobioscoop op het Oudekerksplein. Hier wacht de bezoeker een erotische kijkervaring van tien minuten met rook, water, geur en beweging, een ‘new sense of sin’.

Het is een ongetwijfeld vermakelijk, maar verder onschuldig ritje, zoals het leeuwendeel van het vermaak op de Wallen genoten kan worden zonder in aanraking te komen met de echte seks achter het raam. De gids wijst ons op de camerabewaking op straat en noemt de Wallen het veiligste stukje van Amsterdam. Geschikt voor jong en oud.

Hoe werden de Wallen van een donker hoekje in de stad tot een internationaal vermaard red light district? Toerisme in de oude binnenstad is niets nieuws onder de zon. Naast de zeelui brachten ook andere reizigers een bezoek aan de stad en de speelhuizen. Een hoofdstuk in Aan de Amsterdamse Wallen (2016), een lijvig boek dat het volledige gebied beslaat, is gewijd aan de overgeleverde reisverslagen van Italiaanse, Franse, Zweedse, Duitse, Belgische, Portugese en Engelse mannen en hun avonturen van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Zoals de Zweed die op straat werd aangesproken door een onbekende vrouw die jammerde over hun oude liefde en het kind dat hij niet in de steek mocht laten. ‘Hij gaf haar een paar munten en liep onder veel gelach maar snel weg.’

In de twintigste eeuw veranderden de Wallen van een Hollandse aangelegenheid, waar Nederlandse vrouwen werkten en ruzies ‘met de vuist’ werden beslecht, of hooguit met een mes, naar een internationaal bolwerk van georganiseerde misdaad en drugs met voornamelijk buitenlandse vrouwen achter het raam. En toch werd het er met de tijd aantrekkelijker, wisten steeds méér bezoekers de Wallen te vinden, niet langer alleenreizende mannen, maar complete gezinnen en reisgezelschappen.

Gemeentelijke ombudsman Arre Zuurmond sloeg in de zomer van 2018 alarm over de drukte en gekte die hij aantrof op de Wallen en muntte de omschrijving van de plek als een ‘urban jungle’. Burgemeester Femke Halsema ging kijken en kwam tot een reeks kortetermijnmaatregelen tegen de overlast, waaronder handhaving en het direct innen van boetes, een inperking van rondleidingen, een campagne met gedragsregels voor bezoekers met onder meer borden langs de gracht die bijvoorbeeld het alcoholverbod op straat verduidelijken. De drukte werd begeleid door crowd managing, er kwamen nieuwe regels voor op het water.

En afgelopen zomer legde de burgemeester vier scenario’s voor aan de gemeenteraad als structurele oplossing voor de overlast in de oude binnenstad. Opmerkelijk genoeg gaan ze alle vier over de toekomst van de raamprostitutie: ze lopen uiteen van alle ramen op de Wallen sluiten tot juist meer ramen erbij, van een deel van de ramen op de Wallen verplaatsen naar andere plekken in de stad tot een verplaatsing van alle ramen. Variabelen op de scenario’s zitten in de toegankelijkheid tot het raamgebied – vrij, gereguleerd of in combinatie – en in het soort plekken en de zichtbaarheid van prostitutie.

Natuurlijk, de Wallen en raamprostitutie zijn innig met elkaar verbonden: prostitutie huist er ten minste sinds de late Middeleeuwen en is nooit weggeweest uit wat inmiddels geldt als het oudste deel van de stad. Maar nog niet eens zo lang geleden was Amsterdam hard op zoek geweest naar de toerist. En maakte de aanwezigheid van de ramen in de historische binnenstad deel uit van die zoektocht.

Het massatoerisme begon met de budget airlines, wordt vaak gezegd, die mensen brachten waar zij maar naartoe wilden. Maar dat was niet meteen naar Amsterdam: de stad daalde eind jaren negentig op de lijstjes van populaire bestemmingen en de bezoekcijfers liepen terug. Een onderzoek van Heidi Dahles, Redefining Amsterdam as a Tourist Destination (1998), voor Tilburg University, laat zien dat er conflicterende inzichten bestonden over toerisme: Nederland bleek moeilijk te verkopen.

De keus viel op Amsterdam als uithangbord van het land. Het toerisme leunde volgens Dahles op twee pijlers: de stad zelf, met de panden uit de zeventiende en achttiende eeuw, en het beeld van de stad, ontstaan in de jaren zestig, een jeugdcultuur met seksueel liberalisme en verdovende middelen. Daar was een reputatie bijgekomen die zij omschreef als ‘dirt and disorder’. De internationale media rapporteerden over het vandalisme, de onveiligheid en de publieke ongehoorzaamheid in de stad. Opmerkelijk was dat de bezoekers die toch naar Amsterdam kwamen, daar niet voor terugschrokken. Sterker nog, het leek de grootste aantrekkingskracht: meer dan de helft van de buitenlandse toeristen in 1994 (dat waren er 1,85 miljoen) kwam voor de ‘liberale atmosfeer’. Dahles: ‘“Hot issues” zoals het red light district, wanorde, vuiligheid en drugs lijken de bezoekers niet te deren.’ Maar onbekend was hoeveel toeristen de stad om deze reputatie meden.

Reisgidsen smulden in elk geval van de vuiligheid en wanorde, de Rough Guide rapporteerde zelfs over drugsdealen en de gayscene, maar de ‘pastiche’ leek zijn aantrekkelijkheid te hebben verloren in een groeiende toeristenmarkt, stelde Dahles. Cultuur, zo werd door gemeente en de Amsterdamse en landelijke toeristenbureaus besloten, moest worden ingezet als voornaamste toeristische attractie. Er kwamen ideeën voor een megabioscoop, een voetbalstadion en een concerthal. In 1996 opende in Amsterdam de Holland Experience, een 3D-film met bewegende stoelen en tulpengeur waar de bezoeker Nederland met alle zintuigen kon ervaren, met onder meer een dijkdoorbraak.

Dahles was kritisch op de ontwikkelingen, stelde dat de stad daarmee ging lijken op alle andere steden en sprak van ‘Nederdisney’. In haar visie moest toerisme ontwikkeld worden vanuit wat reeds aanwezig was. Als voorbeelden gaf ze het openstellen van die eeuwenoude panden en het organiseren van wandelingen door andere stadsdelen. Maar waar het heen moest met die liberale reputatie, bleef in dit onderzoek in het midden.

In 2004 maakte Amsterdam een serieuze start met citymarketing en datzelfde jaar nog werd de slogan ‘IAMsterdam’ gelanceerd. De financiële crisis gooide echter roet in het eten. Amsterdam moest lobbyen voor de toerist en ging in 2009 over tot het weggeven van 1001 gratis hotelovernachtingen onder bezoekers van de website holland.com.

Zelf even plaatsnemen achter het raam kan bij Red Light Secrets © Robin Utrecht / HH

Op de Wallen opende de gemeente ondertussen de strijd tegen de ‘criminogene’ infrastructuur, een strijd die tien jaar zou duren, van 2007 tot 2018, en bekendstaat als Project 1012. Er was sprake van ‘een grootschalige en ingrijpende functieverandering’ die moest worden afgedwongen ‘om weer een kwalitatief hoogwaardig en attractief entreegebied te krijgen dat past bij de ambities van Amsterdam Topstad en waar geen ruimte is voor criminele activiteiten, zoals witwassen, vrouwenhandel en mishandeling’. Amsterdam Topstad was een miljoenenproject van toenmalig wethouder Lodewijk Asscher om het bedrijfsleven naar Nederland te halen en ook Project 1012 kwam uit zijn koker.

‘De wanorde, vuiligheid en drugs leken de bezoekers niet te deren, sterker nog, het leek de grootste aantrekkingskracht’

Er werd breed met hem mee gebrainstormd over een mogelijke nieuwe invulling van het gebied. Vanuit het lectoraat City Marketing & Leisure Management van Hogeschool Inholland kwam in 2009 een rapport dat werd aangeboden aan onder anderen Asscher en toenmalig burgemeester Job Cohen: Van exploitatie naar exploratie: Inspirerende leisure concepten 1012. De onderzoekers bedachten vier hoofdthema’s voor de Wallen: Sexploration, Food Experience, Ambachten en Vitaliteit. Er zat geen rem op de ideeën die het gebied losmaakte. Erotisch eten, handgemaakte lingerie, ze moesten de seks ‘minder plat’ maken en een bezoek aan het gebied tot een belevenis. Er werd gesproken over de ‘zware vorm van prostitutie’ in de Sint Annendwarsstraat die bijdroeg aan ‘het desolate gevoel’. Een optie zou zijn van de steeg ‘een soort medina’ te maken met oude ambachten.

Het zoeken was naar een red light district light.

‘Als de geest eenmaal uit de fles is, is die uit de fles’, zegt Angelique Lombarts over de massa’s toeristen die uiteindelijk naar Amsterdam kwamen. Lombarts is werkzaam als lector aan de Hotelschool Den Haag, ze was een van de onderzoekers van Van exploitatie naar exploratie en promoveerde in 2011 op het onderwerp citymarketing in Amsterdam. Gemeentelijke organisaties concurreerden in de jaren van haar promotieonderzoek met elkaar over de promotie van de stad, waar op dat moment echt behoefte aan was: sinds de crisis was het dramatisch gesteld met het toerisme.

De Wallen maakten in elk geval geen deel uit van die promotie, vertelt zij aan de telefoon. Het Amsterdamse toeristenbureau gaf stadskaarten uit waar de Wallen weliswaar op stonden, maar ze verwezen de toeristen er niet naartoe. In 1988 werkte ze bij Barbizon Palace, het nieuw geopende luxehotel aan de Prins Hendrikkade, en vond ze dat gebrek aan informatie voor de toerist opmerkelijk. Aan de andere kant, als ze ’s avonds over de Zeedijk naar haar auto liep, riepen zowel politieagenten als pooiers naar haar: ‘Meissie, ’t is hier gevaarlijk.’ Er gebeurde haar niets, maar gevaarlijk was het er toen nog wel.

Lombarts wijst 2013 aan als kantelpunt in het toerisme, een verandering die zich bijna overnight voltrok. Ze kan niet zeggen in welke mate citymarketing daaraan heeft bijgedragen, toerisme is ook een mondiale beweging, maar wel dat de gemeente destijds geen ‘behoudende maatregelen’ heeft willen nemen terwijl men kon weten wat de stad te wachten stond. Ze heeft de toenmalige representanten van d66 persoonlijk nog gewaarschuwd, maar die wilden wachten op de resultaten van nog eens een onderzoek.

Ik vraag haar waarom raamprostitutie geen deel uitmaakte van de activiteiten in Van exploitatie naar exploratie, terwijl de ramen wel als kern van het gebied werden behouden. Ze vertelt dat dat de opdracht van het onderzoek was en noemt prostitutie daarbij een complex vraagstuk. Als er zorg, controle en regulatie is om sekswerk daadwerkelijk vrij te laten zijn, dan is het een beroep. Maar destijds kwamen er berichten over vrouwen uit het Verre Oosten en Oost-Europa die bont en blauw werden geslagen en dan in een bad met ijs moesten om de bloedingen te stelpen. Dat was het beeld, en dat was mensenhandel.

‘Uiteindelijk is de stad er voor de bewoners’, vindt Lombarts. Er kan volgens haar een eind komen aan de overlast door een combinatie van hard handhaven en goed voorlichten.

Raamprostitutie maakte geen deel uit van de officiële promotie van de stad, maar impliciet wel van een wervende informatievoorziening. Op de website van IAMsterdam werden de Wallen eerst nog ‘één van de interessantste en populairste attracties van Europa’ genoemd. In 2011 veranderde de tekst op verzoek van de gemeenteraad. ‘Het meest aantrekkelijke deel van Amsterdam’ werd verwijderd, het was er niet langer ‘opwindend en spannend’ en de trotse vermelding van de ‘open en eerlijke aanpak’ van prostitutie werd geschrapt. In plaats daarvan werd er gesproken over de ‘andere realiteit’ van prostitutie die soms voorkomt en waar stad en justitie tegen strijden en kregen de historische aspecten van de binnenstad meer nadruk.

Maar het red light district en de reputatie van tolerantie en vrijzinnigheid bleven de stille motor achter ten minste een deel van het toeristische bezoek. Het liberale drugs- en prostitutiebeleid in Nederland behoeft geen promotie: de opheffing van het bordeelverbod in 2000 was wereldnieuws.

Ook de documentaire Ouwehoeren (2011) van Rob Schröder, over de vrolijke tweelingzussen op leeftijd met een Hollandse grote mond die decennia doorbrachten achter het raam, werd opgepikt in het buitenland. Op de Wallen wordt nog wekelijks een tour aangeboden met de gezusters Fokkens.

Amsterdam was er eindelijk klaar voor: de grote musea verderop in de stad gingen na een jarenlange verbouwing weer open en de Wallen waren met Project 1012 opgeknapt, aangeveegd en aangekleed, schoner, mooier en veiliger. De renovatie maakt dat de toeristen vandaag ontspannen langs de ramen kunnen struinen, met kinderwagen en al.

Niet dat Project 1012 helemaal slaagde in de opzet, concludeerde de Rekenkamer Metropool Amsterdam vorig jaar: het heeft niet geleid tot de gewenste economische opwaardering en ontmanteling van de criminele infrastructuur. Maar het heeft zijn sporen in de buurt nagelaten. Voor de 48 verdwenen coffeeshops kwamen met name ‘op toeristen gerichte ondernemingen en horeca’ in de plaats. Tabellen in de evaluatie laten voornamelijk fastfoodzaken en uitgaansgelegenheden zien. In de gesloten peeskamers kwamen winkels en woningen, modeateliers en kleine ondernemingen, waaronder radiostation Red Light Radio en een Hangover Information Center, waar toeristen die een kater verwachten alvast een fles gevuld met een blauw drankje kunnen kopen.

En de toeristen, die kwamen.

Mariska Majoor zag de gentrificatie gebeuren en over het resultaat heeft ze gemengde gevoelens, vertelt ze in een café in de Spaarndammerbuurt. In de jaren tachtig begon zij op zeventienjarige leeftijd achter het raam op de Wallen en een kleine tien jaar later, toen ze zelf al een paar jaar gestopt was met sekswerk, richtte ze het Prostitutie Informatie Centrum (pic) op, nog altijd gevestigd op het Oudekerksplein. Ze deed dat vanuit het idee dat kennis over het vak tot begrip kon leiden en vanuit diezelfde overtuiging maakte ze het tijdschrift Pleasure Guide, in twee talen, want toeristen waren er toen ook al. In 2015 was ze de oprichter van Proud, de landelijke belangenvereniging voor sekswerkers, en kon ze het gesprek aangaan met beleidsmakers. Op de Wallen is ze gestopt, maar samen met haar dochter schreef ze een boek over sekswerkers in dertien landen, United under a Red Umbrella, en momenteel werken ze aan een boek over de Wallen. Daarnaast heeft ze een bedrijf dat ‘Amsterdamse’ koekjes aan horeca verkoopt, koekjes versierd met een grachtenpand en de drie kruisen van de stad.

Denkend aan de jaren tachtig ziet Majoor ‘een donkere Warmoesstraat, een gevaarlijke Zeedijk en een spannende gracht’, een buurt waar sekswerkers zelf de baas waren. Ze snapt dat het goed is dat er regels kwamen en dat panden werden opgeknapt. Maar Project 1012 was haar een doorn in het oog. Ramen werden gesloten onder het mom van stadsvernieuwing, en wat kwam ervoor in de plaats? In voormalige peeskamers konden toeristen zich nu laten fotograferen als sekswerker. De horeca werd uitgebreid, wat veel nieuwe mensen naar het gebied trok en waardoor raambordelen in de buurt van terrassen vanzelf leeg bleven, want niemand werkt graag in the picture en klanten houden daar al helemaal niet van. Het aantal vergunningen voor rondleiders rees de pan uit.

Aan de Oudezijds Achterburgwal kwam in 2014 een ‘prostitutiemuseum’, een idee dat Majoor een paar jaar eerder ook had geopperd toen er in het kader van Project 1012 sprake was van een verhuizing van het pic naar een groter pand aan de gracht. Er werd toen gezegd dat ze voor zo’n museum geen toestemming kon krijgen, omdat de gemeente geen activiteiten met een ‘aanzuigende’ werking ondersteunde. Omdat Majoor eigenlijk ook niet weg wilde van het Oudekerksplein, bleef het daarbij.

‘Zoek een leuke pruik of masker uit en neem plaats op ons inmiddels beruchte bedje: de fotoshoot kan beginnen!’

Maar daar was tot haar verbazing Red Light Secrets, een initiatief van ondernemers, een stichting én de gemeente. In het museum wordt een informatief en kritisch maar ook hoogst entertaining verhaal verteld over raamprostitutie. Na dat verhaal kunnen bezoekers zelf even plaatsnemen achter het raam aan de gracht. Onverantwoord om dat zo te doen, vindt Majoor. ‘Zo simpel is het namelijk niet. Als je gewoon gaat zitten en je voorstelt dat elke idioot die langsloopt ook naar binnen mag, krijg je een verkeerd beeld.’

Met alle respect voor de ondernemers, benadrukt ze, maar de ‘nepramen’ in plaats van de peeskamers, ‘het koketteren met het rode licht’, het frustreerde haar danig. Het gaf haar het gevoel dat de verandering was ingezet zodat de raamprostitutie vanzelf zou doodbloeden, maar dat gevoel is niet hard te maken. ‘Iedereen heeft het altijd over de arme, zielige prostituee die beschermd moet worden. Ondertussen wordt zij continu ingezet als instrument om een doel te bereiken waarvan zij er zelf alleen maar op achteruitgaat.’

De opknapbeurt van de buurt was nodig, maar ging haar te ver: ‘Stadsvernieuwing moet niet gaan over de mensen.’ De huidige drukte en overlast heeft de gemeente naar haar mening voor een groot deel zelf veroorzaakt. Ze waardeert Halsema als burgemeester, is haar nog altijd erkentelijk voor haar tijd in de Tweede Kamer toen zij zich als enige durfde uit te spreken voor de rechten van sekswerkers, maar het voornemen om de raamprostitutie op de schop te nemen als reactie op de overlast, stelt haar teleur. Wees trots op de tolerantie in dit kleine stukje stad, zegt zij, waar alles samenkomt: de goed geregelde coffeeshops en de seksindustrie, een kerk en een kinderdagverblijf om de hoek, waar mensen wonen en daklozen worden opgevangen.

Sekswerkers vinden dat er meer toeristen moeten komen die meer te besteden hebben, minder vrouwen en kinderen © Olaf Kraak / HH

‘Als het aan Lodewijk Asscher ligt, dan is Amsterdam in 2020 een ideale stad’, vermeldt de achterflap van het boek van de voorzitter van de pvda in de Amsterdamse gemeenteraad uit 2005, Nieuw Amsterdam. Asscher gelooft in de maakbaarheid van de stad en is bereid plek vrij te maken voor iedereen – kinderen, ouderen, armen, allochtonen – maar niet voor de raamprostituee. ‘Wat mij betreft wordt de raamprostitutie in Amsterdam actief ontmoedigd. Liever een toeristenattractie minder dan medeplichtigheid aan misbruik van vrouwen.’

Project 1012 maakte inderdaad dat het Wallengebied aantrekkelijk werd voor iedereen behalve de raamprostituee. Maar het werd tevens een toeristenattractie die zijn weerga niet kent en als er sprake van misbruik was geweest, was die met minder ramen niet voorbij.

Red Light Workshop in de Trompettersteeg is een van de ondernemingen die zich kon vestigen in een vrijgekomen peeskamer in het kader van 1012. Het organiseert activiteiten die gericht zijn op de toerist, op de stag and hen parties, vrijgezellenfeesten, die de Wallen aandoen. Denk aan een workshop ‘cunt cake’ en ‘how to please your man’. Of een ‘ludieke’ fotoshoot als prostituee: ‘Zoek een leuke pruik of masker uit en neem plaats op ons inmiddels beruchte bedje: de fotoshoot kan beginnen!’ De ondernemer noemde de nieuwe bedrijven in Het Parool ‘killing’ voor de sekswerkers. ‘Zij vinden het wel erg want er komen steeds minder hoerenlopers. Maar ze nemen het ons niet kwalijk, want het is gemeentebeleid.’

De typisch Hollandse vrijzinnigheid is op de Wallen met succes te gelde gemaakt, maar het sloeg door en mondde uit in wetteloosheid. Maar in hoeverre valt de toerist wangedrag te verwijten, als hij tot joligheid wordt uitgedaagd? Dronkenschap, als hij tot drinken wordt uitgenodigd? Waarom respect betuigen voor een prostituee als je haar even verderop vrolijk kunt nadoen?

In de huidige situatie is niemand tevreden. De ondernemersvereniging Oudezijds Achterburgwal lanceerde vorig jaar een plan voor het Red Light District in 2028. Zij zien nog altijd kansen in enerzijds de ‘wereldwijde bekendheid van de Wallen als hét erotische vermaakscentrum van Europa’, geworteld in de ‘unieke combinatie’ van prostitutie, grachten, horeca en entertainment in het oudste deel van de stad, en anderzijds het ‘vrijheidsimago van Amsterdam’. Maar momenteel ondervinden ze vooral hinder. Onlangs deden ze bij de gemeenteraad een melding van overlast van fietstaxi’s in het gebied, van de ruimte die zij innemen met hun voertuigen, hun muziek en hun gedrag. ‘Een rit naar het olvg (ziekenhuis – rvdl) wordt bot geweigerd, zo meldde een van onze leden.’

Bewoners schrijven de gemeente onder meer over gebrek aan nachtrust en het verdwijnen van de sociale cohesie, in september startte de bewonerspetitie ‘Stop de Gekte’. Raamprostitutie kan volgens een deel van hen misschien beter maar weg, buiten het zicht plaatsvinden zodat er voor de toerist op dat vlak niets meer te kijken valt.

In het gebied heerst een ernstige vorm van vervreemding waarin iedereen elkaar wantrouwt, is de conclusie van Zef Hemel, hoogleraar grootstedelijke vraagstukken die op verzoek van burgemeester Halsema een visie op de binnenstad in 2040 schreef. Uit Een nieuwe historische binnenstad: ‘Vervreemding heeft ertoe geleid dat de binnenstad als een hoofdzakelijk economische ruimte is gaan functioneren. Dat doet pijn, want Amsterdammers houden van hun stad. Als burgers vragen zij zich af wat de toekomst van de historische binnenstad nog is als deze niet meer als gemeenschappelijk centrum wordt gebruikt – als deze hoofdzakelijk nog als pretpark functioneert.’

Zijn voorstel voor de toeristen liegt er niet om: verhuizen naar de Zuidas, naar een nieuw toeristencentrum. ‘Stel u voor: internationale toeristen die gemiddeld twee dagen op de Zuidas en het Museumplein verblijven, de derde dag maken ze een rondvaart of bezoeken ze het achterhuis van Anne Frank. Waarom zouden ze nog naar de Wallen willen?’

Er is echter één groep op de Wallen voor wie het niet te druk is. Een nieuw opgerichte belangenvereniging voor sekswerkers, Red Light United, deed onderzoek onder 170 sekswerkers: Sekswerkers op de Wallen: Drukte & toerisme. 67 procent van hen verklaart dat er niet te veel toeristen zijn en het merendeel vindt toerisme in het gebied een goed iets. Sterker nog, ze vinden dat er meer toeristen moeten komen, maar dan toeristen die meer te besteden hebben en minder vrouwen en kinderen. Voor slechts acht procent van deze groep vormt de lokale bevolking de voornaamste klandizie.

‘De dominantie van grote stromen toeristen, dagjesmensen en feestvierders heeft negatieve effecten op het welzijn van sekswerkers in het gebied’, aldus burgemeester Halsema in een begeleidend schrijven bij de vier scenario’s. Dat uitgerekend zij degenen zijn die in drie van de vier scenario’s het veld moeten ruimen, al dan niet voor hun eigen bestwil, lijkt een voortzetting van de weg die onder Asscher is ingeslagen: ‘Liever een toeristenattractie minder dan…’ In elk geval is duidelijk dat een tweesporenbeleid als Project 1012 niet werkt, niet in een buurt als deze, niet in tijden van massatoerisme.

Amsterdam is sinds 2014 gestopt met toeristencampagnes in het buitenland en toch was 2018 het drukst bezochte jaar ooit: 19,1 miljoen toeristen bezochten de stad. De ‘toeristische barometer’ die online te raadplegen is toont dat in de eerste vier maanden van 2019 het aantal hotelovernachtingen is gestegen met 12,5 procent ten opzichte van vorig jaar.

De Wallen zijn onbetwist een trekpleister, de prachtige oude binnenstad en de spannende ramen vormen samen de beste cocktail denkbaar. De promotie daarvan is allesbehalve voorbij. Boven aan de website van IAMsterdam staat nu te lezen: ‘De meerderheid van de mensen heeft al over Amsterdams Red Light District gehoord ver voor hun bezoek. Het laat niets aan de verbeelding over, sommige stereotypen over deze buurt zijn waar…’

En wat te denken van de informatievoorziening op het Centraal Station, voor veel toeristen de eerste stop. In één hal vind je daar twee informatiecentra: een winkel met informatiebalie van IAMsterdam en een kantoor van Tours & Tickets. Bij IAMsterdam is het Rembrandts Marten en Oopjen dat de klok slaat, en een keurig assortiment cadeaus en lekkernijen. Hier wordt de officiële City Card verkocht waarmee toeristen toegang krijgen tot een lange rij attracties, al of niet met korting. Waaronder ook Red Light Secrets, maar bij Tours & Tickets is dat de ware topattractie. Een bord aan de muur geeft de toerist een top vijf van Amsterdamse musea: het prostitutiemuseum komt op de tweede plaats, na Body Worlds, maar vóór het Rijksmuseum.

Een van de Amerikanen in de Red Light District-tour vertelt me dat hij net van het vliegveld komt. Het is zijn eerste keer in Amsterdam en natuurlijk ging hij linea recta naar de Wallen: zeg je in de Verenigde Staten ‘Amsterdam’, dan zeg je ‘red light district’.

Van de worsteling van de stad met zijn erfgoed zal deze Amerikaan niets meekrijgen. De tour verloopt opgewekt en anekdotisch, maar vanaf het nieuwe jaar is een rondleiding van deze omvang op deze route verboden. Dan vraagt de gids of de Wallen zijn wat de mensen ervan verwacht hadden. ‘Minder ranzig’, zegt een van de mannen uit Koeweit. Dat is de ervaring die de toerist met zich mee zal nemen als hij straks weer in het vliegtuig stapt.

Help ons groene.nl te vernieuwen.

Doe mee aan onze enquête

Het invullen neemt zo’n 5 minuten in beslag. U kunt niets winnen, maar wij zijn u zeer erkentelijk als u meedoet aan de enquête.