Koks rampvlucht

Ook het verschijnsel parlementaire enquête blijkt aan inflatie onderhevig. In vergelijking met vroegere enquêtes als de RSV (1984) en de bouwfraudes (1986) valt het nu lopende parlementair onderzoek naar de Bijlmerramp van 4 oktober 1992 tot nu toe bar tegen. Sensatie genoeg, daar niet van, maar de commissie wekte nog geen moment de indruk werkelijk grip te hebben op de zaak. Aan opbouw wordt niet gedaan. Er overheerst een hinderlijke voorkeur voor het instant media-effect.

Alleen de mindere goden onder de getuigen laten zich imponeren door de hypnotiserende blik van Rob Oudkerk en beginnen vertwijfeld om hun advocaat te vragen. Beter getrainde typen, zoals de onverstoorbare RLD-onderzoeker ir. Wolleswinkel, worden er geen moment door in het nauw gebracht. Universitair crisisdeskundige U. Rosenthal, indertijd nauw betrokken bij de IRT-enquête, zei zondag jl. in Buitenhof te vermoeden dat de leden van de commissie-Meijer allemaal een cursus theater hebben gevolgd. Gezien het gehalte bordkartonnen drama dat hier de klok slaat, het flagrante gebrek aan timing en de gebrekkige inleving in de materie, moet dat een stoomcursus GTST bij Joop van den Ende in Showbizz City in Aalsmeer zijn geweest. Voorgaande parlementaire enquêtes waren misschien minder mediageniek, maar ze boorden heel wat dieper. Na twee weken kruisverhoor heeft het team onder leiding van het debuterende CDA-kamerlid Theo ‘de terriër’ Meijer het mysterie van de Bijlmerramp alleen maar vergroot. De commissie gaat met het grootste gemak aan essentiële vragen voorbij. Zo weten we nog steeds niets over de exacte lading van El Al-vlucht XY1862 op het moment dat deze crashte op de flat Groeneveen-Kruitberg. Als deze enquête was bedoeld om de vele complotdenkers die zich op de Bijlmerramp hebben gestort de wind uit de zeilen te nemen, heeft de commissie het tot nu behoorlijk laten afweten. Er zijn verzachtende omstandigheden. Een enquête naar met bouwsubsidies hosselende topambtenaren gaat natuurlijk met heel wat minder emoties gepaard dan dit onderzoek naar een ongekende vliegramp, waar op de achtergrond delicate zaken meespelen als de Israelisch-Nederlandse vriendschap, internationale wapensmokkel, het prestige van de luchtvaart en niet te vergeten dat van de politiek. Qua politieke impact overtreft deze enquête al haar voorgangers. De druk op de commissie-Meijer is enorm. Daardoor is het begrijpelijk dat de onderzoekers zich al te zelfbewust gaan opstellen en hun scoringsdrift de overhand laten krijgen. Maar in al die vorsend over de brilrand geworpen blikken waarmee de commissieleden hun getuigen proberen te intimideren, hun voortdurende appèl aan de gedaagden tot ethisch zelfonderzoek en hun geringe belangstelling voor de feiten, zit een forse dosis McCarthy-achtige hysterie verborgen. Nog verontrustender dan de verrichtingen van de commissie-Meijer zijn de strapatsen van het kabinet, premier Kok voorop. Dat de eerste minister niet echt stressbestendig is, wisten we natuurlijk al sinds de IRT en de nasleep van Srebrenica. Maar wat hij verleden week vrijdag uithaalde, slaat alles. Onaangenaam getroffen door de onthulling dat de RLD informatie over de lading van het rampvliegtuig op verzoek van El Al zes jaren lang 'onder de pet’ had gehouden, ging een getergde Kok over tot onmiddellijke schorsing van zeven betrokken ambtenaren. Hierdoor is nu niet eens meer zeker of de betrokken ambtenaren - onder wie oud-directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst J. Weck - ooit nog wel kunnen worden gehoord door de commissie-Meijer. Met deze premature reactie rijdt de premier niet alleen het onderzoek behoorlijk in de wielen, maar laadt hij ook nog eens de verdenking op zich betrokken (ex-)ministers als Maij-Weggen en Jorritsma bewust uit de wind te willen houden. Als de betrokken ambtenaren niet kunnen worden gehoord, kunnen zij uiteindelijk ook niet tegen hun bazen-bewindvoerders getuigen. De vraag is dan gerechtigd waar de paniekreflex van Kok eigenlijk voor is bedoeld: bestraft hij de RLD'ers omdat zij al die tijd hun mond hebben gehouden, of moeten ze weg omdat zij uiteindelijk praatten zonder eerst hun superieuren te hebben gewaarschuwd? In ieder geval zorgt Kok er zo voor dat de toekomstige getuigen - voor zover gebonden aan een ambtenaren-CAO - hun lippen verzegeld zullen houden. Hoe het ook verder loopt: deze enquête zou voor het kabinet-Kok-II wel eens heel wat fataler kunnen uitpakken dan voor El Al.