Weg uit fossiel voordat de koolstofzeepbel barst

Kolen? Laat maar zitten

De divestment-beweging pleit ervoor geld weg te halen bij fossiele-energiebedrijven. Want als we de koolstofzeepbel niet gecontroleerd laten leeglopen, wacht ons een nieuwe financiële crisis.

Kerstavond 2014. Vanuit een luie zetel, naast een behaaglijk haardvuur, verstuurt Alan Rusbridger, hoofdredacteur van de Britse krant The Guardian, een e-mail naar zijn voltallige redactie. Zijn geplande vertrek bij het gerenommeerde dagblad nadert, maar hij is niet van plan zijn laatste maanden geruisloos uit te zitten. Hij wil de journalistieke kracht en maatschappelijke invloed van The Guardian aanwenden voor een laatste, betekenisvolle campagne. Het onderwerp heeft hij al voor ogen: klimaatverandering.

Small rtr2hb33

Tot zijn spijt moet Rusbridger constateren dat de media, inclusief zijn eigen krant, gefaald hebben om dit thema de aandacht te geven die het verdient. In de nadagen van zijn hoofdredacteurschap moet dat veranderen: met een inspirerende campagne wil hij de krantenlezers doordringen van de ernst en urgentie van de klimaatcrisis en, als het even kan, een wezenlijke bijdrage leveren aan de oplossing ervan.

Als de journalisten na het kerstreces weer bijeenkomen, blijkt het merendeel van de redactie aangestoken door de bevlogenheid van hun hoofdredacteur. Ze willen het liefst zo snel mogelijk aan de slag met de ambitieuze campagne. Maar hoe pak je zoiets aan? Klimaatverandering is een sluipend proces, de gevolgen ervan zijn enorm maar voltrekken zich geleidelijk en veelal ongezien. Berichtgeving over de wetenschap achter klimaatverandering is belangrijk, maar zal weinig lezers inspireren. En de beelden van smeltende ijskappen of ontheemde ijsberen hebben hun alarmerende kracht inmiddels wel verloren.

In de podcast The biggest story in the world, waarin de krant het journalistieke proces rondom de campagne deelt met de luisteraar, vertelt Rusbridger hoe hij bevangen raakte door de klimaatcrisis na een lunch met Bill McKibben. Deze Amerikaanse journalist en milieuactivist geldt als de drijvende kracht van de internationale klimaatbeweging. Hij is de auteur van een dozijn boeken over klimaatverandering, trekt in opiniestukken geregeld fel van leer tegen de fossiele industrie en lakse politici en schuwt ook onverbloemd activisme niet: met zijn wereldwijde klimaatgroep 350.org organiseert hij regelmatig massale demonstraties.

McKibben heeft een effectieve methode om de omvang en de kern van het probleem over te brengen. Hij schotelde Rusbridger drie simpele getallen voor, die gecombineerd een angstaanjagend rekensommetje vormen.

Het eerste getal is het meest bekend: 2 graden Celsius. Zoveel mag de aarde ten hoogste opwarmen voordat we écht in de problemen komen, hebben politici en wetenschappers besloten. Om te voorkomen dat de opwarming van de aarde die kritieke grens overschrijdt, mogen we nog maximaal 565 gigaton CO2 de atmosfeer in pompen – het tweede cijfer. Noem het ons ‘fossiele budget’. Dan het werkelijk schokkende getal: 2795 gigaton. Zoveel CO2 zouden we uitstoten als we de volledige reserves van fossiele brandstoffen, die nu al in kaart zijn gebracht, zouden opbranden. Bijna vijf keer zo veel als het fossiele budget.

Waar een aantal decennia terug nog werd gewaarschuwd dat we fossiele energiebronnen in een rap tempo zouden uitputten, doemt nu een ander gevaar op: we kunnen alle kool- en olievoorraden die nu al zijn ontdekt onmogelijk opmaken. Doen we dat wél, dan dreigt de aarde een onleefbare planeet te worden. Dit, zo stelt McKibben, kan ons maar tot één conclusie leiden: het overgrote deel van de fossiele brandstoffen moet in de grond blijven. In het Engels levert het een pakkend rijmpje op: ‘Keep coal in the hole and oil in the soil.’

Een rapport van de Britse ngo Carbon Tracker Initiative, waaraan McKibben de getallen ontleent, waarschuwde al in 2012 voor de financiële implicaties van deze rekensom. Het betekent namelijk dat energiegiganten als Shell en BP enorm worden overgewaardeerd. Hun beurswaarde is gebaseerd op de fossiele voorraden op hun balans. Maar zodra de politiek serieus werk maakt van klimaatbeleid wordt zestig á tachtig procent van alle onaangeboorde olievelden en ongemijnde kolen waardeloos bezit. De koersen van deze miljardenconcerns zullen bij daadkrachtige klimaatactie rap kelderen. Er is sprake van een ‘carbon bubble’, constateert het rapport – een koolstofzeepbel.

Actievoerders die er al langer van overtuigd waren dat olieconcerns de grote boeman zijn, grepen het sommetje van McKibben met beide handen aan om met hernieuwde krachten de aanval te openen op deze kwaadaardige bedrijven. Via een omweg ditmaal: in plaats van bij Shell en BP op de deur te bonken, richten ze hun aandacht nu op hun financiers. Onder leiding van de internationale klimaatorganisatie 350.org worden publieke instellingen aangespoord hun beleggingen ‘fossielvrij’ te maken.

Ook The Guardian besloot na enig redactioneel beraad de divestment-strategie te omarmen. De krant schaarde zich met haar volle gewicht achter de campagne van McKibben en 350.org en ging onvervalst actievoeren. ‘Keep it in the ground’ werd de kernboodschap. Als doelwit werden de Bill Melinda Gates foundation en de Wellcome Trust aangewezen, beide ngo’s met een idealistische inslag. Zij kunnen toch moeilijk met een schoon geweten in fossiele brandstoffen blijven beleggen, als ze de wereld oprecht willen verbeteren. Lezers werden opgeroepen en masse een petitie te tekenen om druk uit te oefenen op deze instellingen.

Als fossiele brandstoffen plots hun waarde verliezen zouden energieconcerns andere steunpilaren in hun val meesleuren

De beweging kopieert een strategie die actievoerders al in de jaren zeventig inzetten uit protest tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Een georganiseerde economische boycot zou de legitimiteit van het regime ondermijnen. Diezelfde strategie is gerechtvaardigd bij bedrijven als Shell en BP, meent de fossielvrij-campagne. Investeren in fossiele brandstoffen is moreel verwerpelijk: je draagt daarmee willens en wetens bij aan de vernietiging van onze planeet. ‘Divesteren’ geeft in de eerste plaats een helder signaal af: de manier waarop de fossiele industrie haar geld verdient deugt niet. De tijd van de gemoedelijke dialoog is voorbij, de oliebedrijven verdienen het om gestigmatiseerd te worden.

‘Het ontbrak klimaatverandering aan duidelijke vijanden’, schreef McKibben in 2012 in een artikel voor Rolling Stone, waarin hij de divestment-strategie voor het eerst uit de doeken deed. ‘Maar wat deze klimaatcijfers pijnlijk duidelijk maken is dat de planeet wel degelijk een vijand heeft (…). Deze harde wiskunde plaatst de fossiele industrie in een ander daglicht. Het is een ruige industrie geworden, meedogenloos als geen andere kracht op aarde. Het is Public Enemy Number One voor het voortbestaan van de beschaving op onze planeet.’

De campagne verlaat zich echter niet enkel op principiële argumenten. Ze heeft ook de economische logica aan haar zijde. In een ander rapport uit 2013 waarschuwt Carbon Tracker Initiative dat het uiteenspatten van de koolstofzeepbel een nieuwe financiële crisis kan inluiden. Als fossiele brandstoffen plots hun waarde verliezen zouden energieconcerns andere steunpilaren in hun val meesleuren. Pensioenfondsen, banken en verzekeraars: er zijn nogal wat instellingen die een aanzienlijk aandeel hebben in de fossiele industrie. In het voorwoord van het rapport schrijft de Britse econoom Nicholas Stern: ‘Slimme investeerders kunnen zien dat investeren in bedrijven die steunen op het constant bijvullen van voorraden fossiele brandstoffen een uiterst riskante beslissing is.’

Het rationele financiële argument voor divestment vormt een welkome aanvulling op het overwegend morele vertoog van de klimaatbeweging. Zelfs harteloze investeerders die geen zier geven om de toekomst van de planeet kunnen toch niet blind zijn voor het reële risico dat hun vermogen dreigt te verdampen? Duurzaam investeren wordt niet langer gepresenteerd als een nobele daad, maar als een verantwoorde financiële keuze.

De koolstofzeepbel is dan ook niet slechts een stokpaardje van de milieubeweging. Het idee dat klimaatverandering een bedreiging vormt voor de economische stabiliteit is doorgedrongen tot de hoogste regionen van de financiële sector. Eind september waarschuwde Mark Carney, gouverneur van de Bank of England, voor de risico’s voor investeerders. In eigen land echode Klaas Knot, directeur van De Nederlandsche Bank, Carney’s zorgen: ‘Er is (…) zoiets als de carbon bubble’, zei Knot in een interview met rtl. ‘Is er niet te veel geïnvesteerd in CO2 houdende grondstoffen en technieken, en moet daar niet op worden afgeschreven? Dat zijn realistische risico’s.’

Op 27 maart 2013 hangt een tiental rode ballonnen bijeen geklit in de aula van de Vrije Universiteit. Een bescheiden groep studenten en docenten kijkt toe terwijl Marjan Minnesma, directeur van stichting Urgenda, uitleg geeft. De rode ballonnen, zo wordt duidelijk, zijn gevuld met monopolygeld en staan symbool voor de koolstofzeepbel. Studenten komen een brief overhandigen aan het college van bestuur, waarin ze het vragen de investeringen in fossiele brandstoffen terug te trekken. Aan het einde van de korte ceremonie prikken de studenten, samen met Minnesma, de ballonnen door. De namaakbiljetten dwarrelen door de lucht.

De actie op de VU vormde de lancering van de Nederlandse divestment-campagne. Liset Meddens, die namens de Nederlandse afdeling van 350.org verantwoordelijk is voor de fossielvrij-acties, was erbij. Met het mobiliseren van studenten en acties gericht op universiteiten volgden ze het voorbeeld van hun Amerikaanse collega’s, vertelt ze. ‘Maar we kwamen er al snel achter dat we het Amerikaanse model niet simpelweg konden kopiëren. De VU en UvA maakten ons duidelijk dat zij helemaal geen directe investeringen hebben in de fossiele industrie.’

Een alternatief doelwit werd gauw gevonden. Het abp, het grootste pensioenfonds van het land, heeft een niet te verwaarlozen deel van zijn vermogen in de fossiele industrie belegd. Het geld dat ambtenaren en docenten maandelijks opzij zetten om na hun carrière comfortabel te leven, komt terecht bij bedrijven die een directe bedreiging vormen voor onze toekomst.

De Nederlandse actiegroep verzamelde handtekeningen en stelde een brief op voor het abp, waarin ze het pensioenfonds wijst op de financiële en ecologische risico’s van zijn fossiele investeringen en oproept de beleggingen in ‘CO2-intensieve aandelen’ te verkopen. De campagnegroep werd door het abp uitgenodigd voor een gesprek over duurzaamheid, maar de dialoog liep een beetje scheef, herinnert Liset Meddens zich. ‘De bestuurders van het abp hadden het vooral over Tesla’s. Ze vonden duurzaamheid wel belangrijk, maar de koolstofzeepbel stond nog ver van hun af.’

‘Wij zijn een pensioenfonds dat het geld beheert van 2,8 miljoen deelnemers’, zegt bestuursvoorzitter Wortmann in een telefonisch interview. ‘Daar moeten we prudent mee omgaan.’ Het abp is nu eenmaal geen liefdadigheidsinstelling, wil ze maar aangeven. Het pensioenfonds heeft een enorm vermogen (zo’n 345 miljard) dat het rendabel moet beleggen. Nu hoeft duurzaam beleggen niet per se ten koste te gaan van de opbrengsten, weten ze bij het abp. ‘Maar het is soms lastig om grootschalige duurzame projecten te vinden met een goed businessmodel’, zegt Wortmann. ‘We hadden bijvoorbeeld een interessant project met zonnepanelen op het oog in Spanje, maar als de overheid dan plots haar subsidiebeleid verandert, vermindert direct het rendement. En wij moeten wel zorgen voor een goed en stabiel rendement voor onze deelnemers.’

‘Het is lastig om te stoppen met veel schadelijke praktijken. Sommige bedrijven profiteren nu eenmaal van slecht beleid’

Om te onderstrepen dat het pensioenfonds duurzaamheid wel degelijk hoog in het vaandel heeft, presenteerde het abp afgelopen oktober zijn nieuwe beleid voor verantwoord beleggen. Bedrijven moeten voortaan ‘solliciteren naar een plek in de beleggingsportefeuille’. In 2020 moet de CO2-uitstoot van de bedrijven waar het abp een aandeel in heeft met 25 procent zijn gedaald en het pensioenfonds wil zijn aandelen in ‘beleggingen die bijdragen aan de oplossing van maatschappelijke problemen’ flink opschroeven. Maar volledig fossielvrij gaan blijft een brug te ver.

Kan en moet de financiële sector een drijvende kracht zijn voor een transitie naar duurzame energie? De eerder genoemde Nicholas Stern, oud-hoofdeconoom van de Wereldbank, gelooft van wel. In zijn laatste boek Why Are We Waiting?, dat eerder dit jaar verscheen, betoogt Stern dat het zaak is om haast te maken met de overgang naar een ‘CO2-arme’-economie. Hoe langer we wachten, hoe meer het ons uiteindelijk zal kosten. Als we de koolstofzeepbel niet gecontroleerd leeg laten lopen, kunnen we ons opmaken voor een nieuwe financiële crisis. En dat terwijl de kosten die Stern incalculeert voor een energietransitie die deze ellende kan voorkomen (één á twee procent van het mondiale bbp) toch te overzien zijn.

Als we de sturende kracht van kapitaal met slim politiek beleid de juiste kant op richten, kunnen we de gevraagde energierevolutie realiseren, denkt Stern. Ter onderbouwing haalt hij de economisch historicus Chris Freeman aan. In de jaren zestig en zeventig ontwikkelde deze Brit een theorie die radicale economische veranderingen moest verklaren. Die worden gedreven door golven van technologische innovatie, zo betoogde Freeman. Zo ging het met de opkomst van stoommachines, elektriciteit, olie en het internet – en zo kan het ook gaan met ‘groene technologie’, voegt Stern daaraan toe. Wanneer de ‘groene golf’ eenmaal een vlucht neemt, ontstaan in rap tempo investeringsmogelijkheden, ook voor institutionele beleggers als het abp.

‘De grote doorbraak is dat inmiddels is aangetoond dat je klimaatverandering aan kunt pakken op een manier die je rijker maakt’, zegt Andrew Steer. De directeur van het World Resources Institute brengt een kortstondig bezoek aan Nederland voor de Planetary Security Conference die het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag organiseert. ‘Slim klimaatbeleid zorgt niet alleen voor lagere kosten in de toekomst, het stimuleert onmiddellijk de economie’, vertelt hij in de ontvangsthal van het Vredespaleis. Als we de wereldeconomie een oppepper willen geven, meent Steer, moeten we flink inzetten op hernieuwbare energie. ‘Dat een zonnecel nu slechts één procent kost van wat hij dertig jaar geleden kostte komt niet door toeval. Het is het resultaat van slim beleid en briljante wetenschappers.’

Als het economisch rendabel en technisch mogelijk is om de ‘duurzame omslag’ te maken, waarom gaat het dan toch zo moeizaam en traag? Als het in hun eigen belang is, waarom halen bedrijven hun geld niet massaal weg bij de energiereuzen die ten dode opgeschreven zouden zijn? Andrew Steer zoekt de verklaring bij de conservatieve aard van de financiële sector. ‘Het vergt een mentaliteitsomslag’, zegt hij. ‘Banken zijn bijvoorbeeld voorzichtige wezens, ze hebben een kuddementaliteit.’ Dus komt het erop aan de eerste schapen over de dam te trekken.

Een overgang naar een groene energievoorziening kent natuurlijk niet enkel winnaars. De bedrijven die het meest te verliezen hebben zijn machtige economische en politieke spelers. Dat een transitie naar duurzame energiebronnen op de lange termijn zowel beter voor de economie als voor de planeet is, daar hebben de olieconcerns op dit moment geen boodschap aan. Zij zien hun inkomstenmodel en machtspositie in gevaar komen. Shell kan moeilijk toegeven dat het overgrote deel van haar fossiele voorraad waardeloos is. Het zou gelijkstaan aan economische zelfmoord. Dus doen oliebedrijven de koolstofzeepbel af als vals alarm.

‘Het zuiver economische argument is niet toereikend’, zegt Andrew Steer. ‘Effectieve klimaatactie is weliswaar een win-win-situatie voor de economie en het milieu, maar natuurlijk niet voor ieder afzonderlijk bedrijf. Gevestigde belangen spreken luider en lobbyen harder dan het grote merendeel van burgers, die beter af zouden zijn met een verandering. Dat maakt het lastig om te stoppen met veel schadelijke praktijken. Sommige bedrijven profiteren nu eenmaal van slecht beleid.’

Zonder heldere politieke maatregelen zal de duurzame revolutie niet spontaan uitbarsten, weet Steer. Zolang de politiek een zwabberkoers blijft varen wat klimaatbeleid betreft zullen veel investeerders geen haast maken om hun geld bij oliebedrijven weg te halen. Pensioenfondsen kunnen nog op hun gemak de gevolgen van de koolstofzeepbel analyseren, omdat ze er redelijk op kunnen vertrouwen dat de politiek niet van vandaag op morgen de olie- en gaskraan dichtdraait. En investeren in duurzame projecten blijft risicovol zonder helder en standvastig overheidsbeleid.

Via een omweg hoopt de divestment-beweging politieke druk uit te oefenen. Shell zal vermoedelijk niet wakker liggen van enkele aandeelhouders die weglopen uit protest tegen de fossiele koers van het bedrijf. Grote kans dat het bedrijf zonder veel moeite nieuwe beleggers vindt met een minder sterk geweten. Maar als genoeg publieke instellingen hun vermogen weghalen bij de fossiele industrie ondermijnen ze hun morele license to operate en wordt het voor overheden makkelijker om hard op te treden. Zo verging het Philip Morris en zo kan het Shell vergaan.

Die missie is nog niet zo eenvoudig, merkten ze bij The Guardian. Zelfs een idealistische instantie als de Bill Melinda Gates foundation laat zich niet zomaar overhalen om fossielvrij te beleggen. Alle oproepen van betrokken lezers ten spijt, de organisatie van de Microsoft-topman gelooft niet dat ‘divesteren’ de oplossing is. In een interview met het Amerikaanse blad The Atlantic uitte Bill Gates hoogstpersoonlijk kritiek op de divestment-beweging: ze verspillen hun energie en idealisme aan iets dat uiteindelijk niet zal leiden tot minder CO2-uitstoot, vreest Gates. Zolang de politiek geen paal en perk stelt aan CO2-uitstoot zet fossielvrij beleggen weinig zoden aan de dijk.

‘Als Rockefeller vandaag nog zou leven zou hij zijn geld weghalen uit fossiele brandstoffen en investeren in schone energie’

Ook het andere doelwit van de Britse krant, de Wellcome Trust, liet al in een vroeg stadium weten niet van plan te zijn hun aandelen in de fossiele industrie af te stoten. Directeur Jeremy Farrar legde in een ingezonden opiniestuk in The Guardian uit dat hij liever constructief overleg voert met de bedrijven waar Wellcome in investeert. ‘We begrijpen de aantrekkingskracht van het grootse gebaar waartoe The Guardian ons probeert te verleiden’, schrijft Farrar. ‘Maar zo’n gebaar kun je slechts één keer maken. Door onze positie te behouden, ontmoeten we bestuurders keer op keer en kunnen we de beste milieuinitiatieven steunen en de slechtste aanvechten.’

Toen Shell eind september bekendmaakte dat het de boringen naar olie op de Noordpool zou staken, liet het abp de kans niet onbenut om zichzelf op de borst te kloppen. Als aandeelhouder was het abp fel gekant tegen Shells arctische avontuur. Dat het energiebedrijf nu besloot af te zien van de boringen in dit kwetsbare natuurschoon was bewijs dat ‘aandeelhouders echt invloed hebben op de bedrijven waarbij ze betrokken zijn en zo mede veranderingen kunnen bewerkstelligen’, zo liet het fonds in een verheugde verklaring weten.

Shell moet niet investeren in olieplatforms op de Noordpool, maar in windparken in de Noordzee, hield Mark van Baal het bestuur tijdens de laatste aandeelhoudersvergadering voor. Als initiatiefnemer van Follow This, een Nederlandse groep activistische aandeelhouders, wil hij Shell omtoveren van een olieconcern tot een duurzaam energiebedrijf. Change the world, buy Shell, is hun slogan. In plaats van een dwarsligger moet de Brits-Nederlandse onderneming een koploper worden in de groene transitie.

Waar de fossielvrij-beweging de inkomstenbronnen van bedrijven als Shell wil afknijpen, kiest Follow This voor de tegenovergestelde strategie. Juist door te investeren kun je invloed uitoefenen, denkt Mark Van Baal. ‘Als mensen via Follow This een aandeel Shell kopen, kunnen ze meteen een e-mail naar Ben van Beurden (de directeur van Shell – jt) sturen. Daarin zeggen ze: “Ben, jij kunt de wereld veranderen, daarom ben ik aandeelhouder geworden.” We willen laten zien dat Shell voor ons niet de duivel is. Ze hebben miljarden te besteden en de intelligentste mensen in huis – dat moeten ze slim gebruiken.’

Met anderhalf miljoen euro aan aandelen is Follow This een marginale stem. Topman Ben van Beurden hoort hun boodschap beleefd aan, maar zal zich niet direct genoodzaakt zien het roer om te gooien. Dat wordt anders als een grootaandeelhouder als het abp zich bij de missie aansluit. Van Baal zou maar al te graag samen met het pensioenfonds optrekken om een vuist te maken: ‘Dat gaat op den duur ook gebeuren, daar ben ik van overtuigd. Maar voorlopig willen ze vasthouden aan hun eigen beleid.’

Zo’n aanpak klinkt wel sympathiek, zegt Liset Meddens van de Nederlandse fossielvrij-beweging, maar is alleen effectief als je bereid bent een rode lijn te trekken. ‘Je moet durven zeggen: als jullie na zoveel tijd nog altijd blijven investeren in nieuwe fossiele brandstoffen halen we ons geld eruit. Als je maar blijft pushen en vragen en er gebeurt niets, dan word je op den duur niet meer serieus genomen.’

Wereldwijd heeft de divestment-beweging de afgelopen tijd een aantal opmerkelijke overwinningen geboekt. Meer dan 220 instellingen, van universiteiten tot kerken, hebben de hoop opgegeven dat ze de fossiele industrie als aandeelhouder tot inkeer kunnen brengen. Zij laten hun geld spreken door het weg te halen. Vorig jaar besloot nota bene het filantropische fonds van wijlen oliemagnaat John D. Rockefeller het vermogen van 860 miljoen dollar te ‘divesteren’ uit de fossiele industrie. ‘We zijn ervan overtuigd dat als [John D Rockefeller] vandaag nog zou leven hij als een scherpzinnig zakenman met een oog voor de toekomst zijn geld weg zou halen uit fossiele brandstoffen en zou investeren in schone, hernieuwbare energie’, luidde de verklaring.

Behalve op publieke organisaties richten de campagnevoerders van 350.org zich steeds meer op lokale overheden. Zo’n vijftig gemeenten wereldwijd, waaronder Oslo, hebben inmiddels toegezegd hun fossiele aandelen af te stoten. In Nederland heeft de gemeente Boxtel het voortouw genomen door de fossielvrij-verklaring te ondertekenen, en de gemeenteraad van Amsterdam nam begin deze maand een motie aan om haar banden met de fossiele industrie te onderzoeken.

Hoewel het morele argument voorlopig doorslaggevend blijft, beginnen investeerders langzaam in te zien dat ze een signaal kunnen afgeven zonder zichzelf in de vingers te snijden. Goed doen blijkt te lonen – of in ieder geval niets te kosten. De toekomst ligt bij duurzaam en de fossiele dominantie is eindig, zoveel wordt in toenemende mate duidelijk. Dat steeds meer investeerders naar dit inzicht beginnen te handelen versterkt die tendens alleen maar.

In de laatste aflevering van de podcast The biggest story in the world evalueert scheidend hoofdredacteur Alan Rusbridger de ‘Keep it in the ground’-campagne. Dat The Guardian er niet in is geslaagd om Wellcome en Gates te verleiden tot divestment betekent niet dat de missie mislukt is, vindt hij. De activistische journalistiek diende een breder doel, waarvan de concrete impact zich minder makkelijk laat meten. Klimaatverandering is niet langer een kwestie voor ‘linkse, vegetarische muesli-eters’ (Rusbridgers woorden).

Het draagvlak voor de fossiele industrie brokkelt stukje bij beetje af. Divestment heeft de wind in de zeilen, constateert milieuactivist Bill McKibben tot zijn genoegen: ‘We zijn op het punt gekomen dat niet alleen wij malle actievoerders, maar ook de gevestigde orde begrijpt dat klimaatverandering eist dat we het roer omgooien.’


Beeld: Yusuf Ahmad / Reuters