Kolkend rivierkind

In Veronica Hazelhoffs eerste kinderboeken staan uit het leven gegrepen verhalen over een groepje basisschoolkinderen. De zinnetjes zijn kort, de titels nog korter: Nou moe! (1981), Hierzo! (1982) en Auww! (1983). De toon is luchtig, de verhouding met volwassenen open en de invloed van Guus Kuijer aanwijsbaar. Later legde ze zich toe op de zogenaamde adolescentenroman, zoals De bijenkoningin (1992) of Elmo (1993). Naast de min of meer verplichte generatie- en identiteitsconflicten, ingewikkelde vriendschappen en ontluikende seksualiteit vond de schrijfster altijd ruimte voor een duidelijke intrige. Het werden graag gelezen boeken, die mij toch te veel op de verlangens van het publiek zijn toegesneden.

Sinds enkele jaren is Hazelhoff teruggekeerd naar haar beginpunt. Haar protagonisten zijn weer een jaar of tien, maar ze springen niet meer zo vrolijk met elkaar in het rond als vijftien jaar geleden. Het zijn enigszins onaangename kinderen, die de narrigheid van de adolescent hebben. Niet qualitate qua vanwege de puberteit, maar omdat een doorsnee kinderleven nou eenmaal niet altijd zorgeloos is, of gewoon omdat ze niet zo aardig gebakken zijn. Het draait veelal om onzekerheid, afgunst en rivaliteit. Op kleine schaal spelen zich schijnbaar onbetekenende maar bloedserieuze en benauwende gevechten om de macht af: tussen twee zusjes in Veren en tussen twee neefjes in De sneeuwstorm. Waar vroeger de gebeurtenissen centraal stonden en de personages tamelijk extravert waren, zijn de verhalen nu eerder naar binnen gericht.
Niks gehoord, niks gezien hoort duidelijk in deze recente ontwikkeling en vormt er het voorlopige hoogtepunt van. De machtsstrijd speelt zich deze keer af tussen een kind en haar al te liefhebbende, overbezorgde ouders. River is enig kind en gaat gebukt onder de last van het gewenst zijn. Ze heet eigenlijk Linde, maar verandert haar naam omdat ze graag geassocieerd wil worden met een kolkende grijze rivier, die soms met geweld buiten zijn oevers treedt. En dat gebeurt wanneer haar vader haar model laat staan voor een van zijn prachtprentenboeken, dat hij ook nog eens maakt met hulp van Rivers brave vriendje. De dochter sluit zich steeds verder af voor haar begripvolle omgeving, tot haar gevoelens van onmacht uitbarsten in destructieve actie.
Hazelhoff schreef een prachtig geserreerd verhaal, in korte, haast venijnige zinnetjes. Met onbarmhartige precisie schetst ze het portret van een kind dat zo in beslag is genomen door verongelijkte woede en lelijke gevoelens, dat ze doof en blind is voor de aanzienlijk ernstiger problemen van haar vriend. Die gaan schuil achter de bult op diens hoofd en verwondingen aan armen en benen, waarover de minimale informatie bijna tussen de regels door gegeven wordt. Precies als in de werkelijkheid van mishandelde kinderen moet de lezer buitengewoon alert zijn om tot zich door te laten dringen wat er gaande is. Literair is de tegenstelling tussen de opgeblazen lawaaierigheid van het ene probleem en de dreigende stilte rondom het andere knap en functioneel. Tegelijkertijd voel ik precies daar enige reserve: vanwege het onuitgewerkt en als zijlijn gebruiken van zo'n zwaar en beladen onderwerp, voor zo'n jeugdige lezersgroep.