Koloniale krampen

TOEN DE JOURNALIST Willem Oltmans april vorig jaar in het gevolg van premier Lubbers en minister Kooymans van Buitenlandse Zaken in Indonesie was, kreeg hij van veteraan generaal Pamoe Rohardjo een opmerkelijk schrijven mee. Rohardjo, voorzitter van Yayasan Pembela Tanah-Air (Yapeta), een stichting ter verzorging van oud-militairen van het Indonesische leger, nam in de brief een voorschot op het geplande bezoek van koningin Beatrix dat 21 augustus aanstaande begint.

De generaal schreef: ‘Het zal een historische stap van de eerste orde zijn, als de koningin het graf van President Soekarno in Blitar met haar bezoek zou willen vereren. President Soekarno was nooit een Hollander-hater. Hij vocht tegen het kolonialisme, nooit tegen de Hollanders als individu. (…) Het is een Indonesische gewoonte om als gast wat “oleh-oleh” mee te brengen. Wij stellen voor dat de “oleh-oleh” van de koningin zou bestaan in de oprichting van een ziekenhuis. Het comite dat dit ziekenhuis zal voorbereiden en later zal verzorgen, zal bestaan uit de Yapeta en de ex-KL (ex-Knil - rz) in Nederland, daarbij symboliserend dat de twee legers die vroeger tegenover elkaar stonden, nu totaal bevriend zijn. Oude wonden worden hierbij geheeld en nieuwe realistische banden worden hierbij gelegd. Dit bezoek moet een historisch bezoek worden. Het mag niet zijn als: “Ships that pass in the night. A voice, an echo, a signal-light and than darkness again”.’
De brief van de generaal kreeg nog extra gewicht doordat hij expliciet vermeldde dat niemand minder dan president Soeharto officieel beschermheer is van de Yapeta. Een dergelijke expliciete vermelding is binnen de dictatoriale verhoudingen van het huidige Indonesie alleen met goedkeuring van hogerhand mogelijk. Het verzoek om een krans van de Hollandse koningin op het graf van Soekarno kreeg zo een extra zware lading. Hier werd naar oud-Indonesische gewoonte zig-zagdiplomatie van de eerste orde bedreven. Soeharto had zijn angst voor de postume kracht van de Soekarno-mythe even laten varen en gaf de Nederlandse koningin een standing invitation om bij haar staatsbezoek eindelijk de Nederlandse bereidheid te demonstreren om Soekarno te erkennen als de Indonesische patriot die hij was, in plaats van een verrader van de Groot-Nederlandse zaak.
Oltmans, zoals bekend een vertrouweling van de 25 jaar geleden onder raadselachtige omstandigheden gestorven Soekarno, wist wat hem te doen stond. Hij bezorgde de brief van de generaal aan zowel premier Lubbers als de koningin. Daarna bleef het lang stil.
HET BEZOEK VAN Beatrix aan Indonesie, vijftig jaar na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid en dertig jaar na de staatsgreep van Soeharto c.s., staat zoals bekend onder extreem zware druk van diverse politieke en historische taboes. Het expliciete besluit van het ministerie van Buitenlandse Zaken om het bezoek van de koningin niet op 17 augustus - de dag van de zelfgeproclameerde autonomie van de Indonesische republiek - te laten beginnen, maar vier dagen later, mag al worden omschreven als een diplomatieke provocatie van de eerste orde. Het is alsof Nederland vijftig jaar na dato nog steeds collectief verontwaardigd is over het feit dat de bevolking van de Gordel van Smaragd na de Tweede Wereldoorlog niet massaal met de oranje vlag naar buiten ging ter verwelkoming van de rechtmatige heersers.
Blijkbaar is politiek Den Haag ook in paarse dagen nog steeds in de ban van het mislukken van het uit de dagen van de Londense ballingschap stammende plan van de Nederlandse regering om Indonesie te scharen onder Wilhelmina’s keizerlijke kroon. Het onvermogen van een man als premier Drees om Soekarno anders te zien dan als een NSB-achtige collaborateur, zit er nog steeds diep in, hoeveel steun en sympathie naoorlogs Nederland inmiddels ook aan de dag heeft gelegd voor Soekarno-achtige verzetsleiders als Nelson Mandela. Soekarno blijft het huismonster op de zolder van de Nederlandse geschiedenis, met man en macht gemeden. Terwijl verlichte Nederlanders als de schrijver E. du Perron al voor de Tweede Wereldoorlog inzagen dat Soekarno als onvervalste Indonesische nationalist het volste recht had om tegen de koloniale overheersing te ageren, wordt dat recht hem ook nu nog door de meeste Nederlanders postuum ontzegd.
Wat een verschil met bijvoorbeeld Engeland, dat niet alleen aanzienlijk toeschietelijker was met het erkennen van de zelfstandigheid van de koloniale bezittingen in India, maar ook nog zo sportief was om de wegbereider van de onafhankelijkheid, Jawaharlal Nehru, te inviteren op Buckingham Palace.
AFGELOPEN MAANDAG presenteerde de Rijksvoorlichtingsdienst aan de vertegenwoordigers van de pers die in het gevolg van Beatrix zullen meereizen, een logistiek schema van de Indonesie-reis. De bange verwachtingen kwamen uit. Met geen woord werd gerept van de mogelijkheid dat de vorstin naar Blitar zal afreizen, de plaats in Oost-Java waar het grafmonument voor Soekarno staat. Een woordvoerder van de Rijksvoorlichtingsdienst bevestigt dat er inderdaad ook geen voornemen bestaat voor een dergelijk bezoek. Ook het Monument der Indonesische Onafhankelijkheid in Jakarta blijft vooralsnog buiten koninklijke beschouwing.
De mogelijkheid die Soeharto aanreikte ter normalisering van de betrekking tussen moederland en ex-kolonie bleek op oudhollands-botte wijze geheel genegeerd. Willem Oltmans, gepikeerd: 'De koningin wil heus wel die krans leggen, dat weet ik zeker. Uiteindelijk had haar vader er ook nooit een probleem mee om Soekarno in het geheim te ontmoeten, als lid van de groep-Rijkens. Ook Lubbers was toen ik hem daarover sprak, nog als premier, zonder meer positief over zo'n daad. Het is weer het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de boel blokkeert. Het Huis van Oranje blijkt weer eens de gevangene van politiek Den Haag.’
Niet alleen gaat de Nederlandse regering niet in op het eerste verzoek van generaal Pamu Rahardjo, ook zijn tweede verzoek - om een Nederlandse gift in de vorm van een ziekenhuis voor ex-militairen van zowel Indonesische als Nederlandse afkomst - blijkt geheel in het verdomhoekje beland. In plaats daarvan komt er een Nederlands nationaal geschenk in de vorm van vijf miljoen gulden ter restauratie van een pand van de Hollandse koopman Klerkx uit de dagen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, bijeengebracht door enkele Nederlandse zakenlieden in Jakarta en de schrijfster Hella Haasse. Ook hier laat Nederland blijkbaar de voorkeur voor de koloniale hoogtijdagen prevaleren boven de verhoudingen van het moderne Indonesie.
Tegenstanders van het gehele staatsbezoek zijn er natuurlijk ook. Zo schreef Oltmans onder de titel Bon voyage majesteit een hardhandig pamflet tegen het voorgenomen bezoek aan Soeharto, die hij omschrijft als 'de Pol Pot van Indonesie’. Volgens Oltmans rijdt Nederland precies tegen de wielen van de verlichte democratische krachten in Indonesie in door de steeds impopulairder wordende Soeharto juist nu met een bezoek een duwtje in de rug te geven.
Tweede-Kamerlid Jan Marijnissen van de Socialitische Partij stelde verleden maand het koninklijk bezoek aan de orde in schriftelijke vragen aan minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken. 'Erkent u dat de Indonesische president verantwoordelijk is voor de dood van duizenden mensen, rechten aan onafhankelijke vakbonden ontzegt, de vrije pers muilkorft en verantwoordelijk is voor de wederrechtelijke bezetting van Oost- Timor?’ vroeg Marijnissen onder meer. Ook drong de SP'er erop aan dat Beatrix in ieder geval ook op visite zou gaan bij Poncke Princen, de legendarische deserteur en mensenrechtenactivist in Indonesie.
Het antwoord van Van Mierlo werd gekenmerkt door een hoog legalistisch gehalte. 'Staatsbezoeken houden geen ontkenning in van feiten waarop een regering kritiek heeft of in het verleden heeft gehad. Zij dienen onder andere tot bevestiging dan wel verbetering van de relaties tussen landen (…) Evenals andere landen pleegt de Nederlandse regering haar opvattingen over de mensenrechtensituatie in Indonesie naar voren te brengen in openhartige gesprekken met de Indonesische regering, rechtstreeks dan wel - al dan niet gezamenlijk met andere landen - via diplomatieke verbanden in bilateraal of multilateraal verband.’
Even later bleek dat de Nederlandse regering evenwel in het geheel niet van plan was om Princen in de buurt van de koningin te laten komen. Sterker nog: minister Voorhoeve van Defensie bleek een brief te hebben geschreven aan de Indie-veteraan Ulrici, die zijn verontwaardiging over een eventuele ontmoeting tussen Beatrix en de 'overloper’ Princen reeds had laten blijken. In die brief werd de veteraan ervan verzekerd dat de Nederlandse regering al maatregelen had getroffen om de gevreesde ontmoeting te voorkomen.
PRINCEN, DIE ULRICI ervan verdenkt dat hij zijn eerste echtgenote Oddah heeft doodgeschoten, deed afgelopen dinsdag in een ingezonden brief aan de Volkskrant zijn beklag over Voorhoeves brief: 'Het verbaasde mij des te meer omdat het mij voor een Nederlandse minister onmogelijk lijkt garanties te kunnen geven over de veiligheidssituatie in de voormalige kolonie van Nederland of om aan de Indonesiers te kunnen vertellen wie wel en wie niet tot de koningin kan worden toegelaten.’ Princen haastte zich te zeggen dat hij wel degelijk iets van Beatrix verwacht als het gaat om de Indonesische mensenrechtensituatie. 'We verwachten hier in Indonesie dat Hare Majesteit dit onderwerp en de kwestie van de democratie niet onbesproken zal laten en het zeker in een algemeen verband zal willen aanroeren. Wanneer dat tijdens haar bezoek hier gebeurt, zal eenieder kunnen begrijpen dat zij zich daarmee verre wil houden van de overtredingen van mensenrechten in Indonesie en dat het onderwerp van de volkssoevereiniteit zeer gevoelig ligt.’
Wat dat laatste betreft, doelt Princen ongetwijfeld op de verschrikkingen op Oost- Timor. Maar hoe kan Beatrix in hemelsnaam een begin maken met een protest tegen het Indonesische optreden aldaar, als haar eigen regering vijftig jaar na dato nog niet eens de officiele dag van de Indonesische soevereiniteit erkent?