Zuid-Korea volgens Kim Yong-ok

‘Kolonialisme rot je verstand weg’

Volgens de Zuid-Koreaanse filosoof Kim Yong-ok moet zijn land een soort Zwitserland van de regio worden, een neutrale bemiddelaar tussen West en Oost. ‘Het Westen kopiëren is een laag soort van verlichting.’

Seoul – ‘Het heilige geloof in het westerse kapitalisme is complete waanzin!’ Als de vooraanstaande filosoof Kim Yong-ok (1948), in Zuid-Korea beroemd onder de naam Do-ol, eenmaal op gang is, schiet zijn stem octaven de hoogte in. Dan spreekt hij hard en schril, en zo schrijft hij ook. Op televisie, in de krant en in zijn boeken steekt hij zijn verontwaardiging niet onder stoelen of banken: duizenden jaren oosterse geschiedenis zijn in een eeuw tijd door het imperialisme ten onder gegaan aan corruptie en betekenisloze waarden.

Voor Joseon, het dik vijfhonderd jaar oude koninkrijk van Korea, ging het eind negentiende eeuw mis. De Japanners drongen zich langzaam maar zeker op en slaagden er uiteindelijk in 1910 in het land hardhandig te koloniseren. De Japanners werden 35 jaar later gedwongen te vertrekken, nadat hun collaboratie met de nazi’s was uitgelopen op een nederlaag. Net als in Duitsland namen de Amerikanen en de sovjets hun plaats in en lieten het land in tweeën gescheurd achter.

In Zuid-Korea hadden de Amerikanen mensen nodig om een functionerend overheids­apparaat te installeren. Ze kwamen al snel uit bij de ervaren ambtenaren die collaboreerden met de Japanners. Dit tot grote ergernis van verzetsstrijders, zoals de groep van Kim Il-sung die in het noorden de macht wist te grijpen met steun van de sovjets. Tot op de dag van vandaag brengen de Noord-Koreaanse media het in dikke vette letters als ze het hebben over hun zuiderbuur: ‘Marionettenstaat’, of: ‘De president en zijn groep verraders’. De buitenwereld lacht vaak om de ouderwetse en straffe woordkeuze van het noorden, maar nog steeds is het oorlogs­commando in Zuid-Korea in handen van het Amerikaanse leger.

In februari van dit jaar koos Zuid-Korea Park Geun-hye als eerste vrouwelijke president van het land, maar bovenal koos het voor de dochter van dictator Park Chung-hee, die van 1963 tot 1979 met ijzeren vuist regeerde. Vader Park studeerde in Japan en diende in het imperialistische leger van de Japanners. Veel partij­genoten en ministers onder dochter Park kennen een soortgelijke familiegeschiedenis. ‘De imperialistische dochter, noemen we haar ook wel’, zegt Do-ol. ‘Park is het symbool van de dictatuur van haar vader, die regeerde als een absolute monarch.’

De filosoof ziet Park en haar partij als een groep machtsbeluste mensen. ‘Degenen die tijdens de koloniale periode overleefden, waren degenen die collaboreerden met de Japanners’, vertelt Do-ol. ‘Zij vormen nog steeds de regerende elite met geld en macht. Een leider zou los moeten staan van macht en kapitaal.’ Familieconglomeraten zoals Hyundai en Samsung zijn in Zuid-Korea altijd nog nauw verbonden met de politiek. Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan: een van de zoons van de oprichter van Hyundai bijvoorbeeld is zowel parlementariër als meerderheidsaandeelhouder van de metaalindustrietak van Hyundai.

Do-ol ging de afgelopen jaren vaak tekeer tegen Parks voorganger Lee Myung-bak, een voormalig topman van de bouwtak van Hyundai. Controversieel was bijvoorbeeld zijn project om vier rivieren op ecologische wijze uit te diepen, een megaklus voor zijn voormalige werkgever. Het resultaat was armzalig, meldde een rapport onlangs, terwijl de kosten uit de hand liepen. Een bandiet, zo bestempelde de filosoof Lee hem regelmatig. ‘Het confucianisme van het laatste koninkrijk bood op bepaalde punten een beter democratisch ideaal dan de westerse variant. Natuurlijk, in Joseon was er een absolute machthebber en de dynastie was zeker niet ideaal, maar de politiek was rationeel. Bureaucraten waren beschaafde geleerden. De goede aspecten van het oude systeem zijn weggevaagd door het westerse systeem. Alleen de slechte dingen van het koninkrijk, zoals tirannie, zijn overgebleven. Het absolute van de macht heeft overleefd. Dat gecombineerd met het westerse systeem geeft een armzalig resultaat.’

In zijn recente boek Gij zult niet liefhebben geeft Do-ol zijn visie op Korea. Mensen worden voor de gek gehouden met geïmporteerde holle frases, zoals hij het omschrijft: ‘Ik ben niet per definitie tegenstander van westerse waarden. Maar ik wil ze herdefiniëren in terminologie die aansluit bij ons eigen begrip. Liefhebben is typisch zo’n term die ontdaan is van zijn betekenis door westerse invloed. Onder het motto “ik doe het uit liefde voor de mensen” duwde president Lee beleid door onze strot dat uiteindelijk slechts ten goede kwam aan de rijken.’

Hij vervolgt: ‘Een eeuw lang zijn mensen gehersenspoeld met het idee dat westerse waarden superieur zijn. De VS hebben een rigide kapitalistische religie en dringen die op aan landen als Korea en China. Het credo dat nu in Zuid-Korea geldt is: leef als een westerling, leer zijn politieke systeem, onderwijs zoals in het Westen en dan komt alles goed. Spreek Engels, wees een goed christen, heb de mensheid lief. Al deze concepten hebben geen wortels in de Koreaanse cultuur. Het zijn lege hulzen. Het werkt omdat het Westen voorgeschoteld wordt als superieure entiteit.’

Het hersenspoelen vond plaats in tijden van kolonisatie en dictatuur, dé grote boosdoeners volgens Do-ol. ‘Kolonialisme is ontzettend verwoestend, het rot je verstand weg.’ Het vormde een klimaat waarin kapitalisme en christendom extreme vormen konden aannemen. ‘Het christendom is hier ontzettend dogmatisch en fundamentalistisch en daarom val ik het vaak aan. Tachtig procent van de bovenklasse is absoluut fundamentalistisch. Er is geen discussie, geen gezond verstand. De enige maatstaf is wat God hun opdraagt.’

Do-ol trekt een vies gezicht als hij spreekt over de fanatieke christenen in het land. Een voorbeeld van wat hij bedoelt? Onlangs maakte de democratische oppositie, na een aanbeveling van de VN-Mensenrechtenraad, werk van het ontwerp van een nieuwe antidiscriminatiewet. De kerken sprongen in de bres om de wet tegen te houden, want, zo redeneerden ze, in landen waar deze wet bestaat krijgen middelbare scholieren voorlichting in anale seks. Het bestaan van zo’n wet zou hun kinderen er uiteindelijk toe inspireren om homoseksueel te worden. Het hielp: de politici trokken hun voorstel in.

Zulke irrationele besluitvorming is Zuid-Korea onwaardig, vindt Do-ol. ‘Naar de letter van de wet kent Zuid-Korea een relatief zuivere democratie. Maar democratie is een spel tussen volwassen mensen. Dus eerst moeten we volwassen zijn. Daarom moeten we het waardensysteem fundamenteel veranderen. We zijn moe van behendige politici en daarmee bedoel ik mensen die hun machtspositie verdedigen. Een leider moet in staat zijn geluk te verdelen onder het volk en een moreel hoogstaand voorbeeld stellen. Kapitaalbezit past daar per definitie niet bij. In het confucianisme wordt deze individuele bekwaamheid benadrukt.’

Do-ol maakt geen verschil tussen de democratische en conservatieve regeringen. Zijn afschuw van beide politieke kampen weerspiegelt de mening van veel jongeren, die steeds verder vervreemd raken van het oude leiderschap, dat vol zit met oude dogma’s uit de tijden van de dictatuur of sentiment over de scheiding van het Koreaanse schiereiland. Hoewel de laatste presidentsverkiezingen en recente extremistische geluiden nog weinig hoop geven, is de filosoof niet per se pessimistisch. Er is een weg die Korea kan omtoveren tot een gelukkige staat die de rol van wijze meester kan aannemen in het Verre Oosten. ‘We kunnen een koploper worden van een nieuw systeem dat als richtingwijzer kan functioneren in de internationale gemeenschap.’

Hoe? Allereerst moet Zuid-Korea zijn politieke focus verleggen, zegt Do-ol: ‘Het probleem is dat er te veel gepraat wordt over binnenlandse zaken. We bevinden ons echter te midden van China, Japan, Rusland en de VS. In de twintigste eeuw waren het de VS die als wereldmacht heersten, nu kijkt iedereen naar wat China gaat doen. Zuid-Korea ligt in het midden, als trouwe hond van de VS. Dat moeten we als eerste veranderen om het land te normaliseren. Het probleem tussen Noord- en Zuid-Korea ligt uiteindelijk bij hoe China en Amerika nader tot elkaar komen.’ Maar Do-ol vreest dat de landen achterhaalde ideologieën blijven omhelzen.

Hij benadrukt het nog een keer: ‘We hebben een nieuwe stijl van moreel leiderschap nodig.’ Daarbij mag de geschiedenis niet over het hoofd worden gezien. ‘Kijk naar de Tang-dynastie, daar kwam iedereen uit de wereld bij op bezoek. Tang had een open systeem, cultureel erg verfijnd. Helaas is China nu een rigide, corrupt communistisch land dat zich manifesteert op een kapitalistische manier. Communisme kent een ontzettend lage kwaliteit van denken. Het houdt een land aan het werk, maar het geeft geen recept voor een normaal gelukkig leven. Als ik naar China ga, zeg ik altijd dat ze niet trouw moeten zijn aan de westerse ideologie. “Jullie hebben genoeg alternatieven in huis”, zeg ik dan. Het Westen kopiëren is een laag soort van verlichting.’

Net zo min als van de Chinezen hoeft de regio veel te verwachten van de buren in het oosten, vertelt Do-ol: ‘Japan heeft zijn koloniale en oorlogsmisdaden nooit toegegeven. Japanse jongeren hebben niet eens een idee van hun eigen historie. Het niveau van intelligentie blijft er zo hangen in ergens voor 1945. Korea kent een veel dynamischer geschiedenis en zou kunnen fungeren als een soort Zwitserland in de regio: een neutrale mediator. Wij kennen het Westen nu beter dan het Westen ons. We leren makkelijker westerse talen dan andersom. We zijn goed geïnformeerd, de dialoog kan beginnen. Maar dat kan niet met het rigide en pro-Amerikaanse klimaat van nu. We moeten vreedzame relaties opbouwen, ook met Noord-Korea.’

‘De mensen zien politiek nu als klanten­service om hun economische standaard op te krikken’, zegt Do-ol. ‘Ik besef dat wat gedaan zou moeten worden niet overeenkomt met de politieke realiteit van nu. Mensen moeten begrijpen dat hun ware levensstandaard pas omhoog gaat bij vreedzame relaties.’ Hij stimuleert zijn studenten daarom om compleet los te denken van de oude ideologieën, die de regio nu zo sterk polariseren. ‘Korea moet herboren worden. We moeten een nieuwe ideologie formuleren, een nieuw politiek systeem, nieuwe waarden. Westerse waarden zijn wereldstandaard sinds de Franse Revolutie. Dat idee is nu erg verouderd. We moeten leren van andere landen zonder onze identiteit te verliezen. Dan kan Korea een heel goed, gematigd, aardig en open land zijn. We hebben een formule nodig voor een simpel, haast tegencultureel leven.’

Do-ol

Kim Yong-ok, beter bekend als Do-ol, werd in 1948 in Cheonan geboren. Hij ­studeerde filosofie aan Korea University en behaalde zijn master aan zowel National Taiwan University als University of Tokio. Hij promoveerde aan Harvard op de zeventiende-eeuwse Chinese filosoof Wang Fuzhi. Hij wordt in Zuid-Korea als denker des vaderlands beschouwd, ook vanwege de publieke rol die hij speelt. Zowel tijdens publiekslezingen als op tv maakt hij de oosterse filosofie toegankelijk. Hij is een autoriteit op het gebied van de voornaamste oosterse filosofische stromingen. Daarnaast schildert hij, schreef toneelstukken en filmscripts en regisseerde.