Kom dán maar eens met ironie

Twee jaar geleden rukte het legioen popliefhebbers uit om in concertzalen en op festivals The Eels te aanschouwen. Om twee redenen. Er was de vernieuwende sound van hun album Beautiful Freak: kale popmuziek met heel rustige hiphopbeats erdoorheen. En er was het sublieme gevoel voor ironie in tekst en presentatie.

Zat zanger E daar op een groot podium schuchter achter een heel klein orgeltje en zong, meer tegen zichzelf dan het publiek: ‘Op een dag zal de wereld klaar staan voor jou en zich afvragen waarom ze je niet eerder heeft opgemerkt.’
Maar ironie begint irritant te worden. Overal ironie, vaak als makkelijkste of lafste oplossing.
De nieuwe cd van The Eels heet Electro-shock Blues. Nieuw gevalletje van ironie? Nee, hier gebeurt iets veel interessanters. Zanger E maakte de afgelopen jaren nogal wat rampspoed mee. Vader bezweek aan een hartaanval. Moeder staat op het punt aan kanker te bezwijken en zusje maakte er zelf een einde aan.
En E zingt er expliciet over.
De hiphopbeats zijn grotendeels verdwenen, het geluid gaat meer richting de experimentele lo-fi gitaarmuziek van Pavement en Grandaddy. Het luchtige en melodieuze van de voorganger is verdwenen. Zwaarder en serieuzer.
Het eerste liedje knalt er direct in: 'Elizabeth on the Bathroom Floor’ vertelt vanuit het perspectief van iemand die op de vloer van de badkamer ligt te wachten tot ze doodgaat. 'My name is Elizabeth. My life is shit and piss’ zingt E. Ook de andere liedjes zijn doordrenkt van dood, zelfmoord, kanker, inrichtingen en begrafenissen.
Kom dan maar eens aan met ironie.
Het opmerkelijke is dat E erin slaagt om als hij zónder ironie een persoonlijk verslag doet van dramatische gebeurtenissen, hij tóch een kritische distantie bereikt. In een interview in de NRC zegt hij dat mensen van alles verdoezelen. Ze zeggen: 'Ik laat de hond even uit’, als ze de hond buiten laten poepen. Zijn openheid heeft een 'reinigende’ werking. Hij zegt 'andere mensen argeloos te zien dansen op liedjes over mijn leed, dat vond ik een aantrekkelijk idee. Dat is nu eenmaal mijn zieke geest.’
Liedje ervan gemaakt, distantie bereikt en ironie verder niet nodig.
Het knappe van Electro-shock Blues is dat het geen concept-cd is. De verschillende liedjes vereisen minder simpele en meer verwarde muziek - geen vrolijke hiphopbeats dus - die telkens de indruk maakt spontaan in de studio te zijn ontstaan. Ook de teksten verraden weinig concept. Vaak kijkt E toe en beleeft hij als een jongetje van acht dat voor het eerst geconfronteerd wordt met dood, ziekte en gekte. Dat levert hele mooie teksten op en ondanks alle ellende niet eens een deprimerend gevoel. Ook al lijkt het tweemaal voorkomen van een liedje dat 'Going to Your Funeral’ heet te corresponderen met de twee sterfgevallen in de familie.
E zingt: 'Life is funny. But not ha ha funny.’

  • De Dijk - Het beste van en Voor de tover (live). 'Voor de tover’ is de beste titel die een live-cd ooit had. De mannen van staal zien er ook echt als van staal uit, getuige de foto’s van fotograaf Bob Bronshoff. Goed om deze cd’s af te spelen, maar De Dijk is te groot om vast te leggen op twee cd'tjes. Vooral de laatste tijd zie je weer veel kloontjes opstaan. Over de invloed van De Dijk op de Nederlandstalige popmuziek zou een grote studie moet worden opgezet.
  • Soul Coughing - El Oso. Onderdrukte funk die af en toe bijna net zo goed is als Gotcha was. Gek dat elk nummer het intro lijkt van een ander nummer, alsof er elk moment keihard losgebarsten kan worden. Het leuke is dat dat dus niet gebeurt.