Kom niet aan Israël

New York – Het is al weer ruim een maand geleden dat president Obama de Republikeinse oud-senator Chuck Hagel nomineerde voor de post van minister van Defensie – geen onbelangrijke positie in een land dat nog altijd ‘in oorlog’ is met terrorisme en in 2013 naar verwachting 716 miljard dollar aan defensie zal uitgeven. Toch zal dat departement het nog even zonder baas moeten stellen: Hagels benoeming is nog niet goedgekeurd door de Senaat, waar zijn partijgenoten hem nog altijd zijn kritische houding tegenover de oorlog in Irak kwalijk nemen. Erger wellicht, in Republikeinse ogen, is dat Hagel ooit pro-Israël-lobbyisten als ‘de joodse lobby’ bestempelde – wat erop zou duiden dat hij niet onvoorwaardelijk loyaal is aan Israël. Dit zou hem ongeschikt maken als minister van Defensie.

Kom niet aan Israël, met andere woorden. Dat ervoer begin deze maand ook het Brooklyn College in New York. De politicologiefaculteit van die universiteit had het bestaan om een door de groepering Students for Justice in Palestine georganiseerd evenement te co-sponsoren. Tijdens de avond spraken, onder luide protesten van pro-Israël-groepen, twee pro-Palestina-sprekers, de filosoof Judith Butler en de activist Omar Barghouti. Beide sprekers steunen een internationale boycot die Israël onder meer moet dwingen zich terug te trekken van Palestijns grondgebied.

De kritiek op het evenement: door geen andersdenkende sprekers uit te nodigen zou het Brooklyn College niet aan academische maatstaven voldoen. Alan Dershowitz, een Harvard-hoogleraar strafrecht die het graag publiekelijk voor Israël mag opnemen, voegde daaraan toe dat de politicologiefaculteit zich met haar steun schuldig maakte aan antisemitisme en haat zaaien. In een brief aan de universiteit opperde Dershowitz, die in 2008 nog als enige spreker op Brooklyn College het martelen van terrorismeverdachten mocht verdedigen, dat de faculteit hemzelf zou uitnodigen.

Daarop bemoeide zowaar de gemeenteraad van New York zich met de zaak. In een brief aan de faculteit dreigden tien raadsleden de financiering van de universiteit te schrappen als het evenement doorging. Toen greep burgemeester Bloomberg in. Een universiteit zou zelf moeten mogen bepalen waarover ze een forum organiseert, zei hij, ‘ook over ideeën die mensen weerzinwekkend vinden’: ‘Wie naar een universiteit wil waar de overheid bepaalt welke onderwerpen geschikt zijn voor discussie, raad ik aan zich bij een instelling in Noord-Korea in te schrijven.’