Verkiezingen: Bij de G500

‘Kom op, je moet enthousiasme uitstralen’

De vernieuwingsbeweging G500 van Sywert van Lienden wil jongeren weer betrekken bij de politiek. Student journalistiek Jenny Velthuys meldde zich aan. ‘Jij hebt écht een volkomen verkeerd beeld van de politiek.’

Het is 27 april als ik me aansluit bij G500, de net opgerichte politieke vernieuwingsbeweging van Sywert van Lienden. Drie weken eerder, op 8 april, had hij zijn initiatief tijdens een uitzending van Buitenhof gelanceerd. G500, zei Sywert in Buitenhof, wil jongeren hun stem teruggeven binnen de vergrijsde politieke macht. Omdat die macht zich volgens hem bij de centrum­partijen vvd, cda en pvda bevindt, wil Sywert met minstens vijfhonderd jongeren tegelijkertijd lid worden van deze drie partijen. Volgens hem zijn vijfhonderd stemmen voldoende om de verkiezingsprogramma’s te beïnvloeden. ‘We hebben een tienpuntenplan, we gaan naar de congressen toe, dan willen wij daar op het gebied van de arbeidsmarkt, de huizenmarkt, de klokken van deze politieke partijen gelijk zetten en zorgen dat jongeren weer betrokken raken bij het centrum.’

Op 13 april telde G500 al meer dan vijfhonderd deelnemers; inmiddels is het aantal ruim verdubbeld. Jongeren tot 27 jaar hebben hier 49 euro voor betaald, oudere leden zestig euro. Maar wat is zo’n bedrag, als het erom gaat ‘de macht te veranderen’, zoals Sywert het noemt.

Op 30 april ontvang ik mijn eerste bericht als G500’er. Het betreft een e-mail van de pvda Noord-Holland over de lokale kandidatenlijst. Het zal de eerste mail zijn in een enorme reeks van niet alleen de pvda, maar ook het cda en de vvd over lijsttrekkersdebatten, verkiezingscongressen, algemene vergaderingen en andersoortige politieke bezigheden. Wat is de bedoeling? Moet ik hier iets mee? Van G500 hoor ik niets. Misschien is het vanwege het contrast met de informatiestroom van de politieke partijen, maar ik voel me een beetje verloren.

Als ik op 8 mei het eerste bericht van G500 ontvang, is dat dan ook meer dan welkom. Het kernteam blijkt een aantal Think Drinks te organiseren, avonden waarop deelnemers elkaar en de harde kern kunnen ontmoeten. Dat nieuws komt als geroepen. Toch raak ik weer een beetje in verwarring van de volgende zin: ‘Op deze manier zijn we klaar voor waar het allemaal om draait: het tienpuntenplan verwezenlijken op de congressen, voor de toekomst van Nederland!’ Ik verkeerde in de veronderstelling dat het tienpuntenplan een instrument was om jongeren te mobiliseren, en niet het Grote Einddoel.

De punten komen kortgezegd op het volgende neer: G500 stelt voor 2,5 procent van het bbp meer in onderwijs te investeren (onder andere om te voorkomen dat jongeren zich in de schulden steken), pleit voor tijdelijke werkcontracten van maximaal vijf jaar om het gat tussen vaste en flexcontracten te dichten, wil goedkopere starterswoningen en betaalbare sociale zekerheid voor zzp’ers. Daarnaast wil G500 de aow-leeftijd verhogen en de doorsneepremie afschaffen. Ook wil het individuele pensioenrekeningen introduceren zodat werknemers makkelijker kunnen overstappen van het ene naar het andere pensioenfonds. Iedereen moet een zorgspaarpot opbouwen en ouderen moeten naar vermogen bijdragen aan hun eigen zorgkosten. De aardgasbaten moeten in een nationaal investeringsfonds worden gestopt en mogen niet worden gebruikt om de staatsschuld te dempen. Elke schuld die de staat aangaat moet binnen tien jaar worden afbetaald, zodat een volgende generatie niet de prijs hoeft te betalen.

Het zijn stuk voor stuk punten die betrekking hebben op het sociaal-economische verdelingsvraagstuk. De verbindende gedachte erachter is dat moet worden voorkomen dat de baby­boomers en de generatie van late veertigers en jonge vijftigers de pot verteren. Bovendien staat G500 vijf voorstellen met betrekking tot duurzaamheid voor. Allemaal hartstikke belangrijk, maar uniek zijn deze ideeën niet. Er is ook wel wat op aan te merken. Zo is het bijvoorbeeld maar de vraag of het voorstel tot individuele pensioenrekeningen wel zo verstandig is. Leidt dat bijvoorbeeld niet tot een ongelijkere verdeling van geld tussen hoog- en laagopgeleiden?

Om wat meer over G500 te weten te komen, besluit ik naar het _Volkskrant-_debat ‘Jong tegen oud’ te gaan dat op 13 mei in de Amsterdamse Rode Hoed wordt gehouden. Sywert bepleit hier de G500-standpunten in een debat met Mei Li Vos, Marcel van Dam en Kees de Lange. Hoofdonderwerp is de mogelijke economische achterstelling van jonge generaties. De discussie is ongeveer een half uur gaande als een man links van mij zijn verontwaardiging niet langer kan inhouden. Al een tijdje zag ik hoe zijn wangen steeds roder werden en hij zijn hoofd telkens demonstratiever schudde als Sywert aan het woord was. Een enkele maal gromde hij wat verwijten voor zich uit. Maar wanneer Sywert stelt dat het grootste deel van de pensioenpremie die zijn generatie betaalt, wordt uitgekeerd aan de gepensioneerden van nu, houdt de man het niet meer. Hij staat op en brult het uit: ‘Gelul!’ Een medewerker van De Rode Hoed rent gedienstig op de man af met een microfoon, waarop het door de microfoon nog eens versterkte geluid door de zaal buldert: ‘Geluuuuuuul! Voorzitter, ingrijpen!’ Ook oud-politicus Marcel van Dam beticht Sywert van misleiding. ‘Jouw veronderstellingen zijn politiek. Het beeld van rijke ouderen die rentenieren is een demagogische truc. De meerderheid van de ouderen heeft een klein pensioentje.’

Dinsdag 15 mei is een belangrijke dag voor G500. Afgezien van het feit dat vanavond de eerste Think Drink zal worden gehouden, in Amsterdam, heeft Sywert aangekondigd in DWDD een mededeling te gaan doen ‘waarvan politiek Nederland op het puntje van zijn stoel zal zitten’. Vanochtend ontving ik een mail die was geadresseerd aan iedereen die zich via Facebook heeft aangemeld voor de Think Drink. In de mail stond dat de snelste reacties toegang opleverden tot de opnames van DWDD. Nu zit ik samen met de drie andere snelsten te wachten tot we naar de opnameruimte mogen. Een van hen blijkt Sywert te kennen via Laks. ‘Bijna iedereen van de G500 kent elkaar via Laks’, zegt ze. Ze is heel benieuwd wat hij straks bekend gaat maken. ‘Het zal sensationeel zijn, Sywert kennende.’

Een dik uur later lopen we een beetje beteuterd naar buiten. De G500 blijkt een OranjePAC te willen oprichten, naar voorbeeld van de SuperPACs in Amerika. Dat houdt in dat de jongerenbewering voorafgaand aan de Tweede- Kamerverkiezingen campagne wil gaan voeren met reclamefilmpjes waarin G500-woordvoerders direct reageren op de uitlatingen van politici. Het is de bedoeling dat G500 politici op deze manier dwingt zich aan hun beloften te houden. Maar dan moet er natuurlijk wel geld zijn om zendtijd te kunnen kopen. In de uitzending deed Sywert een oproep aan donateurs. Tafelheer Jort Kelder reageerde kritisch op het voorstel. ‘Eigenlijk zeg jij dan: politici hebben de zaak lopen bedonderen en wíj tonen dat aan. Kost me nog geld ook. Moet de traditionele journalistiek dat niet gewoon gratis doen?’

Bij de Think Drink in het nieuwe Eye-gebouw in Amsterdam is het druk, er hangt een sfeer van opgetogen ambitie, jonge mensen staan in groepjes met elkaar te praten. Buiten roken twee meisjes een sigaret. De een zegt: ‘Het valt me op dat dit toch wel een erg witte, hoogopgeleide bijeenkomst is. Dus ik kreeg gaandeweg de avond meer twijfel, omdat ik dacht…’ Waarop de ander uitroept: ‘Het is hetzelfde clubje babyboomers, maar dan dertig jaar jonger!’ ‘Precies!’ beaamt de eerste. ‘Ik werk met de onderkant van de samenleving, en het valt mij altijd op dat mijn leerlingen zich niet serieus genomen voelen door de politiek. Vandaag dacht ik: ze hebben gelijk, want hier zitten ze ook niet.’

‘Dat is toch hun eigen verantwoordelijkheid?’ kom ik tussenbeiden. ‘Eigen verantwoordelijkheid is een overschat principe’, antwoordt de eerste. Ze blijkt lerares op een mbo aan de Wibautstraat in Amsterdam, een zogenaamde zwarte school. Eerder op de avond stelde ze aan ‘iemand van de G500’ voor dat de beweging haar school eens bezoekt. ‘Maar jongeren als mijn leerlingen vallen blijkbaar niet helemaal onder de doelgroep. Ik kreeg als antwoord dat die niet actief genoeg zijn, niet zo makkelijk in beweging te brengen.’

De lerares spreekt kritiek uit die op dat moment wel vaker te horen is. Zo publiceerde de Volkskrant een dag eerder een column van redacteur Tjerk Gualthérie van Weezel over G500, met als titel ‘Generatiedenken ontwricht meer dan het oplevert’. Gualthérie van Weezel doet hierin uit de doeken waarom volgens hem het sociaal-economische conflict tussen hoog- en laagopgeleiden veel relevanter is dan een imaginair ‘generationeel’ conflict. Het andere meisje steekt een nieuwe sigaret op. ‘Ik wilde sowieso wat meer met politiek gaan doen. Dus ik zat al te overwegen van welke partij ik lid zou worden, maar d66 werd het niet, GroenLinks werd het niet en over de vvd wilde ik niet eens nadenken.’ Toen kwam G500 op. ‘Makkelijk!’ dacht ze bij zichzelf. Volgens haar geldt dat voor het grootste deel van de aanwas. ‘G500 kan je tenminste nog zelf invullen.’

Ik ben benieuwd hoe Sywert hierover denkt. Wat vindt hij van de samenstelling van de deelnemers? In hoeverre staat hij open voor hun inhoudelijke inbreng? Maar Sywert blijkt al weg. ‘Te laat voor groupies’, gniffelt een jongen die hem blijkt te kennen. ‘Maar je kunt wel naar Ingeborg, zij hoort ook bij het kernteam.’ Hij wijst naar een jonge vrouw die staat te praten met een groepje studenten. Als ik vraag of het haar ook niet opvalt dat het vooral hoogopgeleide jongeren zijn die zich bij G500 voegen, zegt ze: ‘De opstanden in het buitenland zijn ook vaak studentenopstanden. Dát zijn nou eenmaal de mensen die zich verdiepen in de wereld.’

Maar G500 is toch ook opgezet om jongeren meer in het politieke proces te betrekken? Dan bereik je je doel pas als je jongeren aanspreekt die dat eerder niet waren. Ingeborg antwoordt verbeten: ‘Ik vroeg bij aanvang van deze avond hoeveel mensen al eerder lid waren geweest van een politieke partij en dat waren er weinig. De meerderheid van de mensen hier kan wel vertellen dát er een probleem is, maar weet amper waar het over gaat.’ Een andere jongen komt bij ons staan. Hij stelt zich voor als politicoloog en vrijwilliger. ‘G500 is erin geslaagd jongeren aan te spreken die vinden dat zij nadelen ondervinden van de besluiten die nu in de politiek worden genomen’, oreert hij.

Ingeborg staart me ondertussen wrevelig aan. ‘Ik ben het gewoon niet met je eens! Wie missen hier dan?’ Ik herinner me de uitspraak van de lerares die ik eerder op de avond sprak. Die zei dat jongeren als haar leerlingen zich alleen al niet snel bij G500 zouden aansluiten vanwege het taalgebruik dat de beweging hanteert. De politicoloog: ‘Dus jij zegt dat we niet onszelf kunnen zijn? Kom op zeg, we kunnen niet alle mensen in Nederland op de been krijgen. Jij hebt écht een volkomen verkeerd beeld van de politiek. Kijk. Je hebt groepen. In de samenleving. Die heb je. En sowieso een gedeelte is verstandelijk gehandicapt. Of eh… ziek! Je kan onmogelijk honderd procent halen. Dat kán niet!’

Enkele dagen later publiceert de Volkskrant een artikel van Christopher Houtkamp en Zowi Milanovi, twee studenten politicologie uit de lagere klassen. ‘Mede door onze achtergrond zijn wij het niet eens met veel van de politieke keuzes die G500 maakt. Wij zijn ervan overtuigd dat veel jongeren onze mening zijn toegedaan’, schrijven zij. ‘Hopelijk spreken wij binnenkort over G500 als slechts een liberale beweging, en beschouwen we haar niet meer als de vertegenwoordiger van Jong Nederland.’

Terwijl ze het in de media maar niet eens lijken te worden over de vraag of G500 nou elitair is of niet, en of het tienpuntenplan progressief genoeg is, of juist niet realistisch genoeg, is de jongerenbeweging achter de schermen druk bezig met de voorbereidingen op de congressen. Op 26 juni ben ik op het hoofdkantoor van G500. Ik zit aan tafel met twee andere vrijwilligers en de bezielde Max Patelski, lid van het kernteam. Komend weekend zijn tegelijkertijd het pvda-congres en het cda-congres. Wij moeten bedenken hoe G500 een stempel gaat drukken op het pvda-congres.

Een van de vrijwilligers stelt voor om een opblaaszwembadje voor het congrescentrum neer te zetten, gevuld met tomaten. ‘En daar gaan we dan tomaten in stampen.’ Het lijkt hem een mooi fotomoment. Max is wat minder gecharmeerd van het idee. Dan komt Sywert binnen. ‘Ik weet niet of jullie nog bezig zijn met die tomaten’, zegt hij, ‘maar het lijkt me geen goed idee. Dat gaat ons achtervolgen in de pers.’ Max knikt instemmend. De vrijwilliger kijkt teleurgesteld. Uiteindelijk besluiten we rozen mee te nemen. Dat is een veel vriendelijker gebaar. ‘En ook een mooi fotomoment’, denkt Max.

Verder heeft hij besloten dat we flyers gaan uitdelen over het ontslagrecht. Op de ene zijde staat een brief waarin de lezer een vijfjaarcontract krijgt aangeboden; op de andere zijde staat de mededeling dat de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd omdat de werkgever volgens de wet alleen maar een contract voor onbepaalde tijd mag aanbieden. De flyer moet voelbaar maken hoe vervelend de verplichting tot een vast contract kan uitpakken. ‘Is dit het belangrijkste punt waarvan we de pvda willen overtuigen?’ vraag ik. ‘Niet per se’, antwoordt Max.

Diezelfde avond is er een borrel in Amsterdam. De belangstelling is gering, ik zit er met een handvol andere G500-deelnemers. Waaronder Wouter. Wouter is op 16 juni naar ‘G500 warmt op!’ geweest, een evenement waarbij de leden samen een plan zouden opstellen om de congressen aan te pakken. ‘Tenminste, dat dacht ik. Alles was al bepaald.’ Hij keerde er teleur­gesteld van terug. Een van de andere aanwezigen is de politicoloog die ik eerder in Eye had gesproken. Zijn enthousiasme lijkt iets bedaard. ‘G500 is niet bepaald democratisch’, beaamt hij tegen Wouter. ‘Volgens mij is de grote prestatie van G500 dat we erin geslaagd zijn aan te tonen hoe ondemocratisch het huidige politieke stelsel is. Anders zouden wij met vijfhonderd man natuurlijk nooit invloed kunnen uitoefenen op de agenda’s van grote partijen. Maar het is ons niet gelukt zelf aan dat systeem te ontsnappen.’

Als ik zaterdagochtend 30 juni aankom op station Zuilen zit de normaal zo enthousiaste Max er een beetje doorheen. Vanaf half negen stond hij er – keurig in pak, vrolijke oranje das – met een grote zak armbandjes voor de drommen G500-leden die uit de trein zouden stappen. Anderhalf uur later is hij zes bandjes kwijt. ‘Komen ze met de bus, ofzo?’ vraagt hij zich af. Hij snapt het niet, meer dan duizend jongeren hebben G500 betaald om ze in te schrijven en nu is het moment aangebroken waar het allemaal om draait. Stemmen. Waar blijven ze nou? Een andere deelnemer komt bij ons staan en spreekt Max streng toe: ‘Kom op, je moet wel enthousiasme uitstralen.’ Max herneemt zich direct en werpt zijn vuist in de lucht. ‘Tsjakka!’

Op het congres zelf blijken echter niet veel meer G500-deelnemers te zijn. Max en Ingeborg meegerekend zijn we met zestien man. Alle zestien hebben we een stemkaart en een dikke stapel pvda-amendementen waar namens G500 een stemadvies bij staat. Officieel staat het ons natuurlijk vrij naar eigen inzicht te stemmen, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Er is ter plekke geen tijd om de punten door te lezen en van tevoren heeft bijna niemand het gedaan. Dus volgt iedereen Ingeborg. Steekt zij haar stemkaart omhoog, dan doet de rest dat ook.

Enkele deelnemers worden opgeroepen om te spreken. Een van hen zat eerder ook als vrijwilliger bij de bespreking met Max, toen we moesten bedenken of we rozen of tomaten gingen gebruiken voor het fotomoment. Hij is vrij zenuwachtig, tijdens zijn praatje moet hij een beetje stotteren. Maar na zijn speech komt hij glunderend terug. ‘Ik kreeg een knipoog van Diederik Samsom!’ Vervolgens zet hij op zijn Facebook-pagina: ‘Knipoog Diederik Samsom: check.’ Maar het mag niet baten. Alle G500-amendementen worden genadeloos van tafel geveegd. Er is maar één punt waarop G500 en de pvda het toevallig met elkaar eens blijken: technische studies moeten niet worden gesubsidieerd. ‘Ik studeer zelf iets technisch’, zegt een jongen naast mij, terwijl hij gedwee zijn stemkaart omhoog houdt als de stemmen voor het afwijzen van subsidie worden geteld. Waarom houdt hij zijn kaart eigenlijk omhoog? Hij weet het zelf niet zo goed. In de pauze delen we de flyers uit over het ontslagrecht. Twee pvda-leden met een juridische achtergrond gaan met ons in discussie. ‘Ten eerste bestaat de mogelijkheid tot een tijdelijk contract al. Ten tweede lost zo’n contract niet het probleem op dat ouderen en jongeren te weinig worden aangenomen.’ Een G500-vrijwilliger knikt onzeker. ‘O, oké. Ja, dat zou best kunnen.’

Bij het gelijktijdige cda-congres zou G500 meer hebben bereikt. Volgens een persbericht slepen bijna tweehonderd G500’ers er 35 amendementen binnen, onder meer voor de verhoging van de aow-leeftijd, het hoger onderwijs, duurzaamheid en de pensioenfondsen.

Op naar het vvd-congres. In de aanloop ernaartoe organiseert G500 een nieuwe ronde borrels. Op woensdagavond 22 augustus licht Sywert de laatste verwikkelingen toe tijdens de Think Drink in café De Jaren in Amsterdam. Hij spreekt er een club van zo’n twintig belangstellenden toe. De nieuwste stap is de ontwikkeling van een andere methode om te stemmen: de Stembreker. Sywert heeft de applicatie tijdens Lowlands gelanceerd. Gebruikers van dit programma krijgen niet een stemadvies op één politieke partij, maar op een coalitie. De Stembreker verzamelt al de voorkeuren en rekent op basis daarvan uit op welke partij iedere gebruiker het best kan stemmen. Op 12 september krijgen alle deelnemers een sms met daarin hun persoonlijke stemadvies. Eigenlijk organiseren de gebruikers via Stembreker.nl dus zelf meerderheden. Het succes hangt in grote mate af van het aantal deelnemers. Hoe meer mensen de Stembreker invullen, hoe nauwkeuriger het advies. ‘Wie heeft de Stembreker al gedaan?’ vraagt Sywert. Enkelen steken hun hand op.

Tijdens die zwoele zomeravond in De Jaren valt het me op dat G500 inmiddels gestabiliseerd lijkt. Het zijn telkens dezelfde gezichten die terugkeren. In café De Jaren is de bezetting een stuk lager dan tijdens de eerste Think Drink in Eye. Sommige G500’ers zijn wellicht op vakantie, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat veel deelnemers gewoon zijn afgehaakt. De mensen die blijven komen, lijken zich de afgelopen maanden over het algemeen ontwikkeld te hebben van wat naïeve jongeren tot kritische en zelfverzekerde deelnemers die goed weten hoe het politieke systeem in elkaar zit en nog beter wat ze daaraan willen veranderen. Zoals de 24-jarige Danny Bloem. ‘Ik heb drie partijen nu van binnenuit meegemaakt en ben veel bekender met hun standpunten en oplossingsrichtingen. Maar het belangrijkste wat ik heb geleerd, is om een standpunt te verwoorden in de terminologie van de mensen die je wil aanspreken.’

Toch lukt het G500 ook op het vvd-congres niet te bereiken waarvoor de beweging is opgericht. Tijdens de plenaire vergadering worden de twee overgebleven G500-amendementen (over onderwijs) met een grote meerderheid weg­gestemd. Er valt bijna direct uit af te leiden hoeveel G500-stemmen voorhanden zijn. Op het eerste voorstel stemden 382 mensen positief, op het volgende 385. En dat terwijl de aanwezige G500-deelnemers meestal niet alleen voor zichzelf stemden, maar ook machtigingen hadden van G500’ers die niet aanwezig konden zijn. Bij elkaar kwamen die stemmen waarschijnlijk niet boven de vierhonderd uit. Waar zijn de overige zevenhonderd gebleven? Want als alle G500-deelnemers waren komen opdagen, had de uitslag er wellicht heel anders uit gezien.

Niettemin staat even later een bijzonder positief artikel over de G500-prestaties tijdens het vvd-congres op nieuwssite Nu.nl. ‘De G500, die zich eerder roerde op de congressen van de pvda en het cda, wist meerdere speerpunten te agenderen en binnen te halen, zo meldt de beweging.’ Waarschijnlijk doelt de schrijver van het artikel hiermee op enkele punten die tijdens de deel­sessies werden bereikt. Maar wat penningmeester Hederik de Vries me na het congres toevoegt, is veelzeggender: ‘Gelukkig zijn die journalisten bij Nu.nl lui, en nemen ze onze berichten bijna geheel over. Je moet de boel altijd mooier maken dan het is, hè!’

Na het congres sta ik met wat andere deel­nemers in een café om de hoek bij het congrescentrum. ‘Ik ben een van de actievere deelnemers’, zegt Jelle Veraa, een Delftse student luchtvaart- en ruimtevaarttechniek. Over de opkomst op het congres zegt hij: ‘Waarschijnlijk werden veel mensen vooral deelnemer omdat ze het een tof idee vonden, die G500. Ze dachten misschien dat ze G500 daarmee zouden steunen. Maar zoals Sywert wel eens tegen me heeft gezegd, hadden die mensen beter vijftig euro kunnen doneren. Dan hadden we dat geld tenminste nog in de campagnes kunnen stoppen.’

Zelf gaf Jelle zich drie weken na de lancering in Buitenhof op als deelnemer en vrijwilliger. Hij werd vrijwel direct gemaild. ‘Of ik wilde helpen andere deelnemers te bellen. Dat vond ik prima. Het is niet het leukste klusje, maar iemand moet het doen.’ Toen de campagnes werden opgezet, mochten de vrijwilligers uit het belteam daarbij aanwezig zijn. Zo rolde Jelle in het campagneteam. Inmiddels zit hij in de denktank van G500, die vijftien leden telt. ‘Ik schat dat de harde kern uit zo’n dertig tot veertig man bestaat. Daaromheen zit misschien nog een schil deelnemers die af en toe wat doen. Maar veel deelnemers doen inderdaad niks, behalve dan dat ze dat bedrag hebben betaald.’ Jelle zelf vergadert iedere zondag in het hoofdkantoor. Hij loopt er zelfs studievertraging door op. Daar heeft hij bewust voor gekozen. ‘Mijn studie is voor mezelf. En het maakt later echt niet uit of ik met een acht of een zes ben geslaagd. G500 geef ik voorrang. Dit doe ik voor Nederland.’ Denkt Jelle dat hij onmisbaar is voor G500? ‘Nee, dat niet per se. Maar als ik toezeg iets te doen, is het mijn verantwoordelijkheid m’n belofte te houden.’

Sywert begon zijn beweging omdat hij merkte dat hij cynisch was geworden over het huidige politieke systeem, waarin geen enkele partij de eerste stap naar hervorming durft te zetten en de partijagenda’s worden bepaald door een kleine club van vijf tot tien man, gecentreerd rond de partijleider. Ook de koers van G500 wordt vooral bepaald door een kleine harde kern, dus wat dat betreft lijkt er weinig verschil. Maar is dat Sywert te verwijten? Toen hij constateerde dat hij ontevreden was, besloot hij daar zelf wat aan te doen. Hetzelfde geldt voor de mensen die veel inspraak hebben binnen G500. Zij investeerden meer dan een bedrag, vooral ook hun vrije tijd.

Ik sprak Sywert aan de telefoon vóór het vvd-congres. ‘Ik heb de hiërarchie in de politiek nooit willen doorbreken’, zei hij toen. ‘Het was mijn bedoeling de grote vragen van morgen te stellen, voordat het te laat is. Onze kracht zit hem niet in eindeloos vergaderen en registreren wat iedere G500-deelnemer denkt. Naast denkkracht, zijn wij vooral onderscheidend in doe-kracht.’

Maar dan moet er wel wat gedaan worden.