Sven Ratzke weet waar Duitsers om lachen

Kommt ein KLM-Stewardess bei der Dokter

Dat Duitsers geen humor hebben, blijkt een wijd verbreid misverstand. Onze oosterburen vatten humor heel serieus op. Niemand weet dat beter dan Sven Ratzke, entertainer in zowel Duitsland als Nederland. Lachen Duitsers anders dan Nederlanders?

Nu staat het onomstotelijk vast: Duitsers hebben geen humor. Het wereldwijde sociale platform Badoo heeft zijn gebruikers vijftien landen voorgelegd met de vraag waar de humor het best gedijt. Circa dertigduizend mensen gaven antwoord. De Duitsers eindigden op een roemloze vijftiende en laatste plaats.

Nu kun je bij dat onderzoek de nodige vraagtekens plaatsen. Zijn de Amerikanen, die als eersten eindigden, echt de grappigste mensen ter wereld? Waarom eindigden de Britten, toch meesters in de humor, slechts in de middenmoot, op een zevende plaats, nota bene vlak vóór de Nederlanders op de achtste plaats? Zijn de Nederlanders echt leuker dan de Belgen (negende)? En wat is er zo grappig aan Spanjaarden (tweede) en Italianen (derde)?

‘Allemaal onzin!’ Het oordeel van Sven Ratzke is resoluut. ‘Zo’n onderzoek is niets waard. Je kunt het Duitse gevoel voor humor niet zomaar als nietswaardig afdoen.’ Ratzke kan het weten. Hij is Duitser én Nederlander en treedt als entertainer in beide landen met succes op. Hij weet waar Duitsers om lachen en waar Nederlanders dubbel om liggen. Als geen ander heeft hij zicht op de humor aan beide kanten van de grens.

‘Het is gewoon een raar vooroordeel dat Duitsers geen humor hebben. De Duitse humor beslaat een heel breed spectrum. Aan het ene uiteinde heb je de politieke satire, die in een lange traditie staat. Aan het andere uiteinde heb je de domme, platte lol van mensen als Mario Barth, die hele stadions vol krijgt met slechte grappen over waarom vrouwen niet kunnen inparkeren. Tussen die twee uitersten bewegen zich talloze goede, intelligente humoristen.’

De Duitse humor gedijt vooral in het cabaret. Met name tussen de beide wereldoorlogen bloeide die combinatie van satire, muziek en variété. ‘Wilkommen, bienvenue, welcome!’ – wie kent niet die beroemde begroeting in Cabaret, de succesvolle Amerikaanse reprise van het Duitse entertainment uit het interbellum. Twee jaar geleden speelde Sven Ratzke zelf de hoofdrol in een Nederlandse musicalversie van Cabaret.

Ook Ratzke’s eigen shows staan in die Duitse cabarettraditie. Hij is een entertainer pur sang, die het publiek onderhoudt met brutale conversaties en spetterende songs. In Nederland is hij bekend van optredens in het Nieuwe De La Mar in Amsterdam en op de Parade overal in het land. In Berlijn staat hij op de planken van de kleinkunsttempels Bar jeder Vernunft en Tipi am Kanzleramt. Maar ook buiten Berlijn is hij in Duitsland veel gevraagd.

Deze zomer speelt Ratzke een week per maand in Berlijn in de Admiralspalast Klub de voorstelling Hedwig and the Angry Inch. De Klub is een grote kelder onder het beroemde Admirals­palast-theater. Een paar honderd mensen per avond zien een one-woman-show met Ratzke in de hoofdrol van de transseksueel Hedwig. De show was in de jaren negentig een cult­succes in het New Yorkse off-Broadway-circuit. En later een succesvolle cultfilm. Ratzke heeft voor Duitsland en de Benelux de rechten van de show verworven. Daarmee ging een lang gekoesterde wens in vervulling. Ratzke kende de productie uit Amerika, waar hij tegenwoordig ook wel eens op de planken staat. Een Duitse producent heeft Ratzke onder zijn hoede genomen en hem alle vrijheid gegeven om de show naar zijn hand te zetten. Met een door hemzelf samengestelde band brengt Ratzke nu de Admiralskelder aan het rocken.

Typisch Ratzke zijn de provocerende gesprekken met het publiek. Dat doet hij in vrijwel al zijn shows. Hij pikt een paar ‘slachtoffers’ uit het publiek die hij telkens weer aanspreekt. Dat is niet altijd even leuk voor de betrokkenen. ‘Wat kijk je sloom. Kijk je zo ook als je klaarkomt?’ Er gaat een ‘ooooh’ door het Duitse publiek. Maar met een charmante draai weet Ratzke de pijnlijke situatie weer ten positieve te keren.

Vooral in zijn schitterend gekostumeerde rol als Hedwig valt het Ratzke niet moeilijk het Duitse publiek voor zich te winnen. ‘Eigenlijk is het een heel tragisch verhaal. Hedwig is geen man en geen vrouw, hij heeft geen penis en geen vagina. Bij de operatie die van hem een vrouw moest maken, is er een stuk van tweeënhalve centimeter blijven zitten, de angry inch. Maar ze slaat zich moedig door het leven, ook als haar geliefde een oplichter blijkt.’

Slaat dat wel aan bij de Duitsers? ‘Wat me opvalt is dat de Duitsers hetzelfde reageren als de Amerikanen. Er ontstaat een zelfde soort euforie in het publiek. Op het eind, wanneer Hedwig zich letterlijk en figuurlijk helemaal blootgeeft, staan ze allemaal op en beginnen met aanstekers op de muziek mee te deinen. Een happy end: kom maar Hedwig, we sluiten je in de armen, je bent een van ons. Heel Amerikaans, maar de Duitsers voelen het net zo.’

Dat maakt het des te vreemder dat in de Badoo-enquête de Amerikanen op de eerste en de Duitsers op de laatste plaats eindigden. ‘Terwijl Amerikanen en Duitsers heel vaak van dezelfde dingen houden. Duitsers zijn gek op Hollywood-films en op Amerikaanse televisiehumor. Ze houden net als de Amerikanen van glamour en showbusiness. Daar speel ik in mijn Duitse shows op in en ik heb daardoor meer succes dan vroeger.

Vroeger deed ik veel ingewikkelder dingen. Het Duitse publiek snapte het niet. De rare overgangen die ik maakte, de vervreemding van het genre. De critici vonden het mooi maar het publiek had er moeite mee. Dat ik hard en brutaal ben, dat vinden vooral Nederlanders leuk. Maar Duitsers vinden net als Amerikanen dat je vooral iets moet kúnnen, dat je iets moet laten zien. Pas dan accepteren ze dat je ook exotisch bent en provocerend.’

Een goed voorbeeld: Ratzke deed onlangs een show in Berlijn met Ellen ten Damme. Ten Damme is een beetje een diva in Duitsland, vooral omdat ze enige tijd de muze was van de immens populaire rockzanger Udo Lindenberg. Ten Damme zal het nooit nalaten om tijdens een optreden in Duitsland een paar minuten op haar handen te lopen. ‘Dat vinden de Duitsers geweldig! Nederlanders denken dan: nou en? Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’

Dat is een belangrijk verschil tussen Nederlanders en Duitsers. ‘Het Nederlandse publiek is niet zo snel van zijn à propos te brengen. Daarom is er in Nederland ook veel meer ruimte om te experimenteren. Neem de Parade, daar gebeuren ontzettend veel nieuwe dingen. Hier in Duitsland is alles veel meer voorgeschreven. De norm is wat op televisie succes heeft. Wil je in het theater succes hebben, moet je datzelfde doen. Geen experimenten!’

Wat op televisie succes heeft, is nog steeds hoofdzakelijk politieke satire. Scheibenwischer, Neues aus der Anstalt en hoe die programma’s ook mogen heten, bestaan voornamelijk uit politieke analyses met hier en daar een komische pointe, steevast beloond met een frenetiek applaus van het studiopubliek. Die programma’s leveren het bewijs voor de veelgehoorde stelling: als het om humor gaat, houdt in Duitsland de lol op.

Maar ook voor televisie geldt de waarschuwing van Sven Ratzke: er is in Duitsland zo veel meer dan politieke satire aan de ene kant en boertige ongein aan de andere. ‘Ik noem alleen maar even Harald Schmidt met zijn Late Night Show. Zo iemand heb je in Nederland niet. Een echte intellectueel, razend gevat en met groot gemak schakelend tussen hoge en lage cultuur. Shakespeare naspelen met poppetjes van Playmobil, zoiets. Geniaal!’

Harald Schmidt is ook een van de weinigen die het zich kan veroorloven om op televisie Hitler na te doen. De Duitse humor kent vele taboes. Hitler is een van de grootste. Geen persiflage op Hitler of er breekt een brede maatschappelijke discussie los. Of het nu gaat om de komische film Mein Hitler of om de onschuldige satire in het boekje Hij is er weer, altijd staan er wel mensen op om te zeggen dat het Derde Rijk niet om te lachen is.

Ratzke heeft daar geen last van. ‘Ik zoek de taboes niet op. Hoewel dat typisch Nederlands is. Wat Hans Teeuwen doet, kijken hoe ver hij kan gaan met het beschrijven van seks met de koningin, dat is niet mijn métier. Hoewel. Ik heb een nummer over een seksorgie tussen Merkel en Sarkozy. Dan liggen ze in Nederland dubbel. Maar in Duitsland komen ze achteraf naar me toe om te zeggen: dat is niet oké hoor, Merkel is echt een tof iemand.’ >

‘De Duitsers zijn sowieso veel terughoudender, ze lachen “kleiner”. Als je hier in Berlijn op een terras zit en er zitten ook Nederlanders, hoor je die er altijd bovenuit lachen en brullen. Ik denk dan wel eens: zijn de Duitsers door de oorlog minder luidruchtig geworden? Zo van: we hebben allemaal zulke erge dingen gedaan, we zullen ons maar een beetje inhouden. Nederlanders hebben zo’n houding van: nee hoor, wij zijn nooit fout geweest in de oorlog!’

Er gaapt een grote kloof tussen de humor in Nederland en Duitsland. Er is Nederlandse humor, die valt aan Duitsers niet uit te leggen. ‘Neem Jiskefet, daar snappen de Duitsers helemaal niets van. Dat valt ook niet uit te leggen. Omgekeerd kun je een Nederlander niet uitleggen wat er zo leuk is aan Helge Schneider. Maar ik vind hem geniaal, wat hij doet is zo absurd, haast Beckett-achtig. En tegelijkertijd is hij een geweldige muzikant.’

Helge Schneider blonk onder meer uit in de rol van de Führer in Dani Levy’s film Mein Hitler. Net zo gemakkelijk speelde hij de rol van Karl Marx in de ‘verfilming’ van Das Kapital door de Duitse cinematograaf Alexander Kluge. ‘Hij is bij het grote publiek bekend door een volkomen idioot nummer, Katzenklo macht Katzen froh. Hij maakt films, schrijft boeken, allemaal even idioot. Maar tegelijk is hij een perfectionist, hij werkt kei- en keihard.’

Datzelfde geldt voor de man die als het absolute hoogtepunt van de Duitse humor geldt maar waarvoor een Nederlander nauwelijks een mondhoek zou optrekken: Loriot. Toen hij twee jaar geleden overleed, stortte het land in een soort nationale rouw: grote stukken in de kranten, wekenlang herhalingen op de televisie. Ratzke weet hem wel te waarderen. ‘Mensen die een beetje van Duitsland houden, vinden hem erg leuk. Hij is heel Duits, heel klassiek en heel precies. Hij maakte sketches, daar deed hij maanden over. Een Stanley Kubrick van de humor, heel perfectionistisch, geen greintje spontaniteit.’ Maar ook wel erg kleinburgerlijk en erg jaren vijftig. ‘Ja, maar dat is precies zoals Duitsland was in die tijd. Ook die films van hem en die cartoons. Ik moet daar erg om lachen, omdat veel Duitsers nog precies zo zijn, zo pietluttig, zo dichtgeknoopt.’

Loriot maakte een tekenfilmpje over twee burgermannetjes die in bad zitten en ruzie krijgen over een badeend. Of een sketch over een man die een liefdesverklaring afsteekt terwijl er een sliertje spaghetti aan zijn kin kleeft. Allemaal heel klein, heel traag en heel braaf. Maar de Duitsers kunnen er geen genoeg van krijgen het almaar weer te zien. Je zou hem, met enige goede wil, de Annie M.G. Schmidt van Duitsland kunnen noemen.

‘Als je dan zo graag wilt dat ik iemand noem die men in Nederland wél zou kunnen waarderen’, zegt Ratzke, ‘dan wijs ik op Hape Kerkeling.’ Sommige Nederlanders kennen hem als de man die, verkleed als koningin Beatrix, er bijna in slaagde om de hele entourage van het paleis van de bondspresident ervan te overtuigen dat hij op staatsbezoek kwam. ‘Ik kom warm eten bij de president’, zei hij, wuivend naar de toeristen.

Hape Kerkeling past in patronen die aan beide zijden van de grens gelden. Een uitstekende typetjesmaker, maar ook een gevoelige homo en een valse nicht, die bovendien perfect Nederlands spreekt en ook een intellectuele kant heeft. Een van zijn hoogtepunten is een optreden op de Leipziger Buchmesse als Oostenrijkse schrijver van het boek Der Abgrund, een onzinroman waarover hij het publiek tot een serieus gesprek weet te bewegen.

‘Als je dat soort parodieën ziet, stel je ook vast dat er veel meer rust en beschaving in de Duitse humor zit. En niet alleen in de humor, ook in de nieuwsuitzendingen en de talkshows. Neem De wereld draait door, waar alles snel moet gaan en vooral gezellig moet blijven, en vergelijk dat eens met Duitse talkshows, die gemiddeld meer dan een uur duren en waar mensen niet voortdurend worden onderbroken door bad cop Pauw en good cop Witteman.’

In Nederland kan het niet hard en confronterend genoeg zijn. De manier waarop GeenStijl en PowNews interviewen is in Duitsland ondenkbaar, maar in Nederland wordt dat serieus genomen. Ook sommige Duitsers doen zulke interviews, bijvoorbeeld in de Harald Schmidt-show en in het recent zeer succesvolle, satirische programma heute show. Maar daar zijn zulke interviews uitdrukkelijk niet serieus en weten de betrokken partijen dat.

Martin Sonneborn, redacteur van het satirische tijdschrift Titanic, richt in de heute show een camera op de kale plek in het krullenkapsel van de zeer conservatieve csu-minister van Binnenlandse Zaken Hans-Peter Friedrich. ‘Hier zien we toch een duidelijk gat in de Duitse veiligheidspolitiek’, meldt hij de minister, die er dan op z’n Beiers grappig op probeert te antwoorden. Een beschaafde dialoog tussen mensen die weten waarom het gaat: satire.

Komt Ratzke wel eens in de verleiding om zich te profileren als een nieuwe Rudi Carrell, die veel succes had met zijn charmante Hollandse accent? ‘Nou nee. Rudi Carrell sprak ook veel beter Duits dan hij in zijn shows deed. Heel soms doe ik wel eens een lui soort Duits met een Hollands accent, makkelijk zat. Maar ik vind dat niet echt leuk, ik kan ook gewoon Duits, net als andere succesvolle Nederlanders in Duitsland, zoals Linda de Mol.’

Hij vervolgt: ‘Linda de Mol pakte het anders aan dan Marijke Amado.’ Marijke Amado? In het echt heet ze Maria Verbraak, die op het pijnlijke af met een Nederlands accent Duitse kinderprogramma’s presenteert en Nederlandse kaas bezingt. En het kan nog pijnlijker: Philip Simon. ‘Die heeft een eigen tv-show. Hij had geen succes in Nederland en probeerde het toen met een Hollands accent op de Duitse televisie. “Kommt ein KLM-Stewardess bei der Dokter.” Vreselijk.’

Maar waarom had Rudi Carrell dan zo’n succes bij de Duitsers? Ze hebben massaal gehuild toen hij overleed. ‘Carrell had de buitenlanderbonus. “Wat-ie nou weer gezegd heeft!” fluisterden de Duitsers, “maar ja, dat mag-ie, want hij is een gekke Nederlander.”’ Buitenlanders, migranten, joden, ze mogen op het gebied van humor meer dan Duitsers. Een Turkse komiek trok enige tijd geleden volle zalen met het voorlezen uit Hitlers Mein Kampf.

Welke rol speelt de Duitse taal in de Duitse humor? Volgens sommige Engelsen, onder wie de schrijver Mark Twain, is de Duitse taal niet geschikt om goede grappen te maken. Dat vindt ook de Duitser Henning Wehn, sinds een jaar of tien succesvol stand-up comedian in Engeland. De Duitse taal is te precies, vindt hij. De grammatica maakt het niet mogelijk om net als in het Engels het sleutelwoord van de pointe aan het eind van de zin te plaatsen.

Maar Ratzke ziet dat probleem niet. Duitsers mogen zo hun moeite hebben met humor, maar waarom ligt dat bij Oostenrijkers dan zo anders? Die spreken toch ook Duits? ‘Wat de Belgen zijn voor de Nederlanders, zijn de Oostenrijkers voor de Duitsers. Oostenrijkers hebben een bijzondere humor, heel zwartgallig, en ze kunnen ontzettend veel met taal. Ik speel heel graag in Oostenrijk, het publiek is er anders dan in Duitsland, losser, vrijer.’

Zelfs de meest serieuze Oostenrijkse kunstenaars maken gebruik van humor. Toneelschrijver Thomas Bernhard, filmer Ulrich Seidl, schrijfster Elfriede Jelinek. Wie zich afvraagt of de Duitse taal geschikt is voor humor moet zich maar eens in hun werk verdiepen. Ja, ook dat van Nobelprijswinnares Jelinek. À propos, hoe zit het eigenlijk met vrouwen en de Duitse humor? Zijn vrouwen eigenlijk niet schrik­barend afwezig?

‘Net als in Nederland’, vindt Ratzke. ‘Welke vrouw, afgezien van Brigitte Kaandorp, heeft nu echt succes in Nederland? In Duitsland moet je ook lang zoeken. In dat brede middenveld tussen politieke satire en platte lol heb je eigenlijk alleen Anke Engelke. Zie haar televisieshow Lady­kracher. Maar ja, die is meteen weer zo intelligent, een vrouwelijke Harald Schmidt, daar kun je in Nederland niet mee aankomen.’


Van vrijwel alle in dit stuk genoemde humoristen en sketches zijn filmpjes te zien op YouTube. Sven Ratzke staat volgend jaar met zijn voorstelling Hedwig and the Angry Inch onder meer in de Kleine Komedie in Amsterdam en in de Stadsschouwburg in Utrecht