Dood of liefde? Het is aan ons om een eigen verhaal te maken. Dat is de kracht van de dans/theatervoorstelling Verliefd/Verloren die het Speeltheater Gent (regie: Eva Bal, choreografie: Ives Thuwis, muziek: Paul Carpentier) voor het Holland Festival maakte. We worden verleid ons eigen verhaal te creeren.
Er is een simpel gegeven: de boot vaart rechtdoor, vier zeemannen verzorgen de enige passagier, een oudere vrouw. Zij schrijft, leest, gooit haar koffer en sieraden overboord. Dan blijkt er een verstekeling te zijn, een oudere man. Of de man al eerder in het leven van de vrouw was, of dat ze elkaar nu voor het eerst ontmoeten en zich in elkaar verliezen, dat laat de voorstelling in het midden.
De verhaallijn van Verliefd/Verloren schakelt voortdurend van herkenning (aha, dat is er aan de hand!) naar verrassing (he, hoe zit dat?). De toeschouwer van iedere denkbare leeftijd (vanaf acht jaar) krijgt voldoende rust om zijn eigen verhaal te fabriceren. tegelijkertijd is de voorstelling zo energiek dat je na afloop naar adem hapt. De danser die de verstekeling speelt, Jaap Flier, formuleert in het programmaboekje precies wat er aan de hand is: ‘Verliefd/Verloren heeft iets van een complot waar iedereen in verstrikt raakt, maar waarvan niemand meer weet wie het heeft beraamd.’
De aanwezigheid van Jaap Flier (63) en Milly Gramberg (56) geeft de voorstelling een ontroerende meerwaarde: die van de oudere danser, van hun ervaring en rust. Het is geweldig om te zien hoe exact het bewegingsidioom van Flier en Gramberg is, hoe ze de jongere dansers weten te verleiden. Aufforderung zum Tanz. De choreografie van Thuwis combineert de expressie van de Duitse Ausdruckstanz met de wilde rauwheid van de Needcompany-voorstellingen van Jan Lauwers. De schakeling van emotionerende bewegingspatronen naar energie. En terug.
Het verhaal van Verliefd/Verloren wordt bijeen gehouden door de bootsman, Luc Frans, de enige performer met tekst. Het is een wonder om te zien hoe hij met een minimum aan woorden en handeling lijn geeft aan de keten van beelden. Hij is ook degene die voor de relativering zorgt. Met de gestiek en de mimiek van Buster Keaton wordt Luc Frans door zijn kompanen voortdurend overboord geslagen, tot hij besluit dat zelf maar te doen. In een heftige storm tegen het einde valt trouwens vrijwel iedereen overboord. Het oudere paar zal in een indrukwekkende pas de deux ten onder gaan in het door de bootsman lek gestoken schip.
Een bijzondere rol speelt de muziek in deze produktie. Een mengsel van eigen composities van Paul Carpentier (piano, cello, accordeon), sentimentele liefdesliedjes uit de jaren vijftig en zestig, rock ‘n’ roll en felle tango’s. Nog niet genoemde uitvoerenden zijn Emilie Sterkenburgh (een androgyne zeeman/vrouw), Suzanne Grooten (de zeemeermin) en Bennie Bartels (die zeemeerman en meeuw tegelijk wil zijn).
Het heldere decorontwerp is van Hedy Grunewald, het transparante lichtontwerp is van Marc Claeys. Enige afwezige op de premiere was danser Paul Gilling. Hij had vlak daarvoor zijn teen gebroken. Gilling schreef in het programmaboekje zijn motto: ‘Geen plaats om te vluchten. Zelfs niet voor mezelf. Wil ik uit deze chaos ontsnappen. Sluit ik mijn ogen en glimlach.’ Ik heb het hem nagedaan. En kwam met betraande ogen uit een onvergetelijke theaterervaring.