Konijnenkeutels

Moskou - Onbehagen is de Opel Astra onder de emoties, heel erg doorsnee en heel erg duurzaam. Het zou zo kunnen dat Sigmund Freud dat ook al schreef, maar dat deed hij dan allicht minder luchtig. Onbehagen heb je altijd en met een beetje geluk heb je ook nog wat plezier of liefde, af en toe. Van concrete ergernissen hebben mensen er altijd wel wat paraat. Vraag mensen waar ze recent blij van werden en dan moeten ze eerst nadenken. (Vraag het uzelf nu even.)

Cultuurcritici mogen daarom graag een betoogje houden over het onbehagen in de maatschappij. Het is altijd prijs. Eén of twee van je favoriete ergernissen koppelen aan wat bijeengescharrelde data en dan concluderen dat het vroeger beter was. Of het nu George Steiner is die claimt dat mensen tegenwoordig geen Latijn meer lezen en dat daarom de wereld naar de knoppen gaat, of Geert Wilders die vindt dat er vroeger minder negers waren en het daarom nu niet meer veilig is op straat - geheid dat mensen opstaan en zeggen: die man heeft gelijk.

Maar vervallen in onbehagen over onbehagen is flauw. Onbehagen is als konijnenpoep, onmisbaar voor een gezond konijn. Het konijn eet vezels, poept ze uit en eet die keutels later op zijn gemak weer op. Want al dat stro is veel te taai om ineens in het konijnenlijf te blijven. En geef toe, zo erg stinken die kleine zwarte rozijntjes nu ook weer niet. Zo ook met onbehagen over mensen die geen Latijn lezen of die geen Venloos spreken. Dat is voor sommige mensen taaie kost, daar moeten ze eerst voorkeutels van maken. Die eten we met z'n allen op en dan gaan we weer door.

Ik zou een lang verhaal over onbehagen in Rusland kunnen schrijven. Over corrupte instituties, over ongezonde mensen, over vervuilde natuur, over discriminatie. Maar dan gaat het eigenlijk gewoon over grootschalige onderdrukking en armoede, niet over het getob dat wij met onbehagen associëren. Bespiegelen op drift en agressie als manieren om in het reine te komen met onze sterfelijkheid doet dan op z'n best wat koddig aan.

Buiten is het min zeventien en ik zit tegen de verwarming aan te schrijven. De lucht is blauw, en nog wel zonder dat de malloot die burgemeester van Moskou is de wolken met chemicaliën heeft weggejaagd. (Wat hij wel zegt te willen.) Ik heb maar een heel klein beetje griep en als ik naar buiten wil staat een paar gewatteerde Meindl-laarzen klaar, ‘gore tex’ met ‘dubbelgestikte zolen’. Dat is behagen, groot behagen.