Koning Abdullah, 1 augustus 1924 – 23 januari 2015

Koning Abdullah van Saoedi-Arabië probeerde zijn land en het Midden-Oosten in een tijdcapsule te houden. In zijn laatste jaren vloog zijn grote project aan scherven.

Saoedi-Arabië is een van de naarste landen ter wereld, met bijna absurdistisch strenge straffen en een rampzalige invloed op de internationale veiligheid. Toch werd afgelopen week in officiële reacties uit Londen, Washington en Den Haag een groot hervormer, verzoener en staatsman herdacht. Als die pijnlijke spagaat iets duidelijk maakt, dan is het wel dat westerse landen totaal niet weten wat ze met Saoedi-Arabië aan moeten en ervoor kiezen om weg te kijken van de donkere kant van onze olieverslaving.

Zeker is dat koning Abdullah een prachtige kandidaat is als je de twintigste eeuw zou moeten beschrijven in een reeks portretten. Abdullahs levensverhaal illustreert de extremen van de vorige eeuw: geboren als een soort vredeskind dat zijn vader verwekte bij de weduwe van zijn grootste vijand, en daarmee het product van decennia van stammenoorlogen in een van de ruigste uithoeken van de wereld. Opgegroeid bij bedoeïenen in de met lemen wallen ommuurde buitenpost in de woestijn, met de harde mentaliteit en harde religie van de bedoeïenen in zijn genen. Geboren en opgegroeid in een van de armste en achterlijkste landen op aarde; gestorven als heerser van datzelfde land als een van de rijkste en machtigste mannen ter wereld. Diep toegewijd om zijn land en het hele Midden-Oosten in een soort tijdcapsule te houden met onveranderlijke samenlevingen, terwijl zijn land kapitalen besteedde aan de verbreiding van een fundamenteel revolutionair gedachtegoed. Hij leefde net te lang, lang genoeg om zijn regio aan stukken te zien vliegen.

Dat deze koning Abdullah rimpelloos is opgevolgd door zijn halfbroer Sultan mag een klein wonder heten. Al jaren voorspellen allerhande experts dat Abdullahs dood het begin van een extreem gewelddadige revolutie in Saoedi-Arabië zou kunnen zijn. Nu dat gevreesde moment plotseling is gepasseerd wordt nu al vooruit gekeken naar het moment dat de derde generatie leiders aan het roer komt in Saoedi-Arabië. Want nog steeds zijn de zonen aan de macht van de generatie die het land bij elkaar veroverde.

Abdullahs vader Abdulaziz verenigde Arabië, dat destijds vooral een sneue hoop zand en stenen werd gevonden, in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hij zou zijn veroveringen officieel samenvoegen als het Koninkrijk Saoedi-Arabië. Daarmee beslechtte Abdulaziz ruim een eeuw oorlog tussen de machtige families Al Saud en Al Rashid. Om de Rashids met zijn heerschappij te verzoenen, trouwde Abdulaziz twee vrouwen uit hun familie. Met een van hen kreeg hij de zoon Abdullah. Maar die was duidelijk niet vaders oogappel: hij werd niet zoals veel halfbroers naar Europa gezonden voor zijn onderwijs en groeide niet op in zijn vaders paleis.

Saoedi-Arabië was destijds nog straatarm: pas in 1938 werd er olie gevonden. Al snel was het de grootste producent ter wereld en in een mum van tijd was de zesduizend leden tellende koninklijke familie veranderd in de curieuze mix van extreem conservatisme, extreme rivaliteit en extreme decadentie die buitenstaanders zo voor raadsels stelt. Na een felle concurrentiestrijd tussen alle prinsen die Abdulaziz had verwekt, lukte het Abdullah om commandant te worden van de Nationale Garde, een vooral uit bedoeïenen bestaand leger. Daarmee had Abdullah genoeg gewicht om in de jaren zeventig als derde in lijn te komen voor de troon. In 1995 kreeg hij de macht in handen.

Saoedi-Arabië blijft zijn balanceertruc volhouden

Abdullah werd wel een ‘hervormer’ genoemd omdat hij de geldkraan naar de familie iets dichtdraaide en vrouwen liet stemmen in onbeduidende verkiezingen. In werkelijkheid was Abdullah oerconservatief en waren al zijn veranderingen bedoeld om alles bij het oude te laten.

Veranderingen binnen en buiten zijn land bestreed hij met alles wat hij als koning van Saoedi-Arabië tot zijn beschikking had: zeer veel geld, een alliantie met de VS en al het religieuze gezag dat Saoedi-Arabië vanwege Mekka en Medina bezat. Tegen jeugdwerkloosheid liet Abdullah van alles bouwen en onderwijzen, al wil Saoedi-Arabië maar geen moderne economie worden. Gevaarlijke invloeden via internet bestreed hij met een vloed van wahabistische propaganda – de fundamentalistische leer van het Saoedische koningshuis en van al-Qaeda. En passant werd Saoedi-Arabië zo de voornaamste motor van radicalisering in West-Europa. Toen al-Qaeda zich in 2003 tegen de Saoedische staat keerde, bestreed Saoedi-Arabië dat met die typische mix van keiharde straffen en afkopen; een paar jaar later was de interne dreiging nagenoeg verdwenen.

Minder succes had Abdullahs offensief tegen veranderingen in het buitenland. Waar hij zich aanvankelijk bediende van de vertrouwde chequeboekdiplomatie, waarmee bijvoorbeeld Egypte overeind werd gehouden, ging hij steeds harder ingrijpen toen de Arabische lente zich verspreidde. In Bahrein rolden zelfs Saoedische tanks binnen toen daar wat demonstranten waren gesignaleerd. Ook met Iran, de erfvijand van Saoedi-Arabië, wilde het niet lukken. Uit WikiLeaks-documenten bleek dat Saoedi-Arabië de VS lange tijd aanspoorde om ‘het hoofd van de slang af te hakken’ in Teheran, maar Abdullah moest toezien hoe de mullahs steeds meer van het Midden-Oosten onder controle kregen. Zo ongeveer heel Irak, Libanon en later Syrië – opnieuw een voorbeeld van spectaculair mislukte Saoedische inmenging. Toen delen van de Saoedische elite het tij wilden keren door fundamentalisten te steunen in Irak – de voorlopers van IS – keek Abdullah weg. Toen hij zich het gevaar realiseerde, was het al te laat.

De opvolging van Abdullah toont dat Saoedi-Arabië de balanceertruc wil blijven volhouden tussen fundamentalisme, rijkdom, een statische samenleving, een stilstaand Midden-Oosten en een verbintenis met de VS door er heel veel geld tegenaan te gooien. Het gevaarlijkste koninkrijk ter wereld blijft nog even in stilstand.


Beeld: Riyad, januari 2003, toen nog prins (Reza / Getty Images)