Koning axwijk

In een van zijn afscheidsstukken schreef Sietse van der Hoek, die namens de Volkskrant anderhalf jaar ‘de Bijlmer deed’, er terloops over. Een Stichting, aan het hoofd waarvan de ongekroonde Bijlmerkoning Harold Axwijk staat, ontvangt per aangebrachte Melkertbaan vierduizend gulden.

Nu is Harold Axwijk niet alleen de man achter het inmiddels overleden Zwart Beraad en het inmiddels weggestemde ABO; hij is ook de man die als geen ander persoonlijke binding ten eigen politieke en overige bate exploiteert. In Suriname is daar een woord voor: cli‰ntelisme. Daar valt niets te bereiken zonder de hulp van een ‘patroon’ die in ruil daarvoor tenminste de stem vraagt en meestal bovendien nog politieke ondergeschiktheid.
Dat voor Nederlandse begrippen ongepaste systeem is nu dus in de Bijlmer officieel geãntroduceerd. De achtergrond is wel duidelijk. Op eigen kracht vindt de gemeente Amsterdam niet voldoende kandidaten om de conducteurshokjes in de tram en de cabines van de vuilniswagentjes gesubsidieerd te bemannen. En dus moet er met tussenpersonen gewerkt worden die wel toegang hebben tot de Surinaamse medemens die van zijn uitkering zijn beroep gemaakt heeft. En dus staat er sinds enige tijd voor het kantoor van Axwijk een dagelijkse rij kandidaten die er met recht van overtuigd zijn dat ze een mogelijke baan niet aan Melkert maar aan Axwijk te danken hebben.
Twee maanden terug schreef De Groene een treurigstemmende reportage over de nieuwe conducteurs in Amsterdam. Velen van hen bleken in grote problemen te verkeren. Het kasgeld waarmee ze nieuwe kaarten moesten kopen, bleek in veel gevallen tot leniging van schulden te worden aangewend. En ook daarvan is de achtergrond nu wat duidelijker. Hun selectie vindt niet plaats op grond van conducteurlijke kwaliteiten, maar op grond van intern-Surinaamse loyaliteiten.
Wie naar de cijfers kijkt, mag met wethouder Van der Aa meejuichen: zoveel mensen aan een Melkertbaan geholpen! Maar wie naar de praktijk kijkt, ziet met schrik dat een deel van dat resultaat gebaseerd is op het hanteren van mores die we, als we ze in Suriname tegenkomen, tamelijk primitief vinden.