Koning bibi zit nog stevig op de troon

Na een jaar van blunders en schandalen is de regering-Netanyahu zozeer in het nauw gedrongen dat het uiteenvallen van de rechtse coalitie binnenkort wordt verwacht. Voer voor dergelijke geruchten is er genoeg. Nauwelijks was de affaire rond ‘eendagsprocureur’ Bar-On verstomd, of de machtsstrijd tussen Netanyahu en partijgenoot Dan Meridor - Netanyahu’s rivaal op Financiën - culmineerde in het vertrek van Meridor. Dat de uiterst rechtse Ariel Sharon (die een sleutelrol speelde in Netanyahu’s verkiezingsoverwinning, maar buitengesloten bleef van het kernkabinet) wellicht de opengevallen post krijgt, maakt op zijn beurt David Levy van Buitenlandse Zaken weer jaloers.

Ook met de coalitiegenoten is niet alles pais en vree. Zo houdt Nathan Sjaranski’s immigrantenpartij de regering tot nu toe de hand boven het hoofd, maar is Sjaranski’s persoonlijke band met Netanyahu (die goed was voor duizenden stemmen) ernstig beschadigd. De orthodoxe partijen in de coalitie eisen ondertussen op hoge toon verdere ontsecularisering. Kortom, iedereen dreigt de rechtse coalitie op te blazen. Maar niemand heeft het lef zijn dreigement ten uitvoer te brengen.
Dat kan veranderen, maar niet gemakkelijk. Te veel groepen hebben belang bij Netanyahu. Wie hart heeft voor de nederzettingen en de Groot-Israel-gedachte, wil niet dat er een linkse regering in zijn plaats komt. Deze redenering geldt voor de Russische partij, maar gaat in nog sterkere mate op voor de religieuze partijen en de rechtervleugel binnen Likoed. En daar Netanyahu zonder deze partners geen regering heeft (de optie van een links-rechtse coalitie is op dit moment niet actueel), dicteren zij in niet geringe mate het feitelijke beleid. De bouw van de wijk Har Homa en de versnelde Israelische infiltratie in Oost-Jeruzalem zouden zonder hen niet plaatsgevonden hebben. Dat dit tot bevriezing van het vredesproces heeft geleid, is de joodse fundi’s niet onwelkom. Netanyahu’s afhankelijkheid van de rechtervleugel zal met Sharons politieke comeback nog nadrukkelijker gestalte krijgen, bijvoorbeeld door een vettere geldstroom naar de nederzettingen. Netanyahu spreekt zelf intussen wel in gematigde termen van annexatie van ‘slechts’ veertig à vijftig procent van de Westoever, maar zolang hij buigt voor uiterst rechts hebben adepten van verdere verjoodsing van Judea en Samaria weinig reden de regering in gevaar te brengen.
Het ontbreekt Likoed aan ideologische duidelijkheid sinds de partij de akkoorden van Oslo geslikt heeft. Er woedt veeleer een strijd tussen personen dan tussen ideeën. En dat betekent dat Bibi alleen ten val gebracht kan worden door hetzij nòg grovere schandalen, zo erg dat zijn partners hem gewoonweg moeten laten vallen, hetzij door de suïcidale machtsstrijd binnen de Likoed tussen Bibi’s mannetjes en de gehavende partijbaronnen. Maar op dit moment ziet het er niet naar uit dat Meridor c.s. in staat zijn het benodigde tegenwicht te organiseren.
Israels kiesstelselhervorming, ingevoerd om de destabiliserende macht van kleine partijtjes te breken door middel van een sterkere uitvoerende macht, speelt Netanyahu in de kaart. De regering kan naar huis worden gestuurd met een motie van wantrouwen door 61 van de 120 Knessetleden, maar dit leidt automatisch ook tot ontbinding van de Knesset en tot nu toe lijkt het niet waarschijnlijk dat volksvertegenwoordigers hun zetels in de waagschaal zullen stellen. Met tachtig tegenstemmen kan de minister-president ten val gebracht worden zònder verplichte parlementsverkiezingen, maar dat is een nagenoeg onhaalbare meerderheid.
Bovendien is het maar de vraag of links bij eventuele nieuwe verkiezingen zou winnen. Bibi doet immers ondanks alles wat hij beloofd heeft: het vredesproces is tot staan gebracht, zonder dat dit geleid heeft tot onbeheersbaar Arabisch geweld; de Palestijnen zijn tot het uiterste getergd, maar een echte guerrilla is uitgebleven; geen enkele Arabische staat schijnt geneigd een oorlog tegen Israel te beginnen. In andere woorden, Israel lijkt voor zijn beleidsommezwaai geen buitensporige rekening te betalen.
Ook werken politieke schandalen niet noodzakelijkerwijs in Netanyahu’s nadeel. Met zijn demagogische talent buit hij ze uit door de 'linkse’ media van een 'volksvreemde’ heksenjacht te betichten, iets wat er bij Israels etnische onderklasse in gaat als zoete koek. Voor velen blijft Bibi de goede koning met de slechte raadgevers. Dit verschaft hem een zekere speelruimte om met politieke rivalen af te rekenen. Door hen te kleineren riskeert hij weliswaar een opstand van bedreigde partijgangers, maar als hij erin slaagt de partij met dwang en mooie woorden bij elkaar te houden, heeft hij als eindprodukt een docielere en meer homogene machine, en kan hij de winst opstrijken die de 'sterke man’ toevalt.
Komen er toch nieuwe verkiezingen, dan kan men in grote trekken een heropvoering van de vorige verwachten: ultra-orthodoxen en religieuze nationalisten zullen weer rechts stemmen; de anti-Arabisch gezinde oriëntaals-joodse massa’s zullen de Likoedkandidaat ook niet gemakkelijk afvallen. Arabieren en de westers opgeleide middenklasse zullen vanzelf links stemmen. Die combinatie was vorig jaar net niet genoeg. De jokers waren de Russische joden, wier stemgedrag onvoorspelbaar was en blijft. Als Netanyahu niet door malcontenten in eigen gelederen aan de kant gezet wordt, zal hij het opnemen tegen Ehud Barak, die hautain overkomt en programmatisch niet zo gek veel van hem verschilt. Voor de Palestijnen hebben Bibi en Barak in ieder geval ongeveer hetzelfde in petto: ze zullen dan ook een eensluidend antwoord krijgen.
De ontknoping van het Israelische drama zou inderdaad welk eens in Palestijnse handen kunnen liggen. Indien de lang opgekropte Palestijnse woede uitbarst, kunnen de zaken opeens anders komen te liggen. Een gewapende volksopstand op de Westoever kan leiden tot Arafats val, Israelische herbezetting en een onhoudbare guerrillasituatie met onherstelbare gevolgen. Het Israelische leger oefent al met kogels in plaats van stenen. Israels politici - Bibi voorop - gokken erop dat het zo'n vaart niet zal lopen.