Lucy Cousins en Hans Kuyper

Koning Leip had een potje en een pijp

Lucy Cousins en Hans Kuyper

Het grote, grappige, rare rijmpjesboek

Uitg. Leopold, 62 blz., ƒ36,25

Alle begin is moeilijk, maar niet in de literatuur. Die krijgen kleine mensen met de paplepel ingegoten. «Suja, suja kindje/ moeder is je mintje/ vader is je winnebrood/ over een jaar is ’t kindje groot.» De betekenis van zo'n bakerversje is minder van belang dan de liefdevolle aandacht van wie het voorleest of zingt. Alles draait om klank, ritme en beweging, en om de wonderlijke woorden. In de inleiding bij zijn poëziebloemlezing Goedemorgen, welterusten gebruikt Kees Fens «Zwarte zwanen, witte zwanen» om voor kinderen iets van het wezen van poëzie te ontsluieren: «Waarom is dat altijd overgeschreven en door vaders en moeders steeds opnieuw weer voorgelezen? Omdat iedereen het spel met die woorden en die maat leuk vindt. En ook omdat er van die ongewone mededelingen in staan; wat ze precies betekenen, weten we niet, hoeven we ook niet te weten. Als je goed luistert staat er genoeg.»

Net als volksverhalen en sagen behoren de bakerrijmen tot het nationale cultuurgoed en worden ze in bloemlezingen steeds weer bij elkaar gezet en door bekende illustratoren van een gezicht voorzien. Zo beschikt ons collectief geheugen over de beelden van Rie Cramer, Nelly Bodenheim, Max Velthuijs en Bert Bouman. Op vergelijkbare wijze zijn Engelse hoofden gevuld met Walter Crane, Randolph Caldecott, Kate Greenaway en verscheidene hedendaagse tekenaars. Anders dan bij sprookjesverzamelingen, waar beroemde Engelse illustratoren hun tanden in hebben gezet, blijven wij in ons land onwetend van prachtuitgaven met «nursery rhymes». «The brave old Duke of York» woont nu eenmaal in Engeland en «Polly put the kettle on/ We’ll all have tea» hoort daar als in geen ander land thuis. De vaders en moeders, opa’s en oma’s kennen Little Miss Muffet, Simple Simon en Wee Willie Winkie even goed als het God Save the Queen, en het zijn Engelse geleerden die zich verdiepten in de historische achtergronden van Humpty Dumpty’s val van de muur. Wat moeten wij daarmee aan de andere kant van Het Kanaal? En bovendien, hoe vertaal je zulke aangename onzin als: «Hey, diddle, diddle/ The cat and the fiddle/ The cow jumped over the moon./ The little dog laughed/ To see such fun/ And the dish ran away with the spoon.»

Dat er nu toch een Engelse rijmpjesbundel is vertaald, heeft waarschijnlijk te maken met de kwaliteit en de populariteit van de illustrator. Lucy Cousins werd vooral bekend met haar prentenboeken over Muis. Mijn persoonlijke favoriet is «Za-za’s baby broertje», een geestig en buitengewoon realistisch portret van een zebrafamilie, waar gezinsuitbreiding wordt verwacht. Cousins’ illustratiewerk wordt gekenmerkt door breed opgezette pagina’s, simpele vormen, heldere kleuren, pikzwarte stevige lijnen en kleine onverwachte details. Ze is duidelijk schatplichtig aan Dick Bruna, maar veroorlooft zich meer beweging, grapjes en losheid. Haar Book of Nursery Rhymes biedt 39 van de allerbekendste rijmpjes, in een feest van kleuren en vlakken, en een opgewekte parade van kromme, opbollende, uitgerekte en verfrommelde figuren, allemaal voorzien van een rijmregel in een kinderlijk handschrift.

Een belangrijke bijdrage aan het toegankelijk maken van de Engelse kinderkamer ligt in de verrassend inventieve tekstbewerking van Hans Kuyper. Hij is werkzaam voor Pyamapret, het kleuterprogramma van Teleac/NOT en publiceerde drie bundels met voornamelijk braaf voortkabbelende gedichtjes. De beknoptheid en bondigheid die het bakervers eigen zijn, hebben hem blijkbaar vruchtbare beperkingen opgelegd. Van het primaire belang van een vloeiend ritme is hij zich voortdurend bewust. Hij vindt equivalenten voor de klank: «Doctor Foster went to Gloucester» wordt «Dokter Duiten ging naar buiten». En voor de sfeer: «Old King Cole was a merry old soul/ And a merry old soul was he» wordt «Lieve koning Leip had een potje en een pijp/ Een potje en een pijp en geen verstand». Hij bedenkt fraaie woordgrapjes. In «The Queen of Hearts» bakt Hartenvrouw cakejes en vindt Hartenheer dat ze op moet houden met eten. «Hartenvrouw zei: laat me nou! Het zijn er toch maar zeven?/ Toen liet ze stoer een Hartenboer en ging staan over geven.»

Waar vertalen onmogelijk was, heeft Kuyper zich laten inspireren door de tekeningen. «Baa, baa, Black Sheep» gaat vergezeld van een pikzwart schaap, als een opgeblazen silhouet van Nelly Bodenheim. Dat bracht de vertaler tot: «Schaduwschaapje, heb je platte wol?» en de laatste bestemming van de «drie zakken vol» luidt dan: «één voor het kindje dat ook een schaduw heeft».

Voor jeugdliteraire vertalers bestaan geen aparte prijzen, maar ik ken hierbij een pluim-griffel-zoen toe, met als enige kanttekening dat de titel Het grote grappige rare rijmpjesboek één adjectief te leuk is.