Koning schelto

BIJ DE ASSOCIAÇAO Portuguesa de Amesterdao (APA), de Portugese vereniging van Amsterdam in stadsdeel De Baarsjes, is de verslagenheid groot. De 1200 leden tellende vereniging, in 1973 goedgekeurd door H.M. koningin Juliana, is sinds vijftien jaar gevestigd in het complex De Zuidpool aan de Willem Schoutenstraat in Amsterdam-West. Daar, in een voormalig schoolgebouw bij het Balbaoplein, waar Ruud Gullit en Frank Rijkaard ooit hun voetbalkunsten begonnen, recht tegenover de kerk van de Maharanatha-evangelisatiebeweging aan de Vasco da Gamastraat, waar de overwegend zwarte leden dagelijks de kelen schor zingen bij het aanroepen van de Heer, lenigt de grootste vereniging voor Portugezen in Nederland de saudades naar het moederland met fado-concerten en folkloristische dans. Vandaag echter wordt de triestheid niet opgeroepen door de guitarra portuguesa. Vandaag heerst bedrukt zwijgen. De vereniging ontving een schrijven van de plaatselijke stadsdeelraad: binnenkort moet men gebouw De Zuidpool verlaten.

December verleden jaar nam de plaatselijke regeringscoalitie in het stadsdeel, gevormd door PvdA en GroenLinks, ondanks protest van de voltallige oppositie een plan aan om het gebouw De Zuidpool te verrijken met een liftinstallatie. Volgens de ambtelijke toelichting ging de lift nauwelijks ten koste van de zaal van de Portugezen, hooguit dertig centimeter. In werkelijkheid zou de lift een metersdiepe krater slaan in het toch al krappe theaterzaaltje, waar de diverse volksdansgezelschappen nu al als haringen in een tonnetje samengeperst huppelen op de tonen van het cavaquinho-orkest. BIJ HET OPSTELLEN van de plannen was de ambtelijke projectleider abusievelijk uitgegaan van een verouderde bouwtekening. Dat riepen de tientallen Portugezen in de vergaderzaal van het stadsdeel die fatale avond in december dan ook met man en macht. Maar terwille van de bestuurlijke dynamiek besloten PvdA en GroenLinks daar geen acht op te slaan. Volgens het evangelie van de Amsterdamse stadsdeelraad komt het bestuur weliswaar dichter bij de burger, maar dat betekent blijkbaar nog niet dat men ook naar ze moet luisteren, zeker niet als het migranten betreft. Ook nadat de liftvoorstanders van de raad de situatie ter plekke persoonlijk in ogenschouw waren komen nemen en men toch moest toegeven dat men heel wat metertjes over het hoofd had gezien, zeg een kwart van de zaal, bleven de leden van de roodgroene coalitie van De Baarsjes bij het genomen besluit. Het was slikken of stikken. Sindsdien is het oorlog tussen De Baarsjes en het Portugese volksdeel van Amsterdam. Als een soort stil protest wordt in het weekeinde in het tevens als huisbioscoop dienende theaterzaaltje van de AssociaçaŸo Portuguesa de horrorfilm De lift van Dick Maas vertoond. De deelraad greep inmiddels naar het zwaarste middel: een dreigement om de vereniging juist in het jaar dat het 25-jarige jubileum van de Anjerrevolutie wordt gevierd, de straat op te schoppen. In de bestuurskamer van de vereniging gaat het ultimatum van de gemeente van hand tot hand. Men zwijgt bedrukt. Zal de gevierde Portugese schrijfster Iva Delgado, dochter van de legendarische antifascistische generaal Humberto Delgado, bij haar aanstaande bezoek aan Amsterdam voor de wereldpresentatie van haar nieuwe boek over de gebeurtenissen in Portugal in april 1974, dan zelf moeten zien hoe de Mobiele Eenheid de Portugese gemeenschap van Mokum op last van een vertoornd stadsdeelbestuur uit haar ruimte zet? ‘Als het zo doorgaat wordt het weer tijd om politiek asiel in Portugal aan te vragen’, verzucht een der bezoekers van het centrum. Diep in de jaren zeventig vluchtte hij naar Nederland om gedwongen deelname aan de koloniale oorlogen van Salazar in Angola en Mozambique te voorkomen. Hij heeft Nederland zien veranderen van 'het mooiste land op aarde’ in een naargeestige temple of doom. HIERMEE WORDT gelijk duidelijk dat de Marokkanen in Amsterdam niet de enige etnische minderheid zijn die steen en been klagen over de nieuwe wind die heden door bestuurlijk Amsterdam waait. Er is sprake van een epidemische vorm van zero tolerance, die zich van Mokum meester maakt. Wat de stadsdeelraad De Baarsjes in het klein doet gebeurt bij de centrale gemeente in het groot. Geen soft gedoe, is het devies. Lik op stuk. Krachtdadig optreden. No more mister nice guy. De gevolgen ervan zijn onloochenbaar. Gewezen magies sentrum Amsterdam is na middernacht veranderd in een doodse Duitse provinciestad, een desolate ghost town waar op last van de politie geen patatje-oorlog meer in het vet mag worden gegooid. De zorg om openbare orde is verworden tot een allesverterende obsessie. De vroegere metropool is in de ban van de angst. De metrostations puilen uit van hele bataljons kaartjescontroleurs en wagenbegeleiders, allen structureel onderbetaald met een Melkertbaan, die met hun massale geüniformeerde aanwezigheid reminiscenties oproepen aan een of andere Latijns-Amerikaanse bananenrepubliek in staat van beleg. Sinds de jongste schermutselingen in Amsterdam-Oost en Overtoomse Veld wordt zelfs niet langer teruggedeinsd voor de inzet van totalitaire strijdmiddelen als een Big Brother-arsenaal aan videocamera’s op iedere straathoek en ieder winkelcentrumplein waar meer dan drie 'naffers’ (politiejargon voor Noord-Afrikanen) bij elkaar hangen. De strijd tegen de naffers lijkt verdacht veel op de tomeloze bestrijding van het gevaar der nozems en provo’s in de jaren zestig. (Voor de jeugdige lezers: nozems en provo’s waren jongeren die protesteerden tegen een dominant en zwaar calvinistisch gezag. ’s Avonds hingen ze wat rond op het Spui, rond het beeldje van een Amsterdams straatschoffie. Dat vonden de burgemeester en zijn korpschef heel bedreigend, en tegen de tijd dat zo'n meute de angstaanjagende hoeveelheid begon te tellen van een man of dertig die onder leiding van Robert-Jasper Grootveld 'uche, uche’ begon te roepen, achtte de politie het welletjes en begon er met houten knuppels op in te slaan.) NET ALS DE nozems ageren de naffers tegen de regenten. Alleen: zij hebben niemand die het voor ze opneemt. Zij hebben geen Harry Mulisch die een Bericht aan de rattenkoning schrijft. Zij vormen geen onderdeel van een tegencultuur die op sympathie bij de intelligentsia mag rekenen. Ze worden domweg versleten voor crimineel, of in ieder geval potentieel crimineel. Voor hen gelden andere normen. Indertijd zou burgemeester Van Hall het niet in zijn hoofd hebben gehaald om na een opstootje op het Spui naar een kerkgebouw in Bos en Lommer of een andere wijk te gaan om de ouders der nozems eens ernstig te onderhouden over hun maatschappelijke plichten als opvoeders. Net zo min als Ed. van Thijn spoorslags naar Limburg vertrok om de mensen daar eens toe te spreken over de rottigheid die hun zonen en dochters uitspookten in de kraakpanden van de Staatsliedenbuurt. In het Nieuw Amsterdams Politiek Peil (NAPP) is zo'n manoeuvre wel toegestaan. Schelto Patijn trok daags na de relletjes in Amsterdam-Oost naar de Nasr-moskee, teneinde enige vermanende woorden te spreken over het wangedrag van Marokkaanse jongeren. Hoewel de plaatselijke stadsdeelvoorzitter de missie nog hevig ontraadde, koerste Patijn toch naar de gebedsruimte. Het leidde meteen tot grote consternatie onder de verzamelde gelovigen, bijeengekomen voor de ramadan. Echt lekker getimed was het niet. Binnen de kortste keren brak er een gevecht uit tussen de moskeebezoekers, kennelijk met als inzet of het onverwachte bezoek nu wel of niet ontvangen moest worden. Meteen toen Patijn binnenkwam, vielen de eerste klappen. Hij maakte meteen rechtsomkeert, zonder zijn boodschap te kunnen achterlaten. Niet bekend Hoofdcommissaris Jelle Kuiper van de Amsterdamse politie zegt inmiddels machteloos te staan tegenover het respectloze gedrag van een honderdtal Marokkaanse jongeren, die volgens hem steeds de confrontatie met de politie zoekt. Volgens Kuiper zijn daarbij inmiddels tachtig agenten gewond geraakt. 'De jongens zijn keihard. Ze vertonen een gedrag waar we geen antwoord op hebben.’ Kuiper zegt dat het verzet tegen de politie gepaard gaat met 'een brutaliteit die je begripsvermogen te boven gaat.’ De korpschef is 'des duivels’ over het grote aantal gewonde agenten en noemde dat 'volstrekt onacceptabel’: 'De vormen van lijfelijk geweld die die jongeren gebruiken, passen totaal niet in onze cultuur. Het leidt voor politiemensen tot traumatiserende ervaringen. Het gedrag tegenover vrouwelijke collega’s is buiten proporties.’ MAAR DE OPVOLGER van Eric Nordholt heeft een neiging tot overdramatisering. Zo luidde hij de alarmklok over een politieagente te paard die tijdens de relletjes bij het Museumplein, die als toetje bij operatie Desert Fox kwamen, neergesleurd zou zijn door horden naffers. Uit beelden die een lokale filmer van dat incident schoot, blijkt dat de agente in kwestie niet van haar paard was getrokken, maar domweg over de kop van haar lastdier was gevlogen bij een kennelijke werkweigering van het dier. Ook erg natuurlijk, maar toch al heel wat minder erg dan het beeld dat Kuiper had voorgeschoteld van een arm Hollands meisje dat in haar bloedeigen hoofdstad overrompeld werd door een meute tot over het kookpunt verhitte jihad-strijders. HONDERD onverbeterlijke rotzakken is evenwel een klein aantal op de duizenden Marokaanse jongeren die Amsterdam anno 1999 telt. Het is raadzaam ervoor te zorgen dat die groep niet groter wordt, door meelopers een alternatief te bieden. In de jaren zeventig hadden ze daar meer verstand van dan tegenwoordig. De gemeente doet nu precies het tegendeel. Met grote ijver lanceert men in de Stopera de ene na de andere maatregel die de toestand systematisch verergert. Zo was het directe gevolg van het verbod voor jongeren onder de achttien jaar om een coffeeshop te bezoeken, een onstuimige groei van het aantal op straat rondhangende naffers. Tot die tijd maakten deze jongeren massaal gebruik van de coffeeshop als 'hangplek’, daar ze in de gesubsidieerde buurthuizen sowieso al niet meer welkom waren. In die coffeeshop werd de tijd dan in ledigheid gedood met backgammon, de leesmap en af en toe een geestverruimend rokertje. In het Nieuw Amsterdams Politiek Peil past een dergelijk tafereel van goddeloze inactiviteit echter niet langer. Op straffe van sluiting van het etablissement gingen de coffeeshophouders over tot het weren van de jonge naffers. Die gingen vervolgens in groten getale de straat op, blowend en al. Binnen de kortste keren gierden de alarmsirenes op het stadhuis, daar de politie nu klaagde dat ze overal waar ze een jonge naffer aanhielden, gelijk honderd nieuwsgierige en druk gebarende naffers om zich heen hadden hangen. Samenscholingsverboden moesten een eind maken aan de gecreëerde wantoestand. Hetgeen de boel weer verder op scherp zette. Zo mocht Amsterdam verleden jaar voor het eerst (afgezien van wat traditionele kat-en-muisspelletjes in de Bijlmer tussen de hermandad en de Surinaamse jeugd) schermutselingen tussen migrantenjeugd en de politie op haar grondgebied verwelkomen. Vreesaanjagende beelden die tot voor kort waren voorbehouden aan desolate achterstandswijken in België en Frankrijk, waren nu ook te zien op AT5, de lokale televisienieuwsdienst. De relletjes van zondag 20 december 1998 op het Museumplein en later op de dag in de Balistraat waren de laatste wapenfeiten. De naffers laten zo de mobiele telefoons het sein tot verzamelen piepen. Het naffer-beleid is een typerend staaltje van het Nieuw Amsterdams Politiek Peil, die fatale combinatie van oud-regenteske bedilzucht en postmoderne klunzigheid die Amsterdam inmiddels in een wurggreep houdt. Wanneer de NAPP is ingetreden valt redelijk exact aan te geven. Het begon in 1994, direct met het aantreden van mr. Schelto Patijn als opvolger van de naar zijn Haagse fuik vertrokken Ed. van Thijn. Meteen bij de komst van 'Ome Schel’ was het duidelijk dat er andere tijden aan zaten te komen, al was het niet duidelijk wat voor tijden. Het 'patijnisme’ deed heel voorzichtig zijn intrede, met als ingrediënten een paar eetlepels fatsoensrakkerij, een scheut morele herbewapening en een vleugje law and order. Vijf jaar later wordt deze Schelto-soep heel wat pittiger opgediend. Tenminste: op straat. Persoonlijk is de Amsterdamse burgervader - daar is iedereen het over eens - een uiterst aimabel mens. 'Het is bekend dat Schelto Patijn geen afstandelijke man is’, schreef Martin Bril in Het Parool. 'Zijn lichaamstaal omvat die van anderen met grote vanzelfsprekendheid. Hij raakt aan, houdt vast, hij zoent. Als hij een hand schudt - iets waarin hij groot plezier lijkt te scheppen - leunt hij voorover, letterlijk het gesprek in, als een jongen die niets wil missen, en al duurt het maar enkele seconden, hij is er helemaal. Er zit zelfs een stralend element van overrompeling in.’ SCHELTO PATIJN is, anders dan veel van zijn partijgenoten, ook nauwelijks eenkennig te noemen. Hij breekt door ieder politiek pantser heen met zijn onweerstaanbare en onvermoeibare jacht op contact. Daar kan men ook ten burele van dit weekblad over meepraten. Een reeds historische Patijn-ervaring vond plaats toen hij in de pauze van een debat in De Balie de aanstaande GroenLinks-voorzitter, toen nog Groene-redactrice, Mirjam de Rijk aanklampte om te waarschuwen dat er een ontruiming van een naast de Groene-redactie gelegen kraakpand aanstaande was. 'Dan kunt u uw auto misschien beter ergens anders parkeren’, zei hij er bezorgd bij. 'Want misschien wordt het wel een troep.’ Het had oprecht geklonken, zonder een spoor van ironie. En dat terwijl hij in de kolommen van De Groene nu niet bepaald met open armen was ontvangen, integendeel, systematisch werd de man getypeerd als de wereldvreemde Hagenees Ome Schel, de voormalige danspartner van Beatrix op fuiven in Baarn, die als een dolende moraalridder een onmogelijke strijd had aangebonden met wildplassers en al te uitbundige vierders van koninginnedag. Dat zouden we pakweg Van Thijn, Bram Peper of Ivo van Opstelten niet zo snel zien doen. De burgemeester zit vol van dat soort spontane oprispingen. Het maakt hem redelijk geliefd als stedelijk knuffeldier. Sterker nog: Schelto Patijn is de eerste Amsterdamse burgemeester met een eigen fanclub met blad, genaamd De Schellebel. In het tweede nummer van het cluborgaan wordt onder meer zijn omhooggeschoten prestige beschreven nadat hij zich op de Gay Games zo opvallend loyaal had opgesteld. Daarnaast, zo lezen we, is er in het hoofdstedelijke coffeeshopcircuit een weedsoort naar hem vernoemd, de zogeheten 'Schelto-skunk’. 'Het is echt een aardige man’, meent het GroenLinkse raadslid Maarten van Poelgeest. 'Misschien zelfs wel een beetje te aardig. Hij wil ook door iedereen aardig gevonden worden. Soms zou je kunnen denken dat hij met alle winden meewaait, zo makkelijk verruilt hij het ene standpunt voor het andere.’ Ook SP-fractievoorzitter W.G.H. Paquay heeft een zwak plekje voor Patijn: 'Hij is een watje, weekhartig. Als je naar hem kijkt is het onmogelijk om boos op hem te blijven.’ PvdA-raadslid J.M. Hoogland, partijgenote: 'Schelto is gewoon echt de aardigste man van Nederland. Het is moeilijk iets onaardigs tegen hem te zeggen. Dat vergt karakter. Schelto, zeg ik dan, het spijt me verschrikkelijk, maar ik heb toch kritiek. Maar na een warm intermenselijk gesprek kom je daar dan meestal weer snel uit.’ Toch kleven er nadelen aan die gietijzeren aardigheid, zo wordt gesignaleerd. Roel van Duijn, raadslid namens de Groenen/ Amsterdam Anders: 'Patijn is een hele aardig man, dat zeker, maar tegelijkertijd is hij voor deze stad veel te gedempt. Je mist bij hem toch gedrevenheid, dat hij echt op de barricades komt voor het multiculturele Amsterdam zoals Van Thijn dat altijd zo goed kon doen. Je vraagt je weleens af of deze man wel echt bij deze stad betrokken is. Ook dat fatsoensoffensief kwam toch helemaal niet uit de verf. Patijn zet nooit echt door. Zo heb ik van de politie wat schadevoergoeding gekregen nadat ik tijdens de ontruiming van Groenoord bij Ruigoord op een vernederende manier was behandeld door een paar agenten die me na mijn arrestatie geboeid op de vloer van een arrestatiebusje hadden laten zitten. Maar vervolgens treedt Patijn dan helemaal niet op tegen de verantwoordelijke agenten. Hij geeft toe dat de politie fout zat, maar doet er dan niets aan om de schuldigen te bestraffen.’ Een soortgelijk verhaal vertelt filmer Frank Buis, die tijdens de roerige dagen van de Eurotop - zeg maar het inaugurale bal van het NAPP - door ME'ers werd gearresteerd en tot zijn verbazing in het proces-verbaal teruglas dat hij hen voor 'fascisten’ zou hebben uitgemaakt. Het probleem bij die zaak was dat bedoeld voorval allemaal op de band was opgenomen. De dienstdoende agenten hadden een vals proces-verbaal opgemaakt, daar kon men niet onderuit. De politie trok onmiddellijk het boetekleed aan. Korpschef Kuiper bood schadevergoeding aan. Buis weigerde. Hij wil nog steeds stappen tegen de verantwoordelijke agenten en belegt ten dienste van dat streven om de haverklap mini-demonstraties ten stadhuize, waar Patijn dan meestal schielijk bij wegschiet, weg van de schaamte. Conflictueuze toestanden behoren niet tot de favoriete werkterreinen van de burgemeester. Tenminste, niet als hij er direct zelf mee te maken krijgt. Dan krijgt zijn optreden iets krampachtigs, amateuristisch zelfs. Dat bleek ook wel tijdens de consternatie in de gemeenteraad over de arbeidsvoorwaarden van Eric Nordholt. Deze bleek bij zijn komst naar Amsterdam - toen nog geleid door Van Thijn - een geweldig contract te hebben binnengesleept, dat hem na zijn afzwaaien als korpschef in staat stelde zijn bourgondische levensstandaard te handhaven. De officieel ambtsloze Nordholt incasseert nu op grond van dat contract 260.000 gulden per jaar, waarvan twee ton door de gemeente wordt opgebracht. Voor dat bedrag verwachtte de gemeente dan wel enkele hand- en spandiensten van de inmiddels in een eigen BV geparkeerde adviseur. Daarnaast had Nordholt bedongen dat hij desgewenst ook geen vinger hoefde uit te steken als hem dat beter schikte, een zogeheten burn out-clausule. De addertjes onder dit contractuele gras werden echter manifest toen uitlekte dat Nordholt de laatste tijd zijn diensten tegen zeer ferme betalingen verleende aan Gemeentevervoerbedrijf-directeur André Testa, ook al zo'n big spender in gemeentekringen. Nordholt adviseerde Testa over leiderschap en streek daar ondanks dat hij al twee ton ontving van de gemeentekas, een leuke toelage bij op. Patijn, die naar verluidt toch al zo opgelucht was toen Nordholt de brui gaf aan zijn politietaak, draaide zich in vele bochten toen de raad hem zwaar onder druk zette om zijn gewezen politiechef enige principes bij te brengen op het gebied van ambtelijke afvloeiingsethiek. VOLGENS WAARNEMERS was het een van de moeilijkste momenten uit de inmiddels vijfjarige carrière van Patijn aan de Amstel. Met trillende knieën begaf hij zich naar een Indonesisch restaurant aan de Utrechtsestraat voor het grote treffen met Nordholt, die, na door Patijn lang in de ogen te zijn gekeken, toch maar afstand deed van toekomstige claims voor adviezen aan Testa en andere gemeentelijke prominenten met leiderschapsdefecten. Opgelucht keerde Patijn terug naar de raad, waar hij het incidentje afdeed als een wat verlate aflevering van het VPRO-programma Herenleed en zichzelf vergeleek met Olie B. Bommel, tegenover Nordholt in de rol van commissaris Bullebak. Het was misschien wel de eerste keer dat Patijn rechtstreeks in het geweer durfde te komen tegen zijn politieapparaat. Het was een historisch moment. Als hij niet de geschiedenis in wil gaan als de man die Amsterdam veranderde in een groot Big Brother-laboratorium, zou hij er goed aan doen dat eens vaker te proberen en de oren niet de hele tijd te laten hangen naar de beroepsdeformaties van in het leven teleurgestelde dienders. In de jaren zestig gingen goedwillende regenten naar de Dam om met een hippiepruik op de kalende schedel eens lekker met de jeugd te integeren. Misschien dat Patijn maar eens in zo'n stoer naffer-jack moet schieten om met een flinke joint Schelto-skunk tussen de kaken een samenscholingsverbodje of twee te negeren in een of ander verlaten winkelcentrum. Als er in 2002 dan die gekozen burgemeester zou komen, kon hij zo nog best wel eens hoge ogen gooien.