Het culttheater van Xaviera Hollander

Koningin Kitsch

Tegenwoordig heeft ze culttheater aan huis. Opvallend is haar programmering van joodse acteurs. Komende week is er de one-woman-show van Lisa Lipkin. Toch hangt nog steeds het aura van de Happy Hooker om Xaviera Hollander heen.

‘HET IS LIEFDEWERK. En de laatste tijd is het zelfs een obsessie aan het worden’, zo beschrijft Xaviera Hollander (56) haar enthousiasme om in eigen huis theatervoorstellingen te organiseren. Wegens de beperkte ruimte blijft het bij solo’s, maar dat neemt niet weg dat ze onder haar handen een ‘culttheater’ heeft zien ontstaan. ‘Mensen zijn nieuwsgierig hier te komen. Ik heb natuurlijk nog altijd het aura van de Happy Hooker. Er verdwijnen op die avonden ook altijd allerlei dingetjes, een soort fetisjisme. The Queen of Kitsch noemen ze me’, legt Hollander uit terwijl ze trots om zich heen wijst op de ontelbare fotolijstjes, beeldjes en andere frutseltjes waarmee haar woning is volgestouwd.


Xaviera Hollander is haar ‘post-party dip’ na de feestdagen nog maar net te boven. Op een locatie in het Amsterdamse oostelijk havengebied organiseerde ze een grootse Millennium Party, met cabaret en een diner voor honderdtwintig mensen. Feesten buiten de deur vereisen enorm veel werk, vertelt ze. Ze somt op wat er allemaal fout is gegaan, van dronken pianisten tot ontbrekende keukenapparatuur: ‘Thank God for mobieltjes’, verzucht ze in de voor haar zo typerende mengelmoes van Nederlands en Engels. ‘Als een politieagent heb ik hier alles zitten regelen.’ Voor het geld hoeft ze het ook al niet te doen. Haar Millenniumfeest was een groot succes, full house, maar ze is er toch zevenduizend gulden bij ingeschoten. Onvoorziene kosten. Net als die keer dat ze Guy Masterson, de neef van Richard Burton, had geëngageerd. Een fantastische acteur maar die wel op voorhand zesduizend gulden honorarium eiste voor drie optredens (‘Dat krijgt geen enkele Nederlandse acteur van mij’). Was ze vergeten dat het Hemelvaartsdag was. En nog stralend weer ook. Anderhalve man en een paardenkop zat in het speciaal afgehuurde theater.



HAAR VOORSTELLINGEN thuis verlopen echter probleemloos. ‘Ik heb geen overheadkosten’, legt ze uit, ‘en de voorbereidingen zijn een fluitje van een cent. Ik heb twee man personeel die ik niet hoef te betalen, die helpen me. Zij wonen hier. They belong somewhere door hier te wonen. Ik trek een heleboel mensen aan die niet zozeer losgeslagen zijn als wel op zoek zijn naar een eigen plek. James, de butler, woonde eerst in mijn huis in Marbella en is nu hierheen gekomen. Hij loopt de honden en doet alle boodschappen. In de keuken staat een Singaporese gay-boy, een voormalig chefkok, die heerlijk kan koken en de hele boel schoonhoudt. Hij geeft de female touch aan dit huis’.


Xaviera Hollander is een gezelligheidsdier (‘Where ever I go it’s party time’) en het leukste aan ‘het theatergebeuren is het networken; mensen ontmoeten’. Dat varieert van het selecteren van de acteurs, het nabellen van bezoekers (de zogeheten ‘na-publiciteit’) tot de marketing research die ze eigenhandig verricht. Hollander: ‘Als ik een gay-stuk neerzet ga ik de homofiele markt op, als ik een joods stuk doe mik ik weer op een heel ander publiek. Ik laat tienduizend flyers maken en die ga ik onder andere hier in Amsterdam-Zuid uitdelen. In de Bachstraat en Brahmsstraat. Dan heb je twee reacties. De een zegt: “Ik ben als kind volgegoten met die joodse achtergrond, ik moet er niks van hebben.” En je hebt de mensen die zeggen: “I’m one of them. Ik wil wel weten hoe iemand anders daar tegenover staat.” ’


Ze programmeert opvallend veel joodse acteurs, zo beaamt ze. Dit najaar traden achtereenvolgens de Tunesisch-joodse verhalenverteller Jean Jacques Fdida, de performer Stephen Rappaport en de comédienne Rebecca Varon op. Volgende week maakt Lisa Lipkin haar entree met de one-woman-show What Mother Never Told Me — Reminiscences of a Child of a Holocaust Survivor. ‘Ik ben een beetje pro-joods’, zegt Hollander, zelf kind van een joodse vader en Duitse moeder. ‘Daar gaat de meeste warmte van uit. Warmte, charisma en goed acteren — dat zijn de eigenschappen waarnaar ik op zoek ben. Het zijn altijd stukken met een lach en een traan. Ik ga al twintig jaar naar het Festival van Edinburgh waar een oude mentor van mij zit, Eric Cohen. Hij wordt deze week 75 en is een soort opvolger van mijn vader die ruim dertig jaar geleden overleed. Hij kiest de stukken uit. Als de Scotsman iets vijf sterren geeft is het gehaaid goed.’ Dat de joodse gemeenschap met enige scepsis reageert op de avances van de voormalige prostituee, blijkt niet alleen uit een ingezonden brief van Henriëtte Boas waarin ze haar verontwaardiging uitspreekt over het feit dat La Hollander recentelijk op uitnodiging van het Joods Maatschappelijk Werk een seks-workshop gaf. Hollander: ‘In hun ogen was ik toch treif, niet-joods. Onlangs heb ik de medewerkers van diverse joodse organisaties in Amsterdam uitgenodigd voor een maaltijd hier, met matzes en kip. We hebben een film van Lisa Lipkin bekeken en het werd heel gezellig en heimlich. Ze begrepen eindelijk dat ik ook bezig ben met het promoten van het jodendom en dat ik er wel degelijk bijhoor.’



HOEWEL XAVIERA Hollanders carrière als hooker al in 1970 eindigde, is haar imago voor de rest van haar leven door die jaren getekend. Ze beklaagt zich erover dat alleen Het Parool en De Groene haar serieus naar haar theateractiviteiten vragen. De andere media zijn uitsluitend in de Happy Hooker geïnteresseerd. Dat neemt niet weg dat Hollander haar inkomen nog altijd verdient met seks. Ze vergaarde een substantieel kapitaal met de verkoop van haar zestien boeken (met zeventien miljoen exemplaren is ze een onbetwiste bestsellerschrijver) en tot op de dag van vandaag verdient ze haar bread and butter met een seksadvies-column in Penthouse. ‘Als iemand vraagt of het formaat van een penis belangrijk is zeg ik de ene keer “ja” en de andere keer “nee”. Het is vreselijk moeilijk om na dertig jaar nog origineel te zijn. Er zijn namelijk maar vier hoofdproblemen in seks.’ Als betrof het een kinderrijmpje scandeert ze: ‘My cock is too big, my cock is too small, I’m coming too quick, I can’t come at all.’


Het is belangrijk de taboesfeer rond seks te doorbreken, betoogt ze. ‘Als je dat doet is seks namelijk gewoon leuk. Nederland is een heel vrij land — dat is haast niet meer exciting — maar toch mogen de vagina en edele delen niet getoond worden. Maar met welke lichaamsdelen kun je een orgasme veroorzaken? Met de mond en de hand. En dat mag weer wel.’ Of de huidige televisieprogramma’s over seks iets bijdragen, betwijfelt ze. Goedele Liekens nodigde haar eens uit om een aflevering over ‘erogene zones’ (‘Alleen zo’n uitdrukking al!, dat is toch vreselijk saai’) op te fleuren met anekdotes en gestes. Het exhibitionisme in Sex voor de Buch verbaast haar (‘Maar ze laten wel veel zien’, zegt ze met glinsterende ogen). Het gaat om raffinement, ook in bed. ‘Ik heb voor alles een Spielereitje. Je moet dat suggestief doen, zonder iets te zeggen, maar met een blik of een klein gebaar. The art of loving is iets wat heel weinig mensen begrijpen. Op tv kunnen ze wel een techniek laten zien, maar ik heb nog nooit iets uit een boekje geleerd.


Aids heeft veel veranderd in de wereld. Al mijn oudere gay-vrienden zijn dood. Ik zal niet zeggen dat het een ziekte is die voor hen is uitgevonden, maar ze waren wel erg promiscue bezig. Als er iets is wat cock-gericht is dan is het wel mannenseks. Het was wel erg anoniem in die donkere kamers. Vrijen met iemand die je niet eens ziet. Dat doen vrouwen zo niet.


De jeugd is heel getraind om met condooms te vrijen. Ik haat die dingen. Ik ben een rubberfetisjist, maar niet op die manier. Ik heb zelf altijd min of meer een vaste relatie gehad, dus ik gebruikte ze niet, alleen als ik een klein avontuurtje had tussendoor. Ik vind er niks aan. En daarom heb ik sinds het aidstijdperk ook geen boeken meer geschreven over seks.’



DAT ZE NU TOCH weer een nieuw boek onder handen heeft, is meer het gevolg van het feit dat ze een langdurige relatie heeft verbroken en sinds drie jaar met haar vriendin Dia samenwoont. ‘Mijn Schotse ex-lover John Drummond heeft mij een writer’s block bezorgd. Hij is een echte intellectueel, en zei tegen me: “You can’t write your way out of a shoebox”, weet je wel. Dat belemmerde mij. Totdat ongeveer vier maanden geleden mijn moeder overleed. Aan haar sterfbed ben ik in een notitieblokje begonnen te schrijven. Drie hoofdstukken. Ik heb nog nooit zoveel geschreven. Kind af gaat het boek heten. Child no more. Het gaat over mijn jeugd, mijn hele leven in feite. Ik herbeleef alles.


Ik heb samen met mijn moeder in een jappenkamp gezeten, van nul tot tweeënhalf. Laatst zag ik op één avond twee films waarin prikkeldraad voorkwam. Ik zat me toch een partij te janken. Daar kwam een heel oorlogstrauma naar boven. Dan ben je in de vijftig en alles schiet je opeens weer te binnen. Na de dood van mijn moeder heb ik van anderen de meest verschrikkelijke verhalen gehoord over die tijd. Ze heeft vreselijke martelingen moeten doorstaan. Mijn ouders spraken vaak Indisch onder elkaar omdat ik het niet mocht verstaan. Maar je krijgt het toch mee.


In de loop der jaren ben ik heel close geworden met mijn moeder. Ze was altijd een stok achter de deur. Pas op je woorden, trek een bh aan — haar stem is altijd in mijn hoofd aanwezig. Maar dat is ook goed, want ik zou gauw ordinair kunnen worden. Je zult mij nooit van banaliteit kunnen beschuldigen. Je zult mij nooit op een vierletterwoord betrappen. Mijn moeder was gracieus, mooi, elegant. Vergeleken met haar ben ik een beetje sloppy. Ze heeft me veel geleerd. Als je in een hotel aankomt: zorg dat je een goede entree maakt! Ze was erg op die uiterlijkheden en etiquette, terwijl het mij meer om de inborst gaat.


Nu is ze dood, dus nu kan ze zich hoogstens in haar graf omdraaien, maar ik let nog altijd op mijn woorden. Ik wil niet choqueren. Ik gaf ooit een interview aan het Belgische blad Humo. En die journalist vroeg iets over de dood, want ik ben gefascineerd door de dood, vooral door wurging. Hoe zou je zelf dood willen gaan? Dus ik zei: “Nou, ophanging lijkt me wel wat.” Ik dacht, dat krijgt mijn moeder toch nooit te lezen.


Maar drie weken later krijg ik haar opeens helemaal overstuur aan de telefoon: “Wil jij je ophangen?!” Wat bleek? Had Privé dat verhaal gekocht.


Mijn vader was de belangrijkste persoon in mijn leven. Als meisje was ik jarenlang verliefd op hem. Later heb ik in mannen altijd een joodse vader gezocht. Warm, intellectueel, geestig. Toen hij doodging, heb ik die liefde op mijn moeder overgeheveld. Mijn moeder zei altijd: “Na de dood van je vader ben je pas van mij gaan houden.” Ze was niet zo warm. Altijd kritisch en een beetje negatief. Toen ze hoorde van mijn Happy Hooker-tijd is ze zich kapot geschrokken. Ik zei namelijk dat ik secretaresse was bij de United Nations in New York. Dat was ook zo, maar als bijbaantje. Het viel al op dat ik steeds slechter bereikbaar was omdat de politie voortdurend achter me aanzat en ik om de haverklap een nieuw adres had. Er waren toen nog geen mobiele telefoons. Op een goed moment slaat ze De Telegraaf open en ziet daar een grote foto van mij als leather girl met een zweep in de hand: Vera de Vries alias Xaviera Hollander. Ze is zich te pletter geschrokken. Ze is kort daarna naar Amerika gekomen. Toch stond ze altijd achter me. Wel zei ze: “Let op je geld. Laat je niet door zo’n gozer afzetten.” Ze had waarschijnlijk het liefste gehad dat ik was getrouwd en kindertjes had gekregen, maar dat wil natuurlijk elke moeder. Mijn vader was degene die zei: “Ga het leven in en dan boeken schrijven.” Zo is het ook gegaan.


Toen mijn moeder ziek werd ben ik een jaar permanent bij haar gebleven. Ik heb geen enkele reis meer gemaakt, wetende dat ze ging sterven. Mijn moeder was bang dat ik haar in een tehuis zou opsluiten. Daarom hebben zij en haar vriendin voor mij verzwegen dat ze incontinent was geworden. Ik zei tegen haar: “Je vriendin kan het niet meer aan, ik schrijf je in voor een tehuis.” Op een dag kwam er bericht dat er plaats voor haar was. Ze raakte helemaal overspannen: “Alleen over mijn lijk!” Sinds dat moment heeft er altijd een soort agressie tussen ons bestaan. Ze was een kat met negen levens: eerst dat jappenkamp, daarna heeft ze acht jaar lang voor mijn vader gezorgd die na een beroerte in een rolstoel terecht was gekomen en nog zes beroertes kreeg voordat hij stierf, op haar tachtigste moesten vanwege kanker twee borsten worden afgezet, daarna kreeg ze een dubbele longontsteking en pas toen, vorige zomer, stierf ze, 86 jaar oud. Een taaie, trotse vrouw.


Ik zou niet zo oud willen worden. Ik hoef me niet te verhangen, maar ik zou wel in bed een fatale hartverlamming willen krijgen. Boven op een jonge slanke minnaar die zich met moeite onder mijn kadaver uit kan wurmen.’



Lisa Lipkin, What Mother Never Told Me. Te zien van 19 tot en met 22 januari, Stadionweg 17, Amsterdam, tel: 6733934 (meer info: http:/www.xaviera.com).