Koningsblauw

De hemel heeft twee ­gezichten. En dankzij de blauwe marmeren sculptuur van Luciano Fabro, die tussen twee bomen vlak boven de grond hangt, kunnen we eindelijk een wolk aanraken.

In een schilderij van Karl Friedrich Schinkel, dat Der Morgen heet, viel mij een effect op van helder wit licht dat zich vertoont door een opening tussen bomen. We zien een wat oplopende zandweg (uiteraard met wandelaars) die afbuigt en verdwijnt over de kam van een heuvel. Aan weerszijden van de weg staan een paar donkergroene beuken. Verder weg zien we een grijsblauwe hemel opklaren. We zien ook het oplossen van de nevel die in de zomerochtend dun boven de velden hangt. Maar in de ruimte onder de boomkruinen verschijnt het meest intense licht, van de zon die zich aankondigt maar nog niet helemaal boven de horizon uit is. Op zich is dat niet zo bijzonder. Strak licht zo laten zien met donkere bomen of hoekige rotsen was een geliefd motief in de schilderkunst van de Romantiek. Op die manier konden vormen op de voorgrond in dat tegenlicht als zwarte silhouetten worden getekend, hetgeen een gevoel gaf van sombere geheimzinnigheid. Vooral Caspar David Friedrich was goed in het met fijn penseel schilderen van kale eikenbomen in een besneeuwd kerkhof nabij een gotische ruïne. Tegen het bleke stervende licht van de vroege winteravond zien we de grillige vertakkingen van de bomen klaaglijk tegen de lucht getekend staan. In Nederland hebben we zulke Romantiek niet omdat we er het soort landschap niet voor hebben. Onze schilders kunnen daarentegen heel goed glinsterend licht op waterplassen schilderen – of wolken die, drijvend en draaiend in de lucht, het licht vangen van de zonsondergang. Denk aan De rode wolk van Piet ­Mondriaan. In dat kleine meesterwerk kun je, als vaker in Nederlandse schilderijen, ook de wind uit zee zien waaien. Per landstreek leveren landschap en gesteldheid van het weer steeds andere manieren op voor schilders om door onnavolgbare trucage in doffe verf toch gekleurd licht te laten gloeien.

In gesprek met een Italiaanse collega kwam ik ertoe te zeggen dat wij in Nederland alleen geloven wat we kunnen zien. Ook de schilderkunst toont zo onze volksaard. Mijn vriend knikte en zei: wij geloven vooral wat we kunnen aanraken en voelen. Dat is waarom Luciano Fabro een aanraakbare wolk gemaakt heeft van blauw marmer in plaats van, bijvoorbeeld, vloeibare verf. La doppia faccia del cielo hangt nu te glanzen tussen de bomen in het park van Museum Kröller-Müller. Het marmer komt uit Brazilië, azul de Bahia. Voor de gelegenheid noem ik het koningsblauw.

Het werk is gemaakt voor Sonsbeek 86, een buitenlucht-tentoonstelling in de zomer in een park. Bij zulke opdrachten zocht Fabro altijd naar een verbinding tussen zijn levendige praktijk als beeldhouwer en regisseur van beelden en de omstandigheden die hij aantrof. Zo besloot hij tot een landschappelijk motief. In Nederland kom je dan uit bij het spektakel van heldere wolken die, tussen blauw en grijs, het beeld van de lucht bepalen. Maar in klassieke schilderijen zie je wolken in de lucht drijven. Ze zijn wattig wit of grijswit en bollend als slagroom. De beeldhouwer (die vorm vooral als volume ziet) heeft vervolgens, letterlijk, een wolk naar beneden gehaald, dat wil zeggen, door haar gewicht aan marmer is de wolk als het ware gaan vallen en toen opgevangen in een net van gevlochten staaldraad. Het voordeel was dat de blauwe ovale plak tussen de bomen vlak boven de grond kon worden opgehangen zodat de mensen eindelijk een wolk konden aanraken. Het werk is dus een sprookje waarin dromen werkelijkheid worden. Het blauwe stuk marmer laat de strelende kijker het dubbele gezicht zien van de hemel. Aan één kant is het glad gepolijst zodat het in zonlicht kan gaan schitteren als een stralend blauwe lucht. Ware dit een blauw geschilderde plaat hout, dan zou je kunnen zien dat het blauw alleen maar een dunne laag was. Het marmer daarentegen is door-en-door en diep blauw, onpeilbaar als een blauwe lucht. De vorm is een uit de losse hand getekende ovaal. De omtrek van de plak is ook zo brokkelig gekapt. Aan de andere zijde is het marmer ruw gebleven. Daar is het oneffen oppervlak hobbelig en gevlekt met schaduw. Ook dat kun je met je vingers beroeren. De wolk is niet van grijswit marmer omdat blauw natuurlijk minder realistisch is en in de groene schemer veel geheimzinniger glanst.

PS Voor werken van Schinkel of Friedrich moet u in de oude Nationalgalerie in Berlijn zijn, een prachtig museum en ontroerend ouderwets (www.smb.museum)