Koninklijk bezoek loont

RECHTSTREEKS gekozen zijn ze niet: ze maken aanspraak op hun titel, status en functies door geboorte en huwelijk, hetgeen niet meer past in deze tijd. Toch lijken Beatrix, Willem-Alexander en Máxima soms beter te beseffen dat ze het van het volk moeten hebben dan politici die voor hun wel en wee afhankelijk zijn van het stembusresultaat.
Waar volgens een onderzoek van NRC Handelsblad een Kamerlid in het afgelopen zomerreces gemiddeld 2,1 werkbezoek aflegde, waarvan menig bezoek ook nog in het buitenland, verschenen de koningin, haar opvolger en diens vrouw in diezelfde periode gemiddeld ruim zes keer her en der in eigen land: voor een bezoek aan een Blijf-van-mijn-lijfhuis of het bijwonen van een voorstelling van het Nationaal Ballet, van de opening van het hoofdkantoor van de Van Leeuwen Buizen Groep tot die van een sporthal in Epe. Deze invulling van hun rol blijkt niet zonder effect. Het volk heeft meer met het koningshuis dan het parlement.
Daarin sleept de discussie over de rol van de koning zich al jaren voort. Aan de ene kant van het spectrum staat onder meer de PVV die een puur ceremonieel koningschap wil en aan de andere kant de VVD die tegen wijzigingen is. Vorige week nam de PVDA eindelijk ook een standpunt in. Daardoor is nu definitief duidelijk dat Willem-Alexander niet hoeft te vrezen voor een ceremonieel koningschap, waarvan hij ooit zei dat niet te ambiëren. Het volk ziet er ook niks in.
Wel is er nu een ruime Kamermeerderheid om de koning het voorzitterschap van de Raad van State te ontnemen en hem geen rol meer te geven in de kabinetsformatie. Maar ook daarvoor ontbreekt in de samenleving een afgetekende meerderheid, als tenminste mag worden afgegaan op opiniepeilingen.
Dat de Tweede Kamer in meerderheid de rol van het staatshoofd in kabinetsformaties wil afnemen, kan al meer dan veertig jaar. Dat het niet gebeurde, lag niet aan het staatshoofd, maar aan de Tweede Kamer zelf. Of Willem-Alexander het voorzitterschap van de Raad van State ook daadwerkelijk kwijtraakt, zal erom hangen. Daar is nu wel een gewone Kamermeerderheid voor, maar of deze grondwetswijziging na nieuwe verkiezingen nog een keer de dan benodigde tweederde meerderheid haalt, is de vraag.
Volgens een opiniepeiling vindt bijna vijftig procent van de bevolking dat de toelage van de leden van het koninklijk huis de helft kleiner kan en is 35 procent daar tegen. Dat past in de huidige discussie over topsalarissen, maar heeft weinig te maken met de principiële vraag of in deze tijd nog plaats is voor erfelijke troonopvolging. In de Kamer gaat het daar dan ook niet over.
Een ruime meerderheid onder de bevolking blijkt vervolgens ook voorstander te zijn van het verminderen van het aantal leden van het koninklijk huis, zoals de PVDA voorstelt. Constantijn en Laurentien zouden dan bijvoorbeeld afvallen. Laten die nou ook juist weinig op werkbezoek gaan.