Sylvain Ephimenco

Koninklijk toneelstuk

Een koninklijke antichambre met gouden kroonluchter en Lodewijk XVI-meubels. Aan de muur een portret van prins Bernhard met rode anjer. De secretaresse, een vrouw met plooirok aan en een hoed met brede randen op, loopt door de kamer te ijsberen. Een deur gaat open en een jonge blonde vrouw met naveltruitje stormt lachend de antichambre binnen. De jonge vrouw lijkt verrast.

Jonge vrouw: «Señora Van Es! Querida Andrea! U bent er al! Ben ik soms te laat?»

Secretaresse: «Natuurlijk niet, majesteit Máxima. In uw positie kunt u dat nooit zijn. Laten we het beschaafd houden en stellen dat ik een paar uurtjes te vroeg was.» De secretaresse maakt een diepe en trage buiging. Haar hoed valt op de grond. «Uw naveltruitje is schattig, hoogheid. Ziet u, we hebben vandaag een zwaar programma: de Pauluskerk, Mama Cash, een kraakpand op ontruimingsnominatie, Marijnissen en de commissie Gelijke Behandeling.»

JV: «Alweer dat linkse gedoe, mevrouw Van Es. Alweer die dikke billen in tuinbroeken en die gore hanenkammen. Plus een junkdominee en een ex-maoïst! Papa zegt dat u me met het soort mensen in contact brengt dat we vroeger vanaf onze vliegtuigen de zee in pleurden. A Papa no le gusta.»

Secr: «Allicht, allicht hoogheid. Maar we moeten de schijn ophouden. Nederlanders zijn dol op knollen en ik ben uw dienstbare citroen. Bij ons maken militaire vliegtuigen alleen verkenningsvluchten al naar gelang de opiniepeilingen. En mensen zonder parachute laten springen, past niet in ons poldermodel. U mag natuurlijk wel integreren met behoud van eigen identiteit. Dus uw gedachten zijn vrij. Zoals gezegd draait het in Nederland om de schijn. U leest een verklaring waarin u afstand van uzelf neemt en in ruil daarvoor krijgt u Marco Borsato en een uitkering.»

JV: «Maar ik moet die Borsato niet, Andrea. En ook niet die vijftigduizend hielenlikkers die zich in de Arena gaan ophouden terwijl ik op die belabberde grasmat voor aapje moet gaan spelen.»

Secr: «Denk aan die uitkering, hoogheid! De uitkering! Dit is onze deal: ik leer u links lullen en daarna mag u rechts vullen. Dit is een belangrijk volksconcept waar onze principiële samenleving op is gebaseerd. Zo werkt het hier. En ik ben uw ambulante alibi.»

JV: «Trouwens, querida Van Es, ik heb me laten vertellen dat ook u niet had misstaan in de bagageruimte van onze transportvliegtuigen. U schopte vroeger tegen alles aan en liep blootshoofds…»

Secr: «… maar nu draag ik een hoed met brede randen, geleend van Erica Terpstra…»

JV: «… en ook moest u als republikeinse niets van schoonmama en haar troonrede hebben…»

Secr: «… ik was ondeugend en jong maar nu draag ik een wollen onderbroek met leeuwenmotiefjes onder mijn hervormde plooirok.»

JV: «We zijn een hels koppel.»

Secr: «U moet het niet zo formeel zien. Het is net voetbal: ooit komt er een transferperiode. In Nederland wordt er veelvuldig getransfereerd. Vroeger had je vakbondsleiders voor ambtenaren die plots dienst gingen nemen op het departement van de minister van Binnenlandse Zaken. Of vooraanstaande journalisten die bij de RVD gingen werken. En zelfs ons leger doet aan transfers. Kijk naar Dutchbat: gisteren defensief opgesteld tegenover de vijand en de volgende dag offensief turven en selecteren in dienst van de vijand.»

JV: «Comprendo. Laten we maar bij Marijnissen beginnen.»