Popmuziek: De Sint Willebrord Sessies

Kop, top, snot

Het album opent met de stem van Tim Krabbé. Die vertelt over Mey rueis, Lozère, 26 juni 1977. ‘Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.’

De toon is gezet: wat hier volgt is een ode aan, zoals Wilfried de Jong een verhalenbundel van hem ooit noemde, De man en zijn fiets. Of, specifieker: De Man en zijn Fiets.

Journalisten Nando Boers, Dirk Jan Roeleven en Bert Wagendorp namen vorig jaar het initiatief tot een cd voor het Tour for Life-project van Artsen Zonder Grenzen. Waarom een cd? Ze hadden al een boek gemaakt. En ‘nog een boek is saai’.

Dus een cd. Met ‘wielersongs’.

Wat zijn dat? Dat zijn songs over wielrennen.

Maar dat betekent natuurlijk: nummers waarin de wind, de weg, de fiets, de ‘spaak, spaak, pompje, pompje, versnellingskabel, versnellingskabel, pedaal, pedaal, frame, frame, ventiel, ventiel, ventiel, ventiel’ (De Kift op een tekst van journalist/dichter John Schoorl) allemaal staan voor veel meer dan het wielrennen zelf. Hier wordt het leven gevierd, hier worden de kampioenen toe­gejuicht, en ‘we zijn allemaal kampioenen, want een echte kampioen is één van ons’ (JW Roy op een tekst van Rick de Leeuw).

Er bestaan mensen die allergisch zijn voor de eeuwige-jongetjes-toon waar mannen graag op terugvallen wanneer ze hun sport- of muziekhelden vereren. Vinden ze kinderachtig, dweperig of beide. Persoonlijk ben ik allergisch voor die mensen.

De eerste Sint Willebrord Sessies is een feest: een feest van geestdrift, zwetende-mannen-romantiek, het liederlijk levensgevoel. Veel kop, veel top, veel snot.

Schrijvers zingen, dichters schrijven teksten voor zangers, zangers begeleiden zingende wielrenners, en ondertussen verzuren dromen en spieren, komen kale rotsen en vuile hellingen in zicht en lonkt de bidon.

Er komt iemand op krukken langs die een been blijkt te missen (Joost Prinsen en Frank Lammers in Het leven is een kermiskoers) en uiteraard valt er een dode, want ‘niemand kan het winnen van de tijd’ (Freek de Jonge, die net als op zijn cd Van A naar Z een prachtige zangsnik inzet).

De matig gemotiveerde verslaggever wordt bezongen, de toevallig voorbijlopende fietsenmaker, de gedroomde winnaar en de bezemwagen. Onderwerp en muzikale begeleiding houden iedereen bij de les: hier niets van het dwarrelen dat talloze initiatieven als dit beperkt tot de goede bedoeling.

En ook hier kan er maar één winnen. Muzikaal is dat JW Roy, gespecialiseerd in de ­emotionele mokerslag, op dit album zijn versie van Aan de meet van Raymond van het Groenewoud.

Maar de renner wiens ziel door het hele album waait, die wordt aangehaald door schrijver Ivo Victoria en zelfs een eigen nummer heeft verdiend, dat is de man met de meest tot de verbeelding sprekende verzameling bijnamen in de wielrenhistorie.

Hij is De Kannibaal genoemd, De Beul van de Fiets, de Beethoven van de Ronde, De Zwarte van Tervuren, De Tamburlaine van de Pedalen. Maar hier wordt hij gewoon bij zijn naam genoemd, want hier is hij onder vrienden. En de naam luidt Eddy Merckx.


Diverse artiesten/Sporthuis Hubert, De Sint Willebrord Sessies Vol. 1, label: Excelsior