Koppelkoers

In de aanloop naar de verkiezingen is de boodschap van de kleinere partijen: hoe groter je ons maakt, hoe beter wij in staat zijn de koppelkoersen van die grote anderen, met name PvdA en CDA, onze richting uit te buigen.

D66-lijsttrekker Alexander Pechtold benadrukte het zaterdag op zijn partijcongres nog maar eens een keer: op 9 juni ‘kiezen we niet een nieuwe ministersploeg, kiezen we niet een nieuwe coalitie en kiezen we zeker niet een premier’. Niet dat d66 niet zou willen dat dat laatste zou kunnen, maar van die bestuurlijke vernieuwing is het nog steeds niet gekomen.
Onder meer dankzij de regenteske houding van de pvda, zo wilde Pechtold nog wel even benadrukken, waarmee hij uithaalde naar de sociaal-democratische lijsttrekker Job Cohen die bij de presentatie van het pvda-verkiezingsprogramma opriep tot een Nationaal Democratisch Akkoord, om een einde te maken aan de eeuwigdurende discussies over de gekozen minister-president en andere bestuurlijke vernieuwingen. Pechtold deed die oproep af als lippendienst.
De d66-leider heeft gelijk dat Nederland op 9 juni 150 Kamerleden kiest. Maar degenen die die dag hun stem uitbrengen, willen natuurlijk wel graag weten wat de partij van hun voorkeur daarna met die stem gaat doen, in welke coalitie de partij van zijn voorkeur terecht kan komen of het liefst wil komen, en wat dat kan betekenen voor de koers van het land, zowel op sociaal-economisch als op sociaal-cultureel terrein.
Dat weet Pechtold natuurlijk ook, evenals zijn collega-lijsttrekker Femke Halsema van GroenLinks, die afgelopen weekeinde eveneens haar partijcongres toesprak. Niet voor niks haalden beide lijsttrekkers fel uit naar cda, vvd en pvda, de traditionele middenpartijen.
Halsema verweet cda en vvd te denken dat de toekomst ligt in de jaren tachtig van de vorige eeuw en de pvda dat de boel bij elkaar houden niet genoeg is om de huidige economische en ecologische problemen het hoofd te bieden. Pechtold op zijn beurt hekelde het gebrek aan heldere keuzes van cda en pvda en het zich achter de dijken verschansen van de vvd. Maar die kritiek is er niet alleen vanwege de inhoud van de verkiezingsprogramma’s.
Pechtold benoemde waar het bij die kritiek óók om gaat, de angst voor ná 9 juni. Dat het dan, zijn schrikbeeld, ondanks de kabinetscrisis en een verkiezingsstrijd waarin ze elkaar keihard zullen bevechten toch weer een coalitie van cda en pvda zal worden. Weer jaren van 'dezelfde stilstand in een nieuw jasje’, zoals hij dat noemde.
Dat nieuwe jasje is overigens Cohen, die komende zondag op het pvda-partijcongres pas officieel lijsttrekker wordt en zich dan niet meer kan verschuilen, zoals hem onlangs werd verweten bij het eerste, door de anwb georganiseerde lijsttrekkersdebat, waarbij hij ontbrak. Geert Wilders van de pvv en Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren waren daar overigens ook niet bij, maar hun afwezigheid werd door de collega’s opmerkelijk minder erg gevonden.
Tegenover de duidelijke politieke koers van kleinere partijen zoals d66 en GroenLinks, maar ook ChristenUnie en sp, staat inderdaad de vagere koers van het cda en - al is het dan in iets mindere mate - van de pvda. Vooral de christen-democraten proberen op een dusdanige manier tussen de andere partijen door te laveren dat pas ná de stembusuitslag en de daarop volgende coalitiebesprekingen duidelijk zal zijn waar ze precies zijn uitgekomen. Pas dan kan de koppelkoers worden vastgesteld, een oude term uit de tijd dat er nog met zeilschepen en kompassen werd gevaren.
Maar ook de pvda laveert op een aantal terreinen, zoals rond de bestuurlijke vernieuwing en de concrete invulling van de tien miljard euro die de partij op korte termijn wil bezuinigen, met de wind mee. Off the record zeggen pvda'ers dan: met een lijsttrekker als Cohen is zo'n precieze invulling niet belangrijk, het gaat om de vraag welke persoon de mensen vertrouwen. Het houdt de coalitie-opties in ieder geval lekker open.
Daar willen de kleine partijen voor waarschuwen. Eigenlijk zeggen ze: stem niet op die partij, of die partijen, want je weet niet waar je aan toe bent, je kunt er zomaar als pvda-stemmer het cda bij krijgen, of omgekeerd. Of, maar dat benoemde Pechtold niet, als cda- of vvd-stemmer kun je er zomaar Geert Wilders en zijn pvv bij krijgen.
Gezien de versnippering van het politieke landschap is dat laatste niet ondenkbaar, hoewel ook cda, vvd en pvv afgelopen weekeinde in de Politieke Barometer op 74 zetels bleven steken. Het is echter de coalitie die in Den Haag veel wordt genoemd, door sommigen als ultiem schrikbeeld, door anderen als de waarschijnlijk enige werkbare uitkomst na de verkiezingen. Meestal wordt er dan nog bij gezegd: als het cda op 9 juni geen goede uitslag heeft, is Jan Peter Balkenende partijleider af en wie volgt hem dan op? Juist, Maxime Verhagen, want de opvolger kan dan alleen nog maar uit de fractie komen. Verhagen gruwt van de pvda en zal dus willen aankoersen op een rechtse coalitie.
Natuurlijk weet de kiezer bij een stem op een kleinere partij ook niet welke coalitie eruit zal komen, of op welke punten die partij water in de wijn zal doen. Maar de boodschap van de kleinere partijen is: hoe groter je ons maakt, hoe beter wij in staat zijn de koppelkoersen van die anderen onze richting uit te buigen.
De vraag is echter bij wie zij de stemmen wegtrekken. Bij de pvda?
In de laatste Politieke Barometer was ook een progressief kabinet van vijf partijen - pvda, sp, GroenLinks, d66 en ChristenUnie - niet mogelijk. Meer kiezers die van de pvda overlopen, zou het 'hoe progressiever hoe liever’ van Halsema dus niet dichterbij brengen.
De kiezers zullen van de 'overkant’ moeten komen. Misschien is oud-cda-coryfee Willem Aantjes niet de enige die zijn stem aan een andere partij zal geven als christen-democraten en liberalen zich niet duidelijker uitspreken tegen samenwerking met de pvv.

Beeld: Milo