popmuziek

Koppen bij elkaar

Phantom Four & The Arguido

Met een beetje gevoel voor dramatiek kun je ‘Phantom’ Frank Gerritsen en Patrick Tilon best twee nationale pop-iconen uit de vorige eeuw noemen. Als gitarist maakte Gerritsen in de jaren negentig furore als gitarist van de populaire surfband Treble Spankers. Die band stopte toen hij rsi kreeg, maar met de band Phantom Four maakte hij in 2006 zijn rentree. Patrick Tilon is beter bekend als rapper Rudeboy Remington van de Urban Dance Squad. Die groep zette ons land eind jaren tachtig op de internationale kaart met een originele cross-over van rock, rap en funk (dé anekdote is dat Rage Against the Machine ooit is opgericht nadat de leden een concert van de Squad zagen in Los Angeles). Verder maakte Tom Holkenberg bijna tien jaar later als een beginnende Junkie XL dankbaar gebruik van Tilons faam op diens eerste twee albums. De laatste jaren zijn muzikaal vrij geruisloos voorbij gegaan, op een niets nieuws toevoegende reünietournee met uds na in 2006.

Zijn naam leek er daarmee een van het verleden te worden, maar in de oefenruimte en op het podium staken Phantom Frank en Tilon (nu als The Arguido) een paar jaar geleden steeds vaker de koppen bij elkaar. Na The Obscure EP van vorige zomer verschijnt van Phantom Four & The Arguido nu een volle dubbelaar: de instrumentale surfplaat Morgana en Sounds from the Obscure (met Arguido). Die laatste plaat heeft meer een punk- en new wave-achtig geluid en Tilon gaat ook met dit genre, na eerder hiphop, rock, funk en beats, een succesvolle samenwerking aan. Zijn scherpe, soms snerpende stem moet het niet hebben van zijn bereik of subtiliteit, het is de energie die het ’m doet. Hoe rusteloos hij met zijn 49 jaar nog steeds is zingt hij gejaagd in zijn eerste refrein: 'If I could settle down, then I would settle down, but I can’t settle down’ (Settle Down). Zeker op het podium is (naast het verschil in lengte) het een opvallend contrast met de beheerste techniek en minder drukke aanwezigheid van Phantom Frank.

Phantom Four laat zich op deze twee platen van zijn meest diverse kant zien. Op Morgana via de surf met oosterse en Latijns-Amerikaanse tinten en het sterke new wave-voorproefje A Forest, cover van The Cure. Op Sounds from the Obscure klinkt de band harder en donkerder, maar twaalf nummers lang onverminderd energiek. Van het Stooges-achtige beukwerk op The Obscure, via de frisse elektrische sitar van Gun on my Temple tot de onverwachte, maar niet teleurstellende rockballad Hard Trying Idealist. Dat niet alle nummers even sterk zijn (iPod Army, The Guest List) wordt genoeg gecompenseerd door het enthousiasme en de punkachtige bravoure. Bij de grillige Tilon kwam die fuck you-attitude nogal eens naar voren in emotioneel geladen conflicten met ­collega’s en journalisten (de woedende ingezonden brief waarin hij een Oor-medewerker een nsb'er noemt is een klassieker in de Nederlandse popgeschiedenis). Op Sounds from the Obscure hoor je zijn gedrevenheid terug waar hij het meeste oplevert, in de muziek zelf.


The Phantom Four & The Arguido, Morgana / Sounds from the Obscure, label: Scream / Suburbian. The Phantom Four & The Arguido toeren door Nederland