Koreanen voeren schrikbewind in Servische fabrieken

Leskovac – In reclamespots op cnn windt de Servische overheid er geen doekjes om: investeer in Servië met zijn hooggeschoolde goedkope arbeidskrachten en een op snit gemaakte nieuwe arbeidswet.

Wie zich hier als bedrijf vestigt, krijgt bovendien belastingvrije toegang tot zowel de Russische als de EU-markt. Met subsidies, belastingvoordelen en gratis bouwgrond worden buitenlandse ondernemers naar Servië gelokt. Het naar imf-recept hervormde investeringsklimaat heeft effect. Premier Vucic opent de ene na de andere buitenlandse fabriek. Mede hierdoor is de werkloosheid in Servië in drie jaar tijd gedaald van 25 naar 18,5 procent.

De investeerders nemen het echter niet altijd zo nauw met arbeidsomstandigheden. Voormalige werkneemsters van de Italiaanse schoenenfabrikant Geox, die in Vranje voor twaalfhonderd nieuwe banen zorgde, klagen over intimidatie op de werkvloer. Tientallen werknemers van de Duitse auto-onderdelenfabrikant Dräxlmaier in Zrenjanin kregen ontslag nadat zij door bedrijfsongevallen invalide raakten.

Het bontst maakt Yura Corporation het. Deze Zuid-Koreaanse producent van autokabels die werk biedt aan zesduizend mensen is in Servië het symbool van uitbuiting. Uit de fabrieken komen verhalen naar buiten over onterechte ontslagen, onbetaald overwerk en fysieke mishandeling. ‘De Koreanen voeren een schrikbewind via de Servische managers’, zegt Marijana Funcic uit Kragujevac, die een leidinggevende functie had. Toen ze met twee collega’s een vakbond wilde oprichten, werden ze ontslagen.

De regering houdt zich doof voor de misstanden. Nadat een vijftien minuten durende staking van Yura-personeel in Leskovac was bestraft met loonkortingen, deed premier Vucic de berichtgeving hierover af als een lastercampagne tegen buitenlandse investeerders. Vorige week had hij bij zijn bezoek aan de fabriek in Leskovac een duidelijke boodschap: ‘Wie roept dat hier slavenarbeid wordt gedaan, moet de mensen vragen of ze liever zonder werk zitten.’

De gloriedagen van het Joegoslavische arbeiderszelfbestuur zijn vervlogen. Eén erfenis uit Tito’s eenpartijstaat staat nog overeind: het partijlidmaatschap. Want de partij die de macht heeft, momenteel de rechts-populistische sns van Vucic, verdeelt de banen. Voor die banenmachine blijken ook buitenlandse firma’s niet immuun. Daarom zijn twee keer zoveel Serviërs lid van een politieke partij dan van een vakbond.