‘kors is een jonkie’

‘KORS HEEFT nooit zijn verjaardag willen vieren, maar dit jaar maakt hij een uitzondering’, vertelt Ine van Bennekom. ‘Er komen honderdvijftig mensen.’

‘Alleen maar leuke mensen’, vult Kors van Bennekom aan, 'dat heb ik me voorgenomen. Je hebt in het dagelijks leven vaak genoeg met draken van doen. Dan denk ik: jongens, de groeten.
Ik heb nu de rust en daar moet ik aan wennen. Een tijd terug voelde ik me ziek, heb me helemaal laten nakijken. Er bleek niets aan de hand. De kinderen zeiden: pa, het zit tussen je oren. Ik word nu 65 en dat is toch bepalend. Mijn hele leven gewerkt en het is moeilijk dat los te laten.
Gister liep ik met mijn onnozele gezicht door het winkelcentrum en dacht ineens: ik hoef eigenlijk niets meer te doen.’
Ine: 'Overdag ga je geen boek lezen. Dat is werktijd, lezen doe je alleen maar in de vakantie. De Uitkrant dwong je natuurlijk ook om alert te zijn, om op stap te gaan. Toen dat wegviel, had je wel een afkickperiode nodig. Daar was je een tijd lichamelijk onwel van.’
Kors: 'Ja. Maar daarna zijn we toch met Loek Zonneveld zo'n twee jaar bezig geweest met het samenstellen van het boek Twee planken en een hartstocht.
Het is belangrijk om actief te blijven. Je moet alert blijven. Als je de camera een paar dagen niet aanraakt, wordt die een onwillig ding. Dan vergeet je bijvoorbeeld dat je eerst een palletje moet omzetten voordat je gaat fotograferen.’
'Vroeger vond ik het heel leuk om op straat te fotograferen. De wereld is veranderd. Mensen vragen nu meteen waar het voor is. Als ik zeg dat het voor mijn privé is, dan denken ze dat het voor dat blad is. Als ik zeg dat het voor mezelf is, klinkt dat ook raar en als je kinderen fotografeert, denken ze dat je een gladjanus bent. Maar als je zegt dat het voor de Stichting Welzijn Ouderen is, waar ik toevallig het jaarverslag voor maak, dan is het goed.
Laatst zei een voorbijganger die ik wilde fotograferen: “Zo jongen, het valt niet mee hè?” Ik knik dan maar wat. “Ik ben al 69”, zei hij. “Nou”, antwoordde ik, “dat is niet gering”.’
'AAN DE JAARVERSLAGEN hebben we altijd ontzettend veel geld verdiend. daar hebben we dit huis van kunnen kopen.’
Ine: 'Dat was in de tijd van de hoogconjunctuur.’
Kors: 'Dan vroegen ze of ik het sociale gezicht van een bedrijf wilde fotograferen. Ik ga altijd een uur voor de afspraak rondkijken om te zien waar het licht valt.
Vorig jaar december werd ik gebeld door een verzorgingstehuis. Wilden ze dat ik de foto’s zou maken voor het jaarverslag. Maar het is beter dat je mensen fotografeert wanneer het wat warmer is, dan laat je ze in hun waarde. Foto’s die in de winter zijn genomen en waarop iedereen zit te bibberen, zien er niet uit. Het fotografeert altijd het beste met een mooi lichtje op straat.’
'DE FAMILIEFOTO’S zijn voor mij het belangrijkst. Als die straks naar het Nederlands Fotoarchief gaan, is dat tenminste geregeld. De kinderen hebben er nooit een probleem van gemaakt dat ze zo vaak werden gefotografeerd. Ze hebben ook nooit geposeerd als de camera op ze werd gericht. Dan gingen ze gewoon verder waar ze mee bezig waren.
Opvoeden is een kwestie van eerlijkheid. Je moet zorgen dat je sterker bent dan de ander. Dat is alles. Onze kinderen accepteerden dat. Ik heb ook nooit met een andere bedoeling gefotografeerd dan om eerlijk te zijn. Daardoor heb ik nooit problemen gehad. Ook niet met acteurs. Als je maar de ruimte krijgt. Ik zeg altijd tegen de regisseur: “Ik ben één dag zeer hinderlijk aanwezig en ik ga overal staan waar jij wilt kijken. Maar als je generale repetitie hebt, ben ik weg. Dan kun je doen wat je wilt.”
Niets is zo naar als mensen tegen je aan staan te praten terwijl jij wilt fotograferen. Dan zie je honderd meter verderop wat gebeuren en denk je: daar moet ik wezen. Niet hier maar daar.’
DOCHTER JOSEPHINE van Bennekom heeft in verschillende fotoboeken van haar vader de tekst voor haar rekening genomen. Ze schreef ook de inleiding bij het boek De familie Van Bennekom (1990). 'In het begin dacht ik wel eens gegeneerd: dit is echt de happy family, maar later realiseerde ik me dat het niet iets is om je over te schamen. Onze samenwerking staat nu op een laag pitje.
Toen we met de hele familie op wintersport waren, ging hij ons voor als een jonge god. Hij was voor niets en niemand bang. Kort daarvoor had hij last van zijn rug en moeite met lopen. Hij wordt ouder en dan verander je. Kenmerkend aan hem is dat hij het liefst de familie om zich heen heeft uit een soort angst ons te verliezen. Door zijn nare jeugd had hij sterk de behoefte een eigen nest te maken, om te bewijzen dat het goed kan gaan. Dat resulteerde in de romantische familiefoto’s die de basis voor het boek vormden.’
VOOR DE COLLEGA’S die Van Bennekom het langst kennen is het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd absoluut geen mijlpaal. Paul Huf: 'Ik ken Kors niet zo heel goed, maar onderhuids voel ik dat het wel goed zit met die man. Zijn fotografie is mooi. En ach, 65 worden is niet zo'n punt. Vroeger zeiden ze: als je zestig wordt, hoef je geen pakken meer te laten maken. Die kun je toch niet meer afdragen. Laat staan wanneer je 65 wordt. Maar nee, je gaat gewoon door. Ik ben nu mijn jubileumtentoonstelling aan het voorbereiden want volgend jaar word ik 75.’
Fotografe Eva Besnyö heeft Van Bennekom in de jaren zeventig leren kennen als voorzitter van de Gkf, de beroepsvereniging van fotografen: 'Kors is een man op wie je rekenen kan. Wij werden al snel meer dan collega’s. Met weinigen raak je echt bevriend; met hem wel, want hij kent geen beroepsnijd. Als fotograaf heeft hij het voordeel dat Ine een zeer toegewijde vrouw is. Veel mannelijke collega’s hadden dat soort vrouwen. Mijn mannen waren niet zo. Zij stimuleerden me wel, maar hadden toch hun eigen carrière die ze belangrijker vonden.
Voor mij is Kors nog steeds een jonkie. Ik ben nu 88 en weet dat 65 worden niet zo'n punt is. Je lichamelijke conditie is wat minder, maar in een vrij beroep ben je even hard bezig als altijd. Vanwege mijn slechte ogen fotografeer ik niet meer, maar ik werk nog wel dagelijks aan mijn archief.’
Kors van Bennekom: 'Destijds zei ik tegen Ine: je kunt beter voor mij komen werken, dan verdien je meer. Ik zou dat nu niet meer durven zeggen, maar vroeger was dat de normaalste zaak van de wereld. Dat het hele archief op orde is, is haar verdienste. Dat is onze oudedagsvoorziening.’