Mode

Korsetten, korsetten

Kunst: Rijk gekleed 1750-1914

Wie mooi wil zijn moet pijn lijden, wil het gezegde. Liefhebbers van hedendaagse mode – met haar puntige schoenen met onmogelijk hoge hakken, stringslips en heupbroeken – klinkt deze tegeltjeswijsheid ongetwijfeld herkenbaar in de oren. Maar ook voor negentiende-eeuwse vrouwen was het dragen van stijlvolle kleding allerminst een pretje. Dat wordt duidelijk in de tentoonstelling Rijk gekleed 1705-1914, die momenteel in het Amsterdamse Museum Willet-Holthuysen te zien is.

Het korset, dat de taille van vrouwen zodanig insnoerde dat zij weliswaar een slank silhouet hadden maar tegelijkertijd nauwelijks konden ademen en bewegen, is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van de martelwerking van modieuze kleding. In de slaap kamer van het grachtenhuis waarin het museum is gevestigd is een hele reeks van korsetten te zien. Maar het korset domineert de tentoonstelling vooral als onzichtbaar maar alomtegenwoordig attribuut dat verborgen zat onder de japonnen waar gegoede bur ger vrouwen zich in hulden.

Het korset was niet het enige oncomfortabele kledingstuk uit de negentiende-eeuwse garderobe van modebewuste vrouwen. De crinoline, de hoepelrok die vaak werd gecombineerd met het korset omdat zij de elegantie van de ingesnoerde taille benadrukte, vormde een nauw zittende spiraal rond de heupen die vrouwen letterlijk opsloot in hun jurk en hun bewegingsvrijheid ingrijpend in perkte. Daarnaast kent de hoog gehakte damesschoen sinds de tweede helft van de negentiende eeuw een onstuitbare opmars. Tot omstreeks 1770 droegen vrouwen slofachtige schoentjes van satijn of brokaat, schoeisel waarmee ze in hun huiselijke leven prima uit de voeten konden. In het begin van de negentiende eeuw gingen ze daarnaast platte sandaaltjes dragen, en na 1830 werd de garderobe uitgebreid met laarsjes en schoentjes waarvan de tentoonstelling verschillende aandoenlijke exemplaren toont. Na 1850 werden de hakken hoger.

Impliciet laat de tentoonstelling bovendien zien dat de negentiende-eeuwse mode niet alleen een lijdensweg was voor haar draagsters maar ook voor haar makers. Zo is het kroonjuweel van de kostuumcollectie van de stad Amsterdam een zijden galajurk waarop met de hand geschilderde pa troontjes zijn aangebracht van tachtig soorten bloe men, elf vlindersoorten, diver se insecten en een vogel.

Gelukkig zijn tegen dit soort arbeidsintensieve en oncomfortabele kledingstijlen ook de nodige weerstanden geweest. Britse mode makers maakten hun japonnen in protest tegen de Franse tierlantijnen eenvoudiger qua silhouet, en ingetogener van kleur en patroon. Na de Franse Revolutie ontstond bovendien ook in Frankrijk een groeiende belangstelling voor so bere kleding, die afstand nam van de verkwistende luxe van het om vergeworpen regime. In Nederland gingen deze stijlveranderingen sa men met een streven naar beter draagbare en meer praktische kleding, die uitmondde in een heuse beweging tot «reform» in kleding.

De mooie en veelzijdige tentoonstelling in Museum Willet-Holthuysen laat aan de hand van de wisselende modetrends in de negentiende eeuw zien dat mode toen, net als nu, opvallend heterogeen kan zijn. In de balzaal is een opvallende variëteit aan baljurken te zien, die onderling verschillen wat betreft snit, kleurstelling, stofgebruik en borduursel. Bovendien worden in het grachtenhuis verschillende soorten «vergeten» kledingvormen getoond, zoals kleding speciaal voor kinderen, dopelingen en huishoudelijk personeel. Ten slotte kunnen mu seumbezoekers genieten van on gewone kledingstukken als rouwjaponnen, jurken met de snel uit de mode geraakte pofmouwen, en zelfs een automobielmantel.

tot en met 22 januari