Kort!

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Dit keer: NTR’s Kort!.

Raymonde de Kuyper in Tienminutengesprek van Renske de Greef en Jamille van Wijngaarden © NTR

Kort!, het onvolprezen NTR-project van tien-minuten-dramaproducties door jonge makers, is aan zijn achttiende jaargang toe. Een boeket van elf dit jaar, als altijd in sterk uiteenlopende vormen, kleuren en geuren. Dat ‘kort’ makkelijk zou zijn lijkt een groot misverstand: schep maar eens in beperkt bestek een universum dat de kijker van meet af boeit en dat overtuigend en geloofwaardig overkomt. Waarbij met geloofwaardigheid niet bedoeld wordt ‘realistisch’, want beeldpoëzie, absurdisme, beeldpoëzie, droomsequentie, horror, slapstick, het kan allemaal binnen het eigen genre overtuigen. Of niet. Ik zag de eerste zes van de elf en de mate van geslaagdheid verschilt in mijn ogen, maar steeds is er lef en wordt er iets gewaagd dat lastig is naar vorm en/of inhoud. Ze worden dit jaar op vier avonden (drie maal drie; één maal twee) aangeboden op NPO 3. Deze week donderdag is de opening.

In Visite van Stijn Bouma (scenario en regie) bezoekt een zoon zijn bejaarde moeder in haar woonboerderij. Nee, hij wil niet nog meer koffie. En nee, zijn vriendin had geen tijd om mee te komen. En nee, hij blijft niet om de woensdagse erwtensoep te eten. Maar moeder moet, nu vader recent is overleden, toch overwegen ‘ergens anders’ te gaan wonen – niet langer in dat te grote, afgelegen huis. Je voelt in alles dat dat minstens zozeer voor zijn gemoedsrust en gemak als voor haar welzijn wordt voorgesteld. Moeder reageert bozig: ‘Hoezo ergens anders, dat is niks voor ons soort mensen.’ Ze deed juist zo haar best te laten zien dat ze het allemaal heel goed aan kan. En nu dit. Ze kapt het dus af: ‘We hebben het hier prima en we zijn hier thuis.’ Zou ze met ‘we’ de kat bedoelen met wie ze vaak in gesprek is? Je moet de film zien om te begrijpen waar de meervoudsvorm voor staat. Het is een ontknoping die de vertelling triest maar toch ook dragelijk maakt. De zoon komt nauwelijks in beeld: de camera volgt in alles de moeder. Zijn mentale houding vind ik iets te sterk aangezet (neem verdomme dan minstens een bak van die soep mee naar huis), maar het doet aan de kern weinig af.

Gutmensch van Marjolijn van Heemstra (scenario) en Sabine Lubbe Bakker (regie) wordt veel mooier dan ik bij het begin van de film even dacht. Als Afghaanse vluchteling Zohre voor het eerst op Marjolijns kind heeft gepast (jawel, Marjolijn speelt, net als Zohre, zichzelf) is er een nadrukkelijk Gutmensch-afscheid: ‘Zohre, als er iets is, ik ben er.’ Zohre knikt en vertrekt. Prompt belt Marjolijn enthousiast haar partner: ‘Ik heb het idee dat we hier de perfecte vluchteling te pakken hebben.’ Het is zo nadrukkelijk beschaafd en tegelijk in-fout dat ik vrees voor al te karikaturale bespotting van een zelfingenomen madam. Als dan Zohre minuten later weer voor de deur staat met het verzoek te mogen blijven slapen en Marjolijn de indruk wekt dat het ‘ik ben er’ holle frase was, denk ik het eigenlijk wel te weten. Maar Marjolijn gaat inderdaad helpen (zoals ze dat ook in het echt deed) en ontdekt gaandeweg dat haar idee over hoe dat moet gebeuren – rationeel, via regelingen en instanties die trouwens gekmakend bureaucratisch blijken, en met ideeën over westerse zelfontplooiing – werelden verschilt van waar Zohre echt behoefte aan heeft. Het einde is ronduit ontroerend in zijn ‘gewoonheid’.

In Never Forget van Sarah Veltmeijer (scenario en regie) worden twee pubermeiden door de woedende broer van één van hen buitengesloten op het balkon van de galerijflat: ze beloerden en verstoorden zijn vrijpartij met een vriendin. Het is loeiheet, de meisjes zijn schaars gekleed en zelf ook behoorlijk opgewonden vanwege wachtende vriendjes op de kermis die hen continu bestoken met hitsige berichtjes en filmpjes (als hun telefoontjes binnen waren blijven liggen, dan waren ze pas echt in paniek geweest – en dit script onmogelijk). Taal (‘hij schijnt een fucking grote lul te hebben’) , gebaren, dansjes, het op het balkon van de buren gevonden bier dat ze soldaat maken – alles doet vermoeden dat ze jong maar behoorlijk door de wol geverfd zijn. Dat blijkt toch minder te kloppen dan schijnt en de een is sowieso gehaaider dan de ander. Het hele filmpje heeft iets van tempo, lawaai, kleur en opwinding van de kermis – waar we niet met de meiden heen gaan want die zitten immers vast. Oké, dan komen de boys wel naar hen toe. Oei, wat gaat daar gebeuren? Een knap staaltje eigentijds lowerclass-jongerendrama , zowel filmisch als in dialogen. De meiden (Richelle Plantinga en Nola Kemper) spelen geweldig.

Dagdromen van Yim Brakel (scenario en regie) toont de uiteenlopende manieren waarop drie jongens de ziekte van het meisje Zoë ervaren. In de ogen van klasgenootje Jonathan is elk mens een planeet, lichtjaren van anderen verwijderd: we hebben geen idee hoe de ander ziet wat wij zien en eigenlijk lijkt dat ook het credo van de filmer zelf). Jonathans blik is die van de verliefde. Zoë volgt de lessen in het ziekenhuis via een beeldverbinding. Hij, studiebol, muzikaal, romantisch kan absoluut niet begrijpen waarom uitgerekend de loser van de klas, de grote, lompe Yahya de taak kreeg de berg apparatuur die nodig is om Zoë mee te laten doen, te beheren. Wat hij ook behoorlijk onhandig doet. De derde jongen zit in een hogere klas: Egon, broer van Zoë. Zoë zelf is meer katalysator dan handelend personage. Jonathan is verbijsterd over het stoere, onverschillige gedrag op en rond school van Egon, niet begrijpend dat dat ook teken van onmacht en verdriet is over het noodlot dat zus en familie treft. Zoals Jonathan ook niet begrijpt dat Yahya die taak misschien wel heeft gekregen van een wijze docent die daarmee Yahya’s gevoel van eigenwaarde helpt opbouwen – wat enigszins lukt. De poëtische, treurige film heeft iets van de aandoenlijkheid van Jonathan en Yahya samen, maar helemaal overtuigend vind ik hem niet.

Ver van realisme staat Mensendagen van Coen Eigenraam en Jeroen van ’t Hultenaar (allebei scenario en regie). De eerste minuten verblijven we onder kikkers in een ven. We horen lage mannenzang, kikkerkoren en een stem die zegt ‘ik was een gelukkige kikker. Ik begreep alles, riet, wind, water, hield van zwemmen. Vooral wanneer ik jong was.’ Voorwaar een cryptische tekst: ‘Wanneer ik jong was’? Maar inderdaad, hij had niet één leven maar een steeds hernieuwde cyclus – we zien hem zelfs opgegeten worden door een ooievaar. Tot hij niet herboren werd. Of liever, wel, maar dit keer als mens. Dat blijkt hem, ondanks relatie, werk en welvaart zwaar te vallen. Maar kan hij terug? Kijk zelf. Meer origineel idee, vind ik, dan echt geslaagde film, hoe mooi hij ook soms is in beeld, kleur en geluid.

Tot hier bespreking in volgorde van uitzending. Maar de allereerste film, een meesterstuk, bewaar ik voor het laatst: Tienminutengesprek van Renske de Greef (scenario) en Jamille van Wijngaarden (regie). Met een grandioze rol van Raymonde de Kuyper (voormalige kinderen bekend van Roos die Villa Achterwerk in sketches presenteerde) en met een uitstekende rol van Randy Fokke. Yvonne (Raymonde) is al decennia een bevlogen kleuterjuf (sorry, lerares van groep 1 en 2) en Marit (Randy) is de assertieve moeder die te vroeg op de afspraak komt, het Yvonne onmogelijk maakt rustig haar boterham te eten en die een requisitoir afsteekt omdat Yvonne het bestaan heeft haar zoontje straf te geven. En wat had het joch nou helemaal gedaan? Ik verklap niet wat hij uitvrat, maar elke leek zou denken dat psychische hulpverlening gewenst was. Zo niet zijn moeder: Yvonne moest het gebeurde zien als typisch onderzoekend jongensgedrag dat in de huidige feminiene onderwijscultuur zeker door oudere leraressen op geen enkele manier op waarde wordt geschat. Yvonne tracht zich uit alle macht te beheersen, maar als de moeder eist dat ze haar excuses aanbiedt – niet aan haar zelf maar publiekelijk aan haar zoontje –, dan ontploft ze en belandt in een staat van steeds toenemende woede. Waar in het echt mensen gaan stotteren en raaskallen, kan razernij in fictie in een meesterlijk betoog gegoten worden – wat hier gebeurt.
Alle weerzin tegen een cultuur waarin kinderen door ouders heilig worden verklaard, waar onderwijzend personeel inderdaad als eigen personeel uit de lijfeigentijd wordt toegesproken en behandeld, waar iedereen meent zich met de gang van zaken in de klas te kunnen bemoeien – dat alles komt in een briljante stortvloed uit haar mond. Daar blijft het niet bij: op woorden volgen vergaande daden. Het is buitengewoon geestig. En verwarrend in die zin dat de moeder een opvatting naar voren brengt die door velen wordt gedeeld. We zien hier onder meer een sterk ingekorte en geconcentreerde versie van De luizenmoeder zonder dat daar ook maar een zweempje plagiaat aan te pas komt. In mijn toptien van bijna tweehonderd films in het kader van Kort! Uitgesteld kijken als u hem miste.

NTR Kort!, vier donderdagen vanaf 29 november, NPO 3, 22.45 uur.

29 november: Tienminutengesprek; Visite; Gutmensch.
6 december: Never Forget; Dagdromen; Mensendagen.
13 en 20 december de resterende vijf.