Commentaar: Europa

Korthals contra Berlusconi

Niemand was zo blij als Benk Korthals deze week. Zijn diplomatieke missie in Brussel ter redding van de Nederlandse juridische verworvenheden in het Europees arres tatiebevel, was een groot succes, omlijst als het werd door een spetterend optreden van Circus Berlusconi. De fratsen van de Italiaanse premier houden een akkoord over het arrestatiebevel nog even op, maar als deze laatste hindernis is genomen, kan de Nederlandse minister van Justitie met trots terugkijken op zijn reddingsoperatie, waarmee ons softdrugs-gedoogbeleid en onze euthanasiewetgeving zijn uitgesloten van het in te voeren Europese aanhoudingsmandaat.

De aandacht voor het diplomatieke offensief van Korthals en de particuliere machinaties van het Italiaanse staatshoofd zouden bijna het zicht ontnemen op belangrijker punten. De EU is er in recordtempo in geslaagd wetgeving te ontwikkelen waarin nu bijna alle lidstaten zich kunnen vinden, en waardoor in de nabije toekomst voor 28 verschillende misdrijven een snelle uitlevering van verdachten mogelijk wordt. Een mooie uiting van de Europese eenheidsgedachte, zo lijkt het: door de gebeurtenissen op 11 september is de saamhorigheid gevonden die nodig was om het proces van harmonisering van Europese wetgeving te versnellen.

Achter deze façade schuilt echter een minder fraaie werkelijkheid. Vriend en vijand ervoeren de wording van het arrestatiebevel als een haastklus. Dat dit ten koste van de zorgvuldigheid is gegaan, is duidelijk. Korthals liet zich in oktober ontvallen dat de ontwikkeling van het arrestatiebevel «eigenlijk diepgaand overleg en tijd voor bezinning» vroeg, maar dat daar om politieke redenen geen tijd voor was. De Europese regeringsleiders hadden immers na 11 september besloten dat er snel een pakket antiterreurwetgeving moest komen, waar het arrestatiebevel onderdeel van is. Pas later werd het pakket uitgebreid met misdrijven die niets met terreur te maken hebben, zoals handel in groeihormonen, gestolen kunst, illegale cd’s en bedreigde diersoorten, misdrijven die nu eenmaal op verschillende nationale verlanglijstjes voorkwamen.

Bij het invoeren van dit soort Europees-brede wetgeving is zorgvuldigheid van groot belang. Het vraagt om begrip voor en vertrouwen in de verschillende Europese rechtssystemen. Het Nederlandse vasthouden aan eigen verworvenheden en de capriolen van de Italiaanse premier tonen dat die er voor Europa nog niet vanzelfsprekend zijn. De pretentie van een grote mate van gelijkheid in de EU is nog steeds een fictie. Een gelijkheid die, vijftig jaar na het begin van het Europese proces van eenwording, in de praktijk eenvoudigweg nog niet is gerealiseerd.