Kostbaar

De PVV wil graag weten wat de nettowaarde van een niet-westerse immigrant in Nederland is. Het kabinet stelt voorop dat iedereen waardevol is, migrant of niet.

IN DE VERENIGDE STATEN wordt het hard gespeeld. Ga eens naar de website van Immigration Counters. Daar zie je de teller die bijhoudt wat illegale immigratie de Amerikaanse sociale zekerheid sinds 1996 heeft gekost voor je ogen oplopen. Begin deze week stond die teller op ruim 397 miljard dollar. Ook is uitgerekend hoeveel illegale kinderen er op scholen zitten, hoeveel banen er door illegalen worden ingenomen en hoeveel illegaal verdiende dollars er worden overgemaakt naar een land als Mexico. Immigration Counters maakt er ook geen geheim van wat ze wil bereiken: een einde aan de illegale immigratie.
In de staat Californië, zo failliet dat zelfs een vrolijk politicus als CDA-staatssecretaris van Financiën Jan Kees de Jager er slapeloze nachten van zou krijgen, is een felle discussie losgebrand over de vraag of er – juist vanwege die grote schulden – niet gekort moet worden op de hulp aan in de VS geboren kinderen van illegale immigranten.
Ja, maar dat gaat over illegalen, zult u zeggen, wij hebben het hier naar aanleiding van de vragen van de PVV toch over legale migranten?
De Amerikaanse econoom Edwin S. Rubinstein heeft vorig jaar berekend wat illegale én legale immigratie de Amerikaanse belastingbetaler netto kost. Hij kwam op een totaal van 346 miljard dollar in 2007. Om dat bedrag bevattelijker te maken heeft Rubinstein het ook uitgesplitst: één immigrant kostte de belastingbetaler dat jaar negenduizend euro, een immigrant die een partner en twee kinderen meebrengt 36.000 dollar. In weer een andere studie heeft Rubinstein uitgerekend wat de kosten van diversiteit zijn en prijskaartjes gehangen aan blanken, zwarten, Hispanics en Aziatische immigranten. Zijn slotsom: ‘Immigration’s bottom line: a loss.’ Mocht de econoom er zelf geen politieke agenda mee hebben, zijn cijfers zijn wel onmiddellijk gebruikt door mensen die ze goed uitkwamen.
Vooral in zijn studie The Cost of Diversity is het even schrikken als je al die rijtjes ziet staan. Dat zijn wij in Nederland niet gewend. Positieve discriminatie, bijvoorbeeld, ten faveure van een Aziatisch gezin kostte in 2007 volgens Rubinstein netto gemiddeld ruim veertigduizend dollar, terwijl dit soort positieve acties een blank gezin volgens hem juist ruim 24.000 dollar kostte.
Wij vinden het al gauw moreel verwerpelijk om zo opzichtig prijskaartjes te hangen aan immigranten, of zoals het kabinet dat in antwoord op de vele vragen van Geert Wilders’ PVV schreef: ‘Hun aanwezigheid laat zich niet reduceren tot een simpele optel- en aftreksom langs de meetlat van de euro.’
De PVV wilde weten hoe kostbaar een hier reeds aanwezige niet-westerse immigrant is, maar het kabinet vindt de sociale samenhang daarvoor te kostbaar. De PVV is op zoek naar de nettowaarde van een niet-westerse immigrant, het kabinet stelt voorop dat iedereen waardevol is, migrant of niet. Natuurlijk wil de PVV politiek voeren met de prijskaartjes, het kabinet zegt feitelijk daar principieel niet aan mee te willen doen. Het is de intentie van de PVV die het kabinet het zwaarst heeft laten wegen. Je zou kunnen zeggen dat de bal hard is teruggespeeld.
Maar dat wil niet zeggen dat in Nederland bij immigratievraagstukken kosten geen rol zouden spelen. Toen begin jaren negentig voor het eerst inkomenseisen werden gesteld aan gezinsmigratie was dat juist om ervoor te zorgen dat overkomende partners en kinderen minder op kosten van de staat gingen leven en meer op die van de persoon die hen liet overkomen. Dat ging toen politiek gezien niet zonder slag of stoot. Het CDA werd hevig aangevallen, omdat de partij van het gezin met de inkomenseis gezinshereniging of gezinsvorming bemoeilijkte. Maar inmiddels zijn die inkomenseisen alweer verhoogd, om kosten te besparen, en dat ging met minder politiek rumoer gepaard.
Ook toen begin deze eeuw steeds meer stemmen opgingen om het toekomstige tekort aan arbeidskrachten op te vangen met migranten is uitgerekend of dit uiteindelijk financieel een goede zet zou zijn. Het Centraal Plan Bureau ging daarvoor aan de slag en kwam in 2003 met de conclusie dat immigratie op grote schaal niet effectief is tegen de vergrijzing: het zou geen gunstig effect hebben op het inkomen van de reeds aanwezige burgers en ook niet op de collectieve financiën.
Niemand vond die studie krenkend, integendeel, prima dat het CPB aan het rekenen sloeg. Tenslotte zijn er ook altijd belanghebbenden die beweren dat migratie juist goed is. Wat precies met goed wordt bedoeld is dan niet altijd duidelijk, dus is het voor een open discussie handig dat er ook cijfers zijn over de gevolgen voor de collectieve portemonnee. Dan is het vervolgens een politieke beslissing of dat aspect een doorslaggevende rol speelt.
Volgens het CPB zou een immigrant die op zijn 25ste naar Nederland komt over zijn gehele levensloop per saldo gemiddeld 43.000 euro kosten, zo’n drieduizend euro per verblijfsjaar. Waar het CPB nog aan toevoegde dat ‘de praktijk leert dat niet-westerse arbeidsmigranten het thans gemiddeld slechter doen op de arbeidsmarkt dan Nederlanders’.
Hoewel de berekende kosten dus gingen over nieuwe migranten, zat in die laatste opmerking een waarschuwing besloten die is gebaseerd op de huidige, al aanwezige niet-westerse migranten: pas op, die zijn vaker dan gemiddeld werkloos en kosten de samenleving dus gemiddeld meer geld.
Het is ook niet voor niks dat voorstanders van nieuwe migratie het tegenwoordig vooral hebben over kennismigranten. Het woord staat in het regeerakkoord van CDA, PVDA en ChristenUnie, ook D66 bezigt het graag. In dat woord ligt niet alleen besloten dat het hogeropgeleiden moeten zijn, maar ook dat het mensen moeten zijn die de gemeenschap geld opleveren. Zo principieel is de weerzin tegen een kostenplaatje dus niet.