De Engelse monarchie: voordeel van de twijfel

Kostuumsoap

De flegmatieke Engelsen feesten niet zoals Nederlanders tijdens Koninginnedag, maar tegelijkertijd hoeft Elizabeth zich minder zorgen te maken dan Beatrix over republikeinse rancune van intellectueel links en populistisch rechts.

IN DE AANLOOP naar de bruiloft van William Arthur Philip Louis Windsor en Catherine Elizabeth Middleton hebben enkele bladen hun best gedaan om een debat over de monarchie aan te zwengelen. Waar koningsgezinde kranten als The Daily Mail en The Daily Telegraph (‘Ye Olde Tudorgraph’) kolommen vol schreven over huwelijksmaal, huwelijksmuziek en huwelijkscouture, daar stelden het arbeideristische ochtendblad The Daily Mirror en het progressieve maandblad Prospect de vraag of de Britten nog wel een monarchie willen. Bij vrijwel elke peiling luidt het antwoord: 'Ja’. Alleen onder een onvervalst progressief lezerspubliek is er een nipte meerderheid die liever in een Verenigde Republiek leeft. En dat terwijl het koningshuis een van de weinige onderdelen van het oude Engeland is dat nog in redelijke gezondheid verkeert. The House of Lords is in de afgelopen jaren onherstelbaar beschadigd, de common law staat onder toenemende druk van de continentale rechtspraak en het wereldrijk is gereduceerd tot een apenrots, maar The House of Windsor gaat moedig voorwaarts, al moet de koningin zo nu en dan concessies doen aan de moderne tijd, zoals het opzetten van een Facebook-pagina en het reizen met de 10.45 van King’s Cross naar kasteel Sandringham. Dat laatste ging wel eerste klas, wat evenwel nauwelijks een troost mag heten in het Engelse spoorwegsysteem.
Opiniepeilingen zijn zelfs gehouden na het jongste schandaal, ditmaal omtrent prins Andrew, de hertog van York en lievelingszoon van Elizabeth. Eerst bleek uit WikiLeaks dat hij in zijn rol als handelsvertegenwoordiger op de tere zieltjes van de Amerikaanse diplomaten was gaan staan door diverse westerse regeringen, Fransen en nieuwsgierige journalisten met grof taalgebruik te beledigen. Vervolgens werd bekend dat 'Air Miles Andy’ nonchalant met belastinggeld was omgegaan en dat Jeffrey Epstein, een Amerikaanse miljonair die is veroordeeld voor seks met minderjarige meisjes, hem vijftienduizend dollar had geschonken om de schuldenlast van zijn ex, Sarah Ferguson, te verlichten.
Echter, schandalen vormen zelden een directe bedreiging. 'De kroon heeft’, zo schreef Simon Jenkins in Prospect, 'de krankzinnigheid van George III overleefd, de obsceniteiten van George IV, het overspel van Edward VII en de huwelijksperikelen van Edward VIII.’ Meer recentelijk heeft Elizabeth de massahysterie na de dood van Diana doorstaan, waarbij ze hulp kreeg van Tony Blair. Net als in Nederland zijn het altijd progressieve premiers die het koningshuis op cruciale momenten redden. Dat de afbeelding van Hare Majesteit nog steeds op de postzegels prijkt, is bijvoorbeeld te danken aan Harold Wilson. Nadat zijn republikeinse minister voor Koninklijke Posterijen Tony Benn de koningin had laten weten met nieuwe postzegels te komen - een eigentijds ontwerp met hamer en sikkel waarschijnlijk - was een discreet telefoontje naar 10 Downing Street genoeg om dit filatelistische vandalisme een halt toe te roepen.
Afgezien van de kleine volksopstand in 1997 hebben de Windsors nooit last gehad van populistisch ressentiment. Anders dan de PVV is haar Britse evenknie, de UKIP, koningsgezind. Van oudsher oefent vooral de linkse intelligentsia kritiek uit op de constitutionele monarchie, dit als onderdeel van het bredere onbehagen jegens alles wat te maken heeft met het nationale erfgoed. Engeland is het enige land waar de intellectuelen zich schamen voor hun nationaliteit, beweerde George Orwell al in zijn essay The Lion and the Unicorn, om iets verderop te stellen dat zij liever uit een collectebus jatten dan dat ze opstaan bij de eerste tonen van God Save the King. De laatste jaren lijkt de afkeer uit deze hoek te zijn verminderd. Het was nota bene de als progressief bekend staande Stephen Frears die met The Queen een film maakte waar de vorstin veel plezier aan moet hebben beleefd. Op zijn beurt sprak de hoogbejaarde historicus Eric Hobsbawm, ooit een pleitbezorger van Joseph Stalin, met genegenheid over het koningshuis. Het schrikbeeld van Thatcher, Blair of een carrièrejagende non-entiteit als staatshoofd was daarbij een doorslaggevende overweging.

REPUBLIKEINSE opinieleiders als de schrijver Will Self, de salonsocialiste Polly Toynbee en de intellectuele kameleon Christopher Hitchens gebruiken de klassieke argumenten tegen de monarchie. Natuurlijk is daar de ongerijmdheid van een erfelijk staatshoofd. Theoretisch gezien hebben de republikeinen daarin alle gelijk van de wereld, maar ze lopen stuk op het typisch Britse argument dat wat niet stuk is geen reparatie behoeft. De constitutionele monarchie fungeert naar behoren in het Verenigd Koninkrijk. Voorstanders wijzen op het belang van een apolitiek staatshoofd. Het is een van de laatste gebieden binnen de samenleving die nog niet door politiek gekissebis geïnfecteerd zijn. Immers, alles is inmiddels gepolitiseerd, van het onderwijs tot de gezondheidszorg, van de rechtspraak tot het openbaar vervoer, met alle ellende van dien. Self voegde eraan toe dat de monarchie zorgt voor een infantilisering van de samenleving, maar dat een republiek daar geen waarborg tegen is - dat bewijzen de Verenigde Staten van Amerika.
Bijkomend probleem voor de voorstanders van de republiek is dat het Verenigd Koninkrijk, anders dan Nederland, geen goede herinneringen koestert aan het republikanisme. De enige ervaring is het bewind van Oliver Cromwell, een onrustige tijd omdat al snel allerlei krachten aanstuurden op de omzetting van zijn protectoraat in een constitutionele monarchie. Het probleem zat vooral in het gebrek aan legitimiteit in de ogen van de bevolking: men wilde eigenlijk wel een koning, maar dan een die rekening hield met zijn onderdanen. Ervaringen uit de tweede hand hadden de Britten na de bloederige Franse Revolutie. Van oudsher zijn de Britten beter in evolutie dan in revolutie. Uit lijfsbehoud hebben aristocraten en vorsten altijd het belang ingezien van geleidelijke veranderingen, het met de tijd meegaan. Zo kan het gebeuren dat prins Charles een van de voornaamste pleitbezorgers is van de gematigde islam, zijn schoonzus zich in het openbaar haar tenen liet afsabbelen door een toyboy en dat zijn vader reeds in de jaren zestig pleitte voor een milieuvriendelijk bestaan. Queen-gitarist Brian May mocht een gitaarsolo spelen op het dak van Buckingham Palace. Op haar beurt is de koningin, die haar cornflakes in tupperware-bakjes bewaart en voor het slapen gaan controleert of alle lichten uit zijn, zuinig met geld. Vooral dat laatste is belangrijk met het oog op het kruideniersargument dat het koningshuis veel geld kost. Wat de Windsors betreft gaat het om 39 miljoen pond per jaar, ongeveer evenveel als de Equality & Human Rights Commission. Anders dan de genoemde quango levert het koningshuis ook geld op. Dat zal de komende jaren slechts lucratiever worden door de toename van het aantal toeristen uit Azië, waar niet alleen Manchester United maar ook het Britse vorstenhuis vele liefhebbers kent. Eilandbewoners van Vanuatu beschouwen prins Philip zelfs als een god.

DE MEESTE hinder ondervinden de republikeinen van een diepgewortelde luiheid en liefde voor gewoonten bij hun landgenoten. Het koningshuis straalt iets vertrouwds uit, net als thee in de melk, een cricketwedstrijd op het dorpsveld en verkeerde weersvoorspellingen. Voor veel Britten houdt het koningshuis het midden tussen een kostuumdrama, een realityshow en een soapserie, waarbij het geen toeval is dat de bekendste soapactrice van het land Barbara Windsor heet, Peggy uit Eastenders voor de liefhebbers (onder wie de vorstin zelf). De leden van de koninklijke familie vormen een licht excentrieke droombezetting, wier optredens dagelijks vermeld staan in de hofberichten van The Times en The Daily Telegraph. Als patriarch is daar prins Philip: geestig, politiek-incorrect en charmant zodra er vrouwelijk schoon van het kaliber Carla Bruni in zijn oogveld verschijnt. Zijn grote levenstrauma is het opgeven van zijn achternaam Mountbatten toen hij met 'Lilibet’ trouwde. De vier koningskinderen hebben in de afgelopen decennia voor het nodige volksvermaak gezorgd. Neem de enige dochter, de 'horsey’ prinses Anne, die ooit 'Not bloody likely!’ riep toen een gewapende ontvoerder haar sommeerde de auto te verlaten. Deze daad inspireerde uiteenlopende schrijvers als Tom Clancy en Antonia Fraser.
Het personage met de meeste diepgang is ongetwijfeld de troonopvolger prins Charles. Vanuit de koninklijke wachtkamer strijdt hij voor een betere wereld, om te beginnen met klassieke architectuur, biologische landbouw en bescherming van inheemse eekhoorns. Na de Diana-episode kon hij eindelijk trouwen met zijn grote liefde Camilla Parker-Bowles, wier zorgen des levens niet veel verder reiken dan de vraag wat de beste manier is om labradorharen van de sofa’s te verwijderen. Haar stiefzonen zorgen eveneens voor enkele mooie verhaallijnen, het feestbeest Harry met zijn Wehrmacht-uniform en de rustige William die zijn bescheiden bijdrage aan de sociale mobiliteit levert door met een burgermeisje te trouwen. Onvergetelijk waren de rollen van de innemende Queen Mum en haar dochter Margaret, die niet met haar grote liefde mocht trouwen en vervolgens besloot haar leven te delen met de society-fotograaf en playboy Anthony Armstrong-Jones. Onder hun hoede veranderde Kensington Palace tijdens de jaren zestig in een sociëteit voor het artistieke establishment, van Mick Jagger tot Peter Sellers.
Echter, de voornaamste reden dat de Britse monarchie zo veel gedoogsteun geniet is de hoofdrolspeelster. Vanuit Buckingham Palace en alle buitenhuizen heeft Elizabeth de naoorlogse geschiedenis aan zich voorbij zien trekken: van de Suez-crisis tot de Irak-invasie, van de Profumo-affaire tot het buitechtelijke avontuur van John Major, van de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal tot de crisis van de eurozone, van de eerste elpee van The Beatles tot de hit Anarchy in the UK van de Sex Pistols, van Stalin tot Poetin, van Morris Minor tot Toyota Prius, van Stiff Upper Lip tot siliconenlippen, van de ingetogen uitvaart van Winston Churchill tot het optreden van Elton John bij de staatsbegrafenis van haar schoondochter, de zogeheten People’s Princess. Ze heeft iedere Britse premier sinds Churchill geadviseerd, aangemoedigd en gewaarschuwd, de drie taken die ze als vorstin heeft. Een koninklijke hagiograaf omschreef haar dan ook als een pr-bureau voor het kabinet.
Terwijl de Britse maatschappij in al die zes decennia een metamorfose heeft ondergaan, is de koningin hetzelfde gebleven, hoeveel kritiek of lof ze ook kreeg. Voor haar zijn de jaren vijftig nooit echt geëindigd: een tijd van zuinigheid, bescheidenheid en voorkomendheid. Waar de mondige burger het dezer dagen heeft over zijn of haar rechten staat voor de koningin het plichtsbesef voorop. Voor haar is de monarchie dan ook meer dan een soap opera. Ze is altijd blijven geloven in het ouderwetse idee van goed burgerschap.
Gevraagd naar het belangrijkste onderdeel van haar functie antwoordde ze ooit: onderscheidingen. Een paar weken per jaar beperkt de koningin haar wandelingen met de corgi’s of paardentochten (zonder helm) om zich te verdiepen in de achtergronden van de verpleegsters, veldmaarschalken en verenigingsbestuurders die vanwege hun maatschappelijke verdiensten een lintje krijgen. Ze geloofde in de big society voordat de hedendaagse generatie Conservatieve patriciërs erover begon te preken.
Zelfs doorgewinterde republikeinen spreken met respect over de manier waarop de 86-jarige Elizabeth, die intelligent is zonder intellectueel te zijn, haar rol al bijna zestig jaar uitoefent en dat tot haar dood zal blijven doen. Instemming op lange termijn acht ze van groter belang dan vluchtige populariteit, een stoïcijnse houding waar veel politici van zouden kunnen leren. Zeker sinds de jongste politieke schandalen geniet ze meer waardering dan de gekozen volksvertegenwoordigers. Vooral de wetenschap dat hun politieke leiders eens per week een nederige kniebuiging moeten maken voor de vorstin is al reden genoeg om deze anachronistische staatsvorm het voordeel van de twijfel te geven.


Zweden, eindelijk de eerste vrouw
Het Zweedse koningschap is puur ceremonieel. Koning Carl Gustaf is staatshoofd, maar heeft geen officiële politieke invloed. Hij opent in september het parlementaire jaar en ontvangt diplomaten, maar speelt geen rol in het formatieproces van de regering.
De monarchie staat niet ter discussie. ‘Er zijn wel wat partijen voor afschaffing, omdat ze erfelijke opvolging achterhaald vinden. Maar het koningshuis wordt vooral als representant van het land en als economisch waardevol beschouwd’, zegt Astrid Surmatz, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam.
Hoewel er doorgaans weinig incidenten rondom het koningshuis zijn, verscheen vorig jaar een boek over de huidige vorst, waarin zijn vermeende seksuele affaires werden uitgemeten, en trad zijn dochter en troonopvolgster Victoria in het huwelijk met een eigenaar van fitnesscentra. Net als haar vader trouwde ze met een burger. ‘De ophef die daarover ontstond leidde tot veel onbegrip. Zweden vinden dat je moet trouwen met de man van je hart’, aldus Surmatz.
Tot de geboorte van prinses Victoria waren mannen de eerste in lijn van troonopvolging. Carl Gustaf werd troonopvolger in plaats van een van zijn oudere zussen. Bij de geboorte van Victoria werd de wet aangepast. Zij zal de eerste koningin worden die ook een broer heeft. Surmatz: ‘Die verandering was voor Zweden een teken dat ook de monarchie moderniseert. En hoewel Carl Gustaf voorstander was van de oude regel heeft hij inmiddels aangegeven alle vertrouwen te hebben in zijn dochter.’
De Nederlandse koninklijke familie heeft goede banden met het Zweedse koningshuis. De overgrootmoeder van Carl Gustaf was de zus van koningin Emma. Prinses Amalia was bruidsmeisje op Victoria’s bruiloft. JOSIA TANASALE


België, oppassen voor nationalisten
Er is geen koning van België; er is alleen een koning der Belgen, het staatshoofd van de enige constitutionele volksmonarchie ter wereld. Hij zit op zijn troon bij de gratie volks, niet Gods, en heeft geen enkele politieke verantwoordelijkheid – een zeer democratische gedachte in de reactionaire jaren 1830.
De rol van de koning is sindsdien weinig veranderd. Hij benoemt en ontslaat de ministers en zet zijn handtekening onder goedgekeurde wetten. Doet hij dat niet, zoals koning Boudewijn begin jaren 1990 met de abortuswet, dan zoekt de politiek naar een oplossing. Die verklaarde dat Boudewijn ‘in de onmogelijkheid [was] te regeren’, zoals is voorzien in de grondwet, publiceerde de wet in het Belgisch Staatsblad, en verklaarde de koning twee dagen later weer gezond.
De meeste macht heeft de koning tijdens de regeringsformatie. Hij heeft dus een druk jaar achter de rug – en wellicht ook voor de boeg. Hij neemt het initiatief door een informateur aan te stellen (of een preformateur, een verduidelijker, een bemiddelaar, of, de laatste variant, een onderhandelaar). Hij houdt de regie in handen tot er een regering is gevormd.
Het is een rol die vooral de Vlaamse nationalisten niet waarderen. Zij verdenken het koningshuis ervan aan de Franstalige kant te staan. Zij riepen ook het hardst om herziening van de gulle zakgeldregelingen toen prins Laurent, de jongste zoon van de koning, weer eens een diplomatieke blunder beging.
De toekomst van de Belgische monarchie is alles behalve zeker. Die staat of valt niet alleen met het voortbestaan van het land; ze kijkt hoe dan ook met lede ogen naar de spectaculaire opkomst van de Vlaamse nationalisten, enthousiaste republikeinen. PHILIP EBELS


Noorwegen, geheimzinnig gedoe
Het huidige Noorse koningschap is relatief jong. Voor 1900 hebben diverse Zweden, Denen en Noren op de troon gezeten. Na de breuk van het toenmalige Zweden-Noorwegen – dat een Zweedse koning, maar twee parlementen had – schreef het Noorse parlement in 1905 een ‘volksstemming’ uit over de vraag of het een republiek of monarchie moest vormen. De Noren kozen het laatste en dus kwam een Deense prins op de troon te zitten. Hij werd gekroond tot koning Haakon VII, de huidige koning Harald V is zijn kleinzoon.
De koning is formeel staatshoofd en hoofd van de lutherse kerk, maar zijn politieke invloed is met name informeel en daarom enigszins omstreden. De financiering van het koningshuis is ondoorzichtig verdeeld over de rijksbegroting en de persoonlijke financiële situatie van de koning is geheim. Zowel de verandering binnen ‘Det Kongelige Hus’ als de maatschappelijke teneur eromheen lijkt sterk op die van Nederland. Waar de koning in 1968 met een burgermeisje trouwde (schande!), is de kroonprins in 2001 getrouwd met een gescheiden burgervrouw die een zoon met zich meebracht en van wie de ex veroordeeld is voor drugsgebruik. Daarop ontstond rumoer in de media, maar die heeft de kersverse prinses koninklijk weg weten te wuiven. Dat de kroonprins ‘zo gewoon’ is vinden de Noren niet erg, maar hij moet zich bewust zijn van zijn verantwoordelijkheden. Dat hij meende net als alle Noren recht te hebben op vrije weekenden ging de meesten toch echt te ver. MAARTEN KLAASSEN


Spanje, debat is taboe
Volgens de grondwet van 1978 is Spanje een parlementaire monarchie. De functie van koning Juan Carlos als staatshoofd is dus voornamelijk symbolisch en ceremonieel. Toch heeft hij ook wezenlijke politieke macht. Na verkiezingen draagt hij de nieuwe premier voor.
Juan Carlos I kwam in 1975 aan de macht. Hij was – in tegenstelling tot zijn vader – een trouw aanhanger van het fascistische regime van generaal Franco, een trouw die de dictator beloonde door aan het eind van zijn leven de monarchie te herstellen en Juan Carlos op de troon te zetten.
Voor veel Spanjaarden was de monarchie daardoor een besmette instelling, hoezeer de grondwet van 1978 daar achteraf ook een democratisch sausje overheen goot. Ook de persoon van Juan Carlos was omstreden. Toen hij achttien was had hij tijdens de paasvakantie zijn vier jaar jongere broertje doodgeschoten terwijl ze aan het spelen waren in het ouderlijk huis. Per ongeluk, volgens de officiële versie. Toch was Juan Carlos als student aan de militaire academie bekend met vuurwapens. Twijfels bleven bestaan, ook bij de vader van Juan Carlos. Dat er nooit een onderzoek geweest is naar de toedracht hielp niet mee om die twijfels weg te nemen.
In de politiek en de media is een debat over het koningshuis zo goed als taboe.
Een documentaire van de Catalaanse publieke omroep over de kwestie republiek of monarchie werd onlangs afgeblazen. Op de website van de omroep kon gestemd worden over de vraag welke staatsvorm de voorkeur verdiende. Toen bleek dat de republikeinen in aantal de koningsgezinden rap overtroffen werd de poll snel van de site gehaald.
Het is vraag of de Spaanse monarchie bestand zal zijn tegen een aanstaande machtsoverdracht. Koning Juan Carlos is met zijn wat volkse stijl charismatisch, kroonprins Felipe steekt daarbij af als een stijve en kleurloze figuur. Tekenend in dit verband is een uitspraak waar veel Spanjaarden zich in herkennen: ik ben geen monarchist, ik ben juancarlist. LEX RIETMAN