Griekenland: Oude of nieuwe politiek op Hydra?

‘Kou-kou-dá-kis, Kou-kou-dá-kis!’

Tegelijkmet de Europese verkiezingen konden de Grieken burgemeesters kiezen. Op het eiland Hydra streden een oude niet-corrupte technocraat en een jonge sjoemelaar om het hoogste ambt. ‘Wat in Griekenland in het groot gebeurde, gebeurde hier in het klein.’

Medium hh 22018232

‘Het probleem is dat de mensen hier nog steeds dol zijn op de vorige burgemeester, terwijl iedereen zegt dat hij corrupt is, en dat niemand écht van de huidige burgemeester houdt, terwijl hij als super integer bekend staat’, filosofeert James, een van de vele expats die al decennia op Hydra wonen. Omdat hij een huis op Hydra bezit, mag hij ook stemmen. Hij zit op zijn vaste plek op het terras van The Pirate Bar, verzamelplek van iedereen die er op het eiland toe doet. Het is de week vóór de eerste ronde van de Griekse gemeenteverkiezingen, de belangrijkste van de laatste vijftig jaar: alles hangt in de toekomst af van de kracht van lokale politici, want van de straatarme overheid in Athene hoeven de Grieken in deze jaren van crisis niets meer te verwachten. Alleen nog meer bezuinigingen, nog hogere belastingen en nog lagere lonen.

De vorige burgemeester Kostas Anastopoulos is ooit maar liefst vier keer achter elkaar gekozen en zestien jaar lang burgemeester van Hydra geweest, een beeldschoon, volledig auto- en brommerloos eilandje op anderhalf uur varen met de draagvleugelboot van Athene, tegenover het zuidelijke deel van de Peloponnesos. Het pittoreske hoofddorpje van het eland heet ook Hydra.

Bij de gemeenteverkiezingen van oktober 2010 kwam Anastopoulos zelfs voor de vijfde keer als winnaar uit de bus. Maar zijn toenmalige rivaal, de huidige burgemeester Angelos Kotronis, een oude, aristocratische architect, vertrouwde de uitkomst niet. Na een juridische procedure liet hij de stemmen van de 2500 eilandbewoners nog een keer tellen. Hij kreeg gelijk: na twee maanden van onzekerheid werd hij met een minimale voorsprong alsnog burgemeester. Het was het begin van de economische crisis, en meteen het definitieve einde van de heerschappij van Anastopoulos. Hij was behalve burgemeester ook de accountant van de meeste aannemers, horecagelegenheden en winkeleigenaren op het eiland.

‘Dat was een duivelse combinatie’, zegt Kostas, een werkloze bouwvakker die nu met een beetje vissen het hoofd net boven water houdt. ‘Anastopoulos wist van bijna iedereen wat er belastingtechnisch niet klopte, en hielp daarbij. Dáárom stemde iedereen iedere keer weer op hem. Eigenlijk was het hele eiland medeplichtig aan wat er allemaal is misgegaan in zijn tijd. Wat in Griekenland in het groot gebeurde, gebeurde hier in het klein.’ Kostas doelt daarmee op het verrotte systeem van cliëntelisme dat Griekenland decennialang in zijn greep had: het verlenen van diensten door politici in ruil voor stemmen en steun. Daar komt nu, dankzij de crisis, langzaam verandering in. Anastopoulos stelde zich dit jaar niet opnieuw verkiesbaar. Rechtszaken wegens corruptie zouden de reden zijn.

‘De zittende burgemeester Kotronis is afstandelijk, gereserveerd. Hij komt kil en arrogant over, daar zijn Hydrioten allergisch voor’, verduidelijkt James. ‘Anastopoulos klopt iedereen op de schouder, noemt jan en alleman “schatje”, deelt kushandjes uit, komt bij je kind op bezoek in het ziekenhuis en gaat naar de begrafenis van je opa. Dan kun je doen wat je wilt, de mensen kirren van plezier.’ Wat heeft hij dan gedaan? Dat weet James niet precies. ‘Heel veel’, zegt de ober van de bar. De stamgasten knikken.

Burgemeester zijn van Hydra is hoe dan ook geen sinecure. De Griekse overheid heeft heel het eiland tot ‘cultureel monument’ verklaard en het ministerie van Cultuur bepaalt vanuit Athene wat wel en wat niet mag. Er mag vooral heel veel niet: je mag alleen bouwen op een plek waar een ruïne is, huizen mogen aan de buitenkant alleen met met de hand gehouwen stenen bekleed zijn, metalen raamkozijnen en zonnepanelen zijn verboden, de houten ramen en deuren mogen alleen in bepaalde kleuren geschilderd worden, airco’s mogen niet zichtbaar zijn, je mag zelfs binnen in je huis niets veranderen zonder toestemming van het ministerie. Alles moet met ezels vervoerd worden, bouwmaterialen alleen ’s ochtends vroeg. Modernisering en ontwikkeling van grote projecten zoals ontzouting van zeewater, riolering en vuilnisverwerking zijn schier onmogelijk.

Hydra is volledig afhankelijk van toerisme, de bouw en rijke expats met grote huizen. Daarom is het zwaar getroffen door de crisis. Het toerisme is meer dan waar ook afgenomen, omdat Hydra relatief duur is. Er is geen vliegveld. Tickets van de draagvleugelboot zijn belachelijk duur – een ramp voor de bewoners, zeker voor de oudjes die sinds drie jaar met de helft van hun voormalige pensioen moeten rondkomen, soms niet meer dan 320 euro per maand. Buitenlanders gaan met charters naar het veel goedkopere Kreta of Rhodos. Door de crisis is het aantal toeristen in Athene met meer dan de helft afgenomen. En de bouw ligt zo goed als stil. Omdat er geen autowegen zijn, moet al het bouwmateriaal – cement, stenen, kozijnen, deurposten – eerst van Athene of de Peloponnesos komen en vervolgens met ezels vervoerd worden. Te duur in deze tijden van crisis.

In heel Griekenland zitten 350.000 huishoudens zonder stroom omdat ze de elektriciteitsrekening niet meer kunnen betalen. Op Hydra zijn tachtig mensen op of net onder de armoedegrens gekomen. De solidariteit is groot. Mensen geven elkaar te eten en de gemeente voorkomt dat de stroom van wie het niet meer kan opbrengen wordt afgesloten, een van de ‘goede crisisdaden’ van de zittende burgemeester Kotronis.

Het is niet eenvoudig om uit te vinden wat Kotronis drieënhalf jaar geleden van zijn schouderkloppende voorganger heeft geërfd. Maar iedereen zegt: het was een zooitje. En daar kwam het uitbreken van de crisis nog eens bij. De gemeente had een schuld van 3,5 miljoen euro – twee miljoen aan de waterleverancier aan de overkant op de Peloponnesos. Hydra betekent ‘uit het water geboren’. Ooit verschaften een paar natuurlijke waterbronnen heerlijk zoet water aan de mensen op het eiland. Maar de Hydrioten legden bij gebrek aan een behoorlijk rioleringssysteem overal kriskras, al dan niet legaal, septische tanks aan, terwijl oud-burgemeester Anastopoulos een paar keer subsidie van de EU kreeg voor een nieuwe riolering. Buren hebben voortdurend ruzie met elkaar omdat de ene illegaal aangelegde tank of het ene stiekem ’s nachts gegraven gat overloopt in het andere. Omdat het meestal illegaal is, kan niemand naar de rechter. De bewoners vervuilden op die manier collectief hun kristalheldere grondwater.

Sinds veertig jaar wordt zoet water drie keer per dag met een grote boot naar het eiland gebracht. Dat water is bijna duurder dan olijfolie, absoluut niet te drinken, zelfs niet geschikt om je tanden mee te poetsen. Soms ruikt het naar petroleum. Water – alsmede het afval van de miljoenen plastic flessen mineraalwater – is zolang de bewoners zich kunnen heugen de achilleshiel en nachtmerrie van het eiland. Dorpelingen fluisteren dat Anastopoulos met het aankopen van water van de overkant ook een graantje meepikte en daarom niet gemotiveerd was om er een eind aan te maken. Is het niet de verdienste van Kotronis dat hij in no time de schuld heeft weggewerkt en dat hij een contract heeft weten te sluiten met een gerenommeerd bedrijf dat zeewater ontzout? Onlangs kwamen ’s avonds laat met veel tamtam de machines voor het Grote Ontzouten aan. Kotronis en zijn team stonden te glunderen in de haven. Maar het circus werd met gemengde gevoelens bekeken. Waarom nu, zo vlak voor de verkiezingen? ‘De zoveelste verkiezingsstunt’, verzuchtte een omstander.

‘Ach, dit soort dingen doen ze allemaal’, schampert Zoi, eigenares van een bescheiden pension in Kamini, het volgende dorpje rondom het volgende minuscule haventje. In Hydra is inmiddels een centraal rioleringssysteem, in Kamini nog niet. ‘Iedere keer als er verkiezingen zijn, gooien ze hier de straten open en doen ze of er een rioleringsbuis wordt aangelegd. Na de verkiezingen gaat alles weer dicht en gebeurt er niks meer.’ Zoi heeft nauwelijks reserveringen voor deze zomer. Zij en haar dochter slikken kalmeringsmiddelen en antidepressiva: de dagelijkse stress is te groot. Uit nood heeft ze een paar kamers verhuurd aan illegale Pakistanen uit Athene die ook hier geen werk vinden en daardoor een huurachterstand hebben. Zoi kan het niet over haar hart verkrijgen om ze op straat te zetten, terwijl ze door hen nu ook haar elektriciteitsrekening niet kan betalen.

‘Het is makkelijk om mij van alles de schuld te geven, maar het zijn de regels van het ministerie die de wet voorschrijven, niet ik’

Voor de eerste ronde zijn er drie burgemeesterskandidaten. Ten eerste de zittende Angelos Kotronis (71). Hij is onafhankelijk, maar verbonden met de kerk. Er wordt gefluisterd dat hij als jongeman met de junta sympathiseerde. Kotronis lijdt aan een hartkwaal. Ten tweede is er de jonge wolf Giorgos Koukoudakis (36), zoon van een lokale groenteboer, ook onafhankelijk, maar iedereen weet: hij heeft sterke banden met de traditionele Nea Demokratia (ND), de rechtse regeringspartij van de huidige coalitie. Hij presenteert zich als de nieuwe generatie, maar het halve dorp roddelt dat juist híj op een ouderwetse manier politiek bedrijft: cliëntelistisch. Hij zou voor de stemmen van twee hele familieclans voor een vrouw op Hydra geregeld hebben dat haar zoon op een universiteit in Athene kan studeren, en voor een andere vrouw dat haar zoon in militaire dienst van de grens met Turkije naar Athene is overgeplaatst.

De minste kanshebber is Manolis Tsakiris (69), eveneens onafhankelijk maar duidelijk links georiënteerd, voorzitter van de Ecologische Vereniging van Hydra, schrijver en dichter, oud-adviseur van de premier voor cultuurzaken en gepensioneerd executive van de Griekse Nationale Bank. Hij zou iedereen die zich niet aan de wurgende regels van het ministerie van Cultuur houdt met processen en rechtszaken het vuur na aan de schenen leggen. Mensen die illegaal een balkonnetje hebben gerestaureerd of een pergola (verboden, maar Hydra staat er vol mee) hebben gebouwd sidderen voor hem.

In het gemeentehuis – de romantiek van vergane glorie druipt ervan af – zit Angelos Kotronis niet in de kamer waar zijn voorganger zestien jaar lang zat, maar in wat vroeger de vergaderzaal van de gemeenteraad was: ruim, oude boekenkasten, schilderijen van Hydriotische helden die de Griekse onafhankelijkheidsstrijd van 1821 aanvoerden. Zijn immense bureau is onberispelijk, net zoals de burgemeester zelf. Kotronis is lang, elegant, vorstelijk en vriendelijk. Vol overgave vertelt hij over alles wat hij de afgelopen jaren heeft bereikt: schoon schip maken met de puinhoop die Anastopoulos had achtergelaten, de schuld wegwerken, transparantie in plaats van schimmige dealtjes in achterkamertjes, 350.000 euro regelen om buiten de haven een grote boei aan te leggen voor cruiseschepen die niet in de haven passen, zodat er meer dagjestoeristen kunnen komen – een economische injectie waar iedereen naar uitkijkt, zeker de winkels en bars in de haven.

Zijn trots is de ontzoutingsinstallatie. Het duurde tweeënhalf jaar omdat er tientallen handtekeningen en toestemming van Athene voor nodig waren, maar binnenkort hebben mensen drinkbaar zoet water voor 0,97 in plaats van 3,5 euro per kubieke meter. Bij de EU wist hij twaalf miljoen euro los te peuteren, zodat in 2015 heel Hydra, ook Kamini, een rioleringssysteem met biologische zuivering heeft. En voor het eerst in de geschiedenis is er een deal met een verzekeringsmaatschappij, waardoor alle bewoners voortaan gratis met een helikopter van Hydra naar het vasteland vervoerd kunnen worden als ze een ernstig ongeluk hebben gehad.

Ook wat het transportprobleem betreft – sinds vijf jaar vaart er geen grote boot meer; fnuikend voor het toerisme – heeft hij veel vooruitgang geboekt. Na jaren onderhandelen is er eindelijk een akkoord met de overkant, Metochi op de Peloponnesos. Daar wordt op de plaats van een illegaal steigertje voor de kleine Flying Dolphins een echte aanlegsteiger gebouwd. Wanneer de Dolphins niet varen, kunnen mensen voortaan met een watertaxi of kleine lijnboot naar de overkant, en dan met de auto naar Athene. Dat is tevens veel goedkoper dan de draagvleugelboot van vijftig euro heen en terug.

Waar is Kotronis het meest tevreden over? Dat hij dit alles voor elkaar heeft gekregen ondanks de schuld van de gemeente en ondanks de crisis. En ontevreden? Over de eindeloze bureaucratie. Het gedoe met Athene. Over zijn voorganger heeft hij niet veel goeds te zeggen: die heeft al die jaren niets gedaan, en dat terwijl er toen nog veel geld was. En over die rechtszaken tegen zijn voorganger wil Kotronis met tegenzin praten. Op de persoonlijke rekening van Anastopoulos is geïnde onroerendgoedbelasting gevonden. Geld uit de verkoop van gemeentegrond is zoek. En er is een erfeniskwestie: een oude man uit Piraeus, dicht bij Athene, heeft ooit een appartement geschonken aan de gemeente Hydra, ten behoeve van de ‘arme kinderen’ van Hydra die in Athene wilden studeren en op deze manier gratis konden wonen. Maar Anastopoulos heeft het appartement zelf verhuurd en het geld op zijn eigen rekening gezet, zegt burgemeester Kotronis. Hij wuift met zijn hand, alsof hij het verleden wil uitgommen: ‘Ik moest het wel naar buiten brengen, dit soort dingen kun je niet meer in de doofpot stoppen, niet in het Griekenland van vandaag.’

Hij is ervan overtuigd dat hij weer zal winnen, want hij heeft in drie jaar tijd meer voor elkaar gekregen dan al zijn voorgangers bij elkaar. Bovendien heeft hij een groot voordeel. ‘Ik ben al jaren architect en ik ben rijk. Ik hoef geen burgemeester te zijn om van te leven.’ Hij laat in het midden of hij doelt op zijn graaiende voorganger Anastopoulos of op zijn jonge tegenstander Koukoudakis, die van het burgemeesterschap zijn carrière wil maken.

Manolis Tsakiris – spijkerbroek, trui – zit met zijn vrouw Poppy in zijn kleine verkiezingskantoor in een straatje achter de boulevard van de haven. Het is er een gezellige boel. Overal hangen foto’s van Tsakiris met Griekse grootheden: Tsakiris met de Griekse oud-premier Semitis, Tsakiris met ex-minister van Cultuur en filmdiva Melina Mercouri, Tsakiris met een beroemde zanger en Tsakiris met de kunstmecenas van Hydra, de Cypriotische biljonair Dakis Ioannou. Deze laatste is net met zijn enorme jacht de haven van Hydra binnen gevaren. Je kunt het jacht niet missen, want het is met zwart-wit-paars-blauw en fluorescerend geel door Jef Koons beschilderd. Het heet Guilty.

‘Een varende kermis’, moppert een oude man die koffie inschenkt. ‘Schuldig? Ja, schuldig aan lelijkheid’, zegt een jongeman die folders komt brengen. ‘Monsterlijk, een affront voor Hydra’, zegt een Franse expat. Tsakiris zelf houdt wijselijk zijn mond. Want zijn vriend Dakis organiseert iedere zomer een grote happening, met internationaal bekende kunstenaars, en dat trekt iedere keer weer ‘elitetoerisme’ aan: gefortuneerde binnen- en buitenlandse kunstliefhebbers die veel geld op Hydra uitgeven.

‘Hydra is als een beeldschoon, kwetsbaar jong meisje en we moeten voortdurend oppassen dat niemand haar verkracht’, zegt Tsakiris. Zijn ogen twinkelen. Hij is ervan overtuigd dat hij deze keer zal winnen, want hij heeft de afgelopen jaren als gemeenteraadslid vruchtbaar met Kotronis samengewerkt. Ja, vroeger werd hij gedemoniseerd, omdat hij als geen ander vecht voor het behoud van de unieke oude architectuur van het eiland en er inderdaad op toeziet dat mensen bijvoorbeeld niet zomaar overal airco’s ophangen. Maar van pergola’s of balkonnetjes heeft hij nog nooit een zaak gemaakt. Leugens, laster.

‘Het is makkelijk om mij van alles de schuld te geven, maar het zijn de regels van het ministerie die de wet voorschrijven, niet ik’, bromt hij. Al die schreeuwerige T-shirts buiten aan raamkozijnen en standjes met gekleurde shawls en hoeden voor de puien van winkels zijn ook verboden. Als Tsakiris burgemeester wordt zal hij daar met zachte hand een einde aan maken, iets wat de huidige burgemeester en de vorige evenmin ooit is gelukt. En dan die vreselijke vuilnisbelt aan het einde van het eiland, waar al vijftig jaar lang alles in een bergspleet wordt geplempt: miljoenen plastic flessen, koelkasten, accu’s en batterijen. Er wordt af en toe wat verbrand, waardoor er soms bosbranden ontstaan – iedere zomer opnieuw een angstige bedreiging want er is geen brandweer op het eiland. Tsakiris vindt dat er snel iets aan die vervuilde wond in het landschap moet worden gedaan, aan de onderkant likt de zee er al aan. Zo meteen kun je niet meer zwemmen op Hydra. Hij zucht.

‘Uiteindelijk willen wij Grieken iets nieuws, iets jongs, iets anders. Landelijk is dat Tsipras, lokaal is dat Koukoudakis’

Wat Anastopoulos nu allemaal wel of niet heeft uitgespookt interesseert Tsakiris niet zo. ‘Er was in heel Griekenland veel corruptie. Wat veel erger is, is de erfenis die Anastopoulos hier heeft achtergelaten. Hij heeft een sfeer gecreëerd van vluchten voor de wet, ogen dicht knijpen, illegale dingen toelaten. En die krijg je met rechtszaken niet weg’, sombert hij.

Waarom zouden mensen op hem stemmen? ‘Kotronis is te oud, te ziek, te zwak. Koukoudakis bedrijft politiek zoals de grote Griekse nationale partijen vroeger, iets waar we nu juist van af willen. Heus, ik denk echt dat mensen inzien dat ik de beste keuze ben’, besluit hij optimistisch.

Giorgos Koukoudakis zit afgemat in zijn verkiezingslokaal, het mooiste en grootste van alle drie, pal op de havenboulevard. Hij zit strak in het pak, lichtblauwe das, iets te veel buikje voor zijn jonge leeftijd, afgezakte schouders. Hij is dan ook moe. Hij rent zich rot, vooral in Athene, want dáár wordt het werkelijke werk voor Hydra gedaan. ‘Burgemeester zijn hier betekent niet dat je met een das achter je bureau met een naamplaatje erop kunt gaan zitten, zoals nu gebeurt. Nee, je moet keihard lobbyen. In de hoofdstad’, oreert hij. Van de beschuldigingen van cliëntelisme aan zijn adres is hij niet onder de indruk: ‘Nonsens. Zelfs als ik dat voor die vrouwen gewild had, is zoiets niet eens mogelijk. Niet in het Griekenland van vandaag.’ Hij klinkt overtuigend. De beschuldigingen op het conto van Anastopoulos bevestigt hij. ‘Maar wij zouden er niet zo’n show van maken, dat is slecht voor ons imago en voor de sfeer.’

Hij veert op en begint over zijn plannen: Hydra moet bekender worden, meer vertegenwoordigd zijn op internationale vakantiebeurzen, meer toeristen aantrekken. Hij wil vooral investeren in de jeugd, want ook op Hydra is de jeugdwerkloosheid gigantisch. Over de Grote Werken van Kotronis zegt hij meesmuilend: ‘Allemaal grootspraak. Het ontzouten heeft geen zin als je niet ook op het hele eiland nieuwe leidingen aanlegt, dat vertelt hij er niet bij en daar is geen geld voor. En het is de facto onmogelijk dat er riolering op heel Hydra is vóór 2020. Volksverlakkerij.’

Het ontzoutingsproject van de zittende burgemeester is volgens Koukoudakis nu al gestrand, de kersverse machines liggen stil. Want Kotronis was vergeten om de eigenaar van het stuk land waar het allemaal gebeurt een schadevergoeding te betalen. ‘Er zijn nu eenmaal wetten in Griekenland die particulier eigendom beschermen’, doceert hij. Hij benadrukt keer op keer dat hij jong is en dat hij zulke goede contacten heeft in Athene. ‘Precies wat Hydra nodig heeft.’

Na een bewogen week campagne voeren is de eerste verkiezingsuitslag zoals verwacht: de oude leeuw Kotronis wint met 46,5 procent, gevolgd door de jonge wolf Koukoudakis met 44 procent. Tsakiris likt zijn wonden met negen procent – nog altijd een verdubbeling vergeleken met 2010. Dan maakt Kotronis een grote fout: hij houdt een agressieve ‘overwinningsspeech’ waarin hij zijn jonge tegenstander zwaar beledigt. En daarmee de helft van de bevolking van Hydra.

Bij de laatste ronde is de opkomst groter dan de eerste keer. Veel mensen op hun zondags best stromen naar de haven, met opa’s, oma’s en kleine kinderen. De definitieve verkiezingsuitslag laat op zich wachten, want eerst worden de Europese stembiljetten geteld. Langzaam wordt het leger in de haven, maar toch blijven opmerkelijk veel gezinnen hangen. Om half zes ’s ochtends is het zo ver. Er gaat een gejuich op: Kou-kou-dá-kis, Kou-kou-dá-kis! Hij heeft nipt gewonnen, met 50,57 procent en slechts 24 stemmen meer dan Kotronis, die 49,43 procent kreeg.

Om de hoek van de boulevard, vanuit het donker, komt de rijzige Kotronis aanwandelen, met achter hem zijn team en kiezers. In de groep van Koukoudakis wordt om stilte gemaand: ‘Ssst, respect voor de burgemeester’, roepen een paar mensen. Even is het doodstil. Kotronis staat met zijn mensen in het licht van een lantaarn tegenover Koukoudakis met achter hem zíjn electoraat. Het is als een scène uit Novecento, de film van Bernardo Bertolucci. De twee mannen lopen op elkaar af en omhelzen elkaar, achter hen versmelten de twee menigten. Kotronis feliciteert Koukoudakis niet, daar is het verschil te klein voor, zegt hij met tranen in zijn ogen. Hij wenst zijn jonge opvolger kracht en sterkte voor de toekomst.

En dan is het feest: de nieuwe burgemeester wordt op schouders gehesen en rondgedragen, uit luidsprekers schalt Griekse volksmuziek, iedereen begint te dansen, sommigen met kinderen op de nek. De zon komt langzaam op.

De volgende dag heeft een groep jongelui alle politieke affiches opgeruimd. Kotronis is erg teleurgesteld en down, weet iedereen. Maar hij zal tot de wisseling van de wacht in september hard doorwerken, belooft zijn staf. Koukoudakis huppelt overal rond. Er wordt gefluisterd dat Kotronis, net als in 2010, een hertelling van de stemmen wil, maar dat ontkent hij over de telefoon. En het ontzouten gaat gewoon door, niks is stil gelegd, allemaal praatjes van Koukoudakis.

‘Het was een nek-aan-nekrace tussen jong en oud’, zegt Maria. Haar zoon heeft een café in de haven. Omdat hij geen personeel meer kan betalen werkt zij nu ook in de zaak. ‘Uiteindelijk willen wij Grieken iets nieuws, iets jongs, iets anders. Landelijk is dat Tsipras, lokaal is dat Koukoudakis. We weten niet of hij het kan, maar we geven hem een kans.’ Alexis Tsipras is de jonge leider van de nieuwe Griekse partij Syriza, die met 26 procent de Europese verkiezingen heeft gewonnen. Hij vindt nu dat de huidige regering van ND-Pasok, de twee traditionele partijen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van de crisis, moet vertrekken. Maar de coalitie samen heeft nog altijd 28 procent, net twee procent meer, en weigert op te stappen.

‘Oud heeft afgedaan, maar op het nippertje’, zegt Maria terwijl ze een tafel afruimt. Ze wil niets zeggen over de 171 Hydrioten die voor de EU op de neonazistische Gouden Dageraad hebben gestemd. Twintig meer dan de vorige keer, representatief voor heel Griekenland, een smet op het blazoen van het eiland, een direct gevolg van de crisis – en van de komst van steeds meer Pakistanen en Afghanen op het eiland.

Ik bel met oud-burgemeester Anastopoulos. Hij heeft recht op een weerwoord. ‘O schatje, wat leuk van je te horen’, klinkt het zoals gebruikelijk. Hij heeft een prettige stem. Hij lacht alles weg: hij zit op dit moment in geen enkele nare juridische procedure, echt niet één, en hij heeft nooit dat appartement in Piraeus verhuurd. Ja, er zijn wel aanklachten en beschuldigingen, maar hij moet nog zien dat er rechtszaken van komen. Trouwens, het ging niet om geld op zijn persoonlijke rekening, maar op die van zijn accountantskantoor en het was bedoeld voor de gemeente. ‘Mijn geweten en ziel zijn brandschoon’, zegt hij vrolijk. ‘Als je hier burgemeester of politicus wordt, heb je tegenwoordig de hele tijd mensen die je van alles beschuldigen. Ik ben het inmiddels gewend. Onze kleine Koukoudakis zal daar ook aan moeten wennen.’


Beeld: ‘Hydra is als een beeldschoon, kwetsbaar jong meisje en we moeten voortdurend oppassen dat niemand haar verkracht’ (Dagmar Schwelle/Laif/HH).