Koud

Met veel plezier kijk ik naar het oudhollandse tafereeltje dat ik vanuit mijn raam kan zien: veelkleurige schaatsers op het ijs. Net een schilderij van vroeger, wat sfeer betreft. Kleine kinderen die een beetje krabbelen, mannen die oefenen voor de Elfstedentocht.

Hoezo broeikas? Het is snerpend koud en de oostenwind komt door mijn ramen heen.
Als ik naar buiten moet om te gaan werken, pak ik me helemaal in in een grote sjaal, doe ik een warm jack aan en zet ik een pet op. Omdat ik kaal ben van chemotherapie, heb ik het kouder dan anders, ook al had ik niet het dikste en mooiste haar van West-Europa. Ik kijk plotseling met heel andere ogen naar kale mannen, omdat ikzelf nu een pet op moet zetten. En het is ook erg koud in mijn nek.
Als alles gaat zoals ik het wil, heb ik in juni weer haar en dat is een groot verschil met die mannen. Mijn haar komt terug. De doktoren hebben gezegd dat ik stevig en wellicht ander haar terugkrijg dan ik had, dus ik reken op blonde krullen.
Moet u zich voorstellen dat een oude jodin als ik plotsklaps blonde krullen krijgt; het zou geen gezicht zijn, maar toch lijkt het me leuk; omdat je altijd wilt hebben wat je nooit gehad hebt, wil ik nou eens blonde krullen.
Er is me al veel overkomen in het afgelopen half jaar in de medische zorg, maar die verhalen verzamel ik in mijn computer, misschien wordt het een boekje om erg om te lachen, want ik amuseer me nog steeds kostelijk en ik schrijf dus vrolijk alles op vanuit mijn gezichtshoek.
Denkt u erom: je moet het van dag tot dag zo leuk mogelijk hebben, want elke dag is een cadeautje.