Economie

Koude douche

Deze week vindt in Jackson Hole, Wyoming, de jaarlijkse jamboree van ’s werelds centrale bankiers plaats. In dit wintersportplaatsje luisteren zij vijf dagen lang naar lezingen van hun collega’s. En tijdens de lunches en diners is er vervolgens ruimschoots gelegenheid om informeel te overleggen en te netwerken. De verwachting is dat dit jaar de terugkeer naar normaal monetair beleid het belangrijkste onderwerp zal zijn. En daarmee wordt niet alleen een normaler rentepeil bedoeld maar vooral ook het afbouwen van de aankoopprogramma’s die bekend zijn komen te staan als ‘monetaire verruiming’, en daarmee het reduceren van hun balansen.

Ter illustratie: de balans van de Europese Centrale Bank (ECB) is gestegen van 809 miljard euro in 1999 naar zeven biljoen euro in 2020. Dat is een stijging van bijna achthonderd procent. Het merendeel daarvan dateert van na 2015, toen de toenmalige president Mario Draghi aankondigde geen middel onbenut te laten om de euro te behouden. Iets soortgelijks heeft zich in Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan voorgedaan. Overal zijn de balansen geëxplodeerd.

Het werd gedaan om in een omgeving van bezuinigende en dus verkrappende overheden met monetaire middelen de economische groei te stimuleren. Door nieuw geld te creëren en dat te gebruiken om bestaande schuldtitels (overheids- en ondernemingsobligaties) op te kopen, hoopte de mondiale monetaire elite beleggers te prikkelen hun nieuw verworven cash te gebruiken om nieuwe economische activiteiten te beginnen.

Het werd een koude douche. In plaats van in nieuwe fabrieken, infrastructuur, producten of diensten verdween het geld in andere financiële markten. Het verklaart de malle situatie dat ondanks grote materiële onzekerheid de beurskoersen nog nooit zo hoog zijn geweest, huizenprijzen overal door het dak gaan – en tegelijk de inkomens en vermogensongelijkheden alleen maar toenemen.

Het nieuwe geld is niet naar de reële economie gegaan

Oftewel, het nieuwe geld is niet naar de reële economie gegaan maar is louter en uitsluitend in de financiële economie terechtgekomen. En dat bevestigt het vermoeden dat kwantitatieve verruiming niet diende om burgers te helpen maar vooral was bedoeld als smeermiddel voor een uit de klauwen gegroeide financiële sector die niet op eigen kracht uit het massieve debacle van 2008 kon groeien maar daar de hulp van centrale banken voor nodig had.

Om het maar eens scherp te formuleren: die zeven biljoen euro van de ECB zijn uitsluitend in de zakken van vermogenden terechtgekomen. Alsmede in die van de financiële dienstverleners die dat vermogen voor hen beheren. Gewone burgers hebben er alleen de wrange vruchten van mogen plukken: onbetaalbare huizen, stagnerende inkomens en een kaalgevreten verzorgingsstaat.

Het maakt een gotspe van de missie waarmee de ECB zich op haar website presenteert: ‘Het is de taak van de Europese Centrale Bank (ECB) om de prijzen in het eurogebied stabiel te houden, zodat u morgen evenveel voor uw geld kunt kopen als vandaag. Daarnaast helpen we het Europese bankenstelsel sterk en solide te houden. U kunt uw geld daardoor veilig bij de bank bewaren.’ Achter dat schijnbaar publieke belang van het woordje ‘u’ gaat het belang van gammele Europese grootbanken schuil.

Het is voor centrale bankiers een levensgevaarlijke situatie – en dat weten ze. De prijs van hun politieke onafhankelijkheid is een zo verdelingsneutraal mogelijk monetair beleid. Kwantitatieve verruiming heeft al zes jaar lang gigantische verdelingseffecten en vormt daarmee een bedreiging voor hun onafhankelijkheid. Het wachten is op een populistische politieke partij die democratische zeggenschap over het monetaire beleid gaat opeisen. En dat gezegd zijnde: het is natuurlijk van de zotte dat dat nog niet is gebeurd.

Al voor de pandemie was er sprake van monetaire normalisering onder de monetaire elite. Nu we het post-covid-tijdperk in schuiven, is het geen wonder dat het onderwerp opnieuw op de agenda staat. Ik voorspel dat het niet gaat lukken: het mondiale kapitalisme is verslaafd geraakt aan de anabole steroïden van de centrale banken. Het is de kurk waarop de financiële economie drijft. Ook voorspel ik het einde van het leerstuk van monetaire onafhankelijkheid. Je kunt niet zonder burgerparticipatie per technocratisch comité beslissen welke sector moet worden afgeknepen en welke gestimuleerd, welk land moet creperen en welk land mag groeien, en welke klasse op een houtje moet bijten en welke champagne mag zuipen.