Toneel: Le retour

Koude huivering

Parijs – Er zit veel slapstick in deze Pinter. Meteen al in de tekstloze openingsscène staat de gepensioneerde slager Max zwierig trippelend in zijn keukenhoek op slachtvlees in te hakken. Terwijl z’n zoons Lenny en Joey in gevecht gewikkeld zijn met dweilen, flessen, etensresten en een stofzuiger probeert zijn jongere broer Sam een haarstukje op zijn plaats te houden.

Nog voor er één woord uit The Homecoming heeft geklonken krijgen we een inkijk in de griezelige mannenhuishouding waar al een poos geen vrouw meer aan te pas is gekomen. Daar gaat het stuk van Harold Pinter ook over: hoe in deze verbale martelkamer annex hoerenkast een vrouw ooit weer zou kunnen aarden. En er is een vrouw op komst. Dat voelen de vier mannen aan hun lendewater. Max’ derde zoon Teddy komt naar huis. Hij is een tikje laf achter de rug van de familie om getrouwd met Ruth, een vrouw die hij uit het modellenwerk en de prostitutie heeft geplukt en met wie hij in Amerika drie kinderen heeft. De titel van Harold Pinters meesterwerk uit 1965 slaat op Teddy. Maar veel meer nog op Ruth. Zij komt mee en zal hier blijven. Ruth gaat de meesteres worden over deze wildebeestenkooi.

In het Parijse Odéon, Théâtre de l’Europe, heeft de Zwitserse regisseur Luc Bondy (1948) onlangs de artistieke leiding overgenomen. Het toneelbeeld van zijn openingsvoorstelling Le retour ziet eruit als een afgetrapte vinexwoning in de banlieue, met overal sporen van geweld, inslagplekken van een hamer en brandvlekken op de muren. Verder opgeruimde erkers zonder zicht op de buitenwereld. Rechts achter lijkt de camper van de taxichaufferende Sam de vestibule binnengereden. Prominent midden voor pronken de ooit fraai beklede sofa en de blauwleren stoel van alleenheerser Max. Hij wordt gespeeld door Bruno Ganz, 71 jaar, grijs stekelhaar, doorgroefde kop, tatoeages op zijn armen. Ganz bast de teksten van Max met lepe, licht nasale pieptoon in het rond, tussen de trekken aan zijn sigaar door. Hier staat een dromerige opschepper, een knutselaar met ironische vertelsels, een man die in z’n eigen sprookjes over zachtaardig vaderschap en een _Godfather-_ego is gaan geloven. En die woedend met een asbakstaander op zijn zoon Lenny (een prachtrol van Micha Lescot) afschuimt wanneer die pesterig en met een slangachtige mimiek het feestje verpest door te vragen waar pa en moe zoal aan dachten toen ze hem op de hoerig rode sofa bij mekaar lagen te copuleren. Aan hem? Vast niet.

Bruno Ganz, al een tijd niet op het toneel te zien geweest, eigenlijk zijn natuurlijke habitat, speelt de rol van de omvallende tiran magnifiek. Zijn gevecht krijgt mythische allure vanaf het moment dat de vrouw de speelvloer betreedt die hem van zijn blauwleren troon zal stoten: Ruth (Emmanuelle Seigner, in het gewone leven mevrouw Roman Polanski). Zij laat zich aanvankelijk door beide zoons, de bokser en de pooier, gewillig bepotelen en transformeert dan naar de rol van de gereïncarneerde moeder, de alleenheersende vorstin. Ganz’ Max ziet in één oogopslag dat zijn dagen zijn geteld. Met een schor geschreeuwde vertwijfeling klauwt hij vergeefs naar de erotische gunsten van Ruth. ‘Kus me.’ ‘Embrassez-moi!’ Pinters slotakkoord. Er trekt een koude huivering door de zaal. Wereldtoneel!

Le r_etour, t/m 23 december in Odéon Parijs_, theatre-odeon.fr, volgend jaar in ieder geval ook te zien in Milaan, Zürich en Wenen